Voorzichtig verder met glasvezel

Glasvezel mag dan de toekomst hebben, in 2020 zal hooguit de helft van de Nederlandse huishoudens over een verglaasde internetverbinding kunnen beschikken, verwacht KPN.

Den Haag, 15 dec. - Het allersnelste internet komt er toch niet zo snel als gehoopt. KPN heeft, na een test in tien gemeenten, besloten het glasvezelnetwerk per stad uit te gaan rollen – als daar tenminste voldoende potentiële klanten wonen. Ondanks aansporingen vanuit Den Haag – gemeenten en provincies mogen wat betreft staatssecretaris Heemskerk (Economische Zaken, PvdA) ‘mee-investeren’ in nieuwe netwerken – denkt KPN dat er in 2020 „tussen de 30 en 60 procent” van de Nederlandse huishoudens over glasvezel kan beschikken.

„Ik denk niet dat heel Nederland uiteindelijk glasvezel zal hebben”, zegt Baptiest Coopmans, het KPN-bestuurslid dat over consumentenzaken gaat. Vandaag maakte hij de strategie bekend van het bedrijf dat nu 44 procent van de Nederlandse breedbandverbindingen levert.

Glasvezel is een stuk voordeliger in onderhoud dan het oude kopernetwerk waar de ADSL-verbindingen nu nog over lopen. Glazvezel biedt nu snelheden tot 100 Mbit per seonde, met de mogelijkheid om door te groeien. Maar de aanleg kost geld: ongeveer 1.000 tot 1.500 euro om de straat open te breken en de huishoudens aan te sluiten. KPN probeert de glasvezelupgrade met gesloten portemonnee uit te voeren en wil per jaar niet meer dan 2 miljard investeren in zijn netwerk, evenveel als het bedrijf tot nu toe uitgaf.

Uit een evaluatie van een test in tien gemeenten blijkt KPN met Fiber to the home (FttH), de snelste technologie waarbij glasvezel tot in huis wordt gelegd, een marktaandeel van 30 procent te kunnen behalen. Fiber to the curb (FttC), waarbij de laatste verbinding van de hoek van de straat tot aan huis nog koperlijn is, blijft steken op 22 procent maximaal marktaandeel.

KPN zegt dat het aanleggen van de nieuwe netwerken met joint venture Reggefiber probleemloos is verlopen. Wel waren er grote problemen met het aannemen van nieuwe klanten, omdat het computersysteem voor klantenregistratie nog niet klaar was. Daardoor heeft KPN het inschrijven van nieuwe glasvezelklanten moeten stoppen. „We willen problemen voorkomen zoals ze destijds met internetplusbellen ontstonden”, zegt Koopmans. Ook toen kon KPN de toeloop van nieuwe klanten niet aan.

De teller voor Fiber to the home is blijven steken op 10.000 abonnees, terwijl er volgens Reggefiber 60.000 mensen aan de KPN-testen meededen. Hoewel de glasvezeltechniek het mogelijk maakt om ook hoge uploadsnelheden te realiseren, beperkte KPN die snelheid tot 6 Mbit. Vanaf medio 2010 worden alle verbindingen echter symmetrisch, belooft Coopmans. De snelste verbinding – 100 Mbit - heeft dan zowel 100 Mbit up – als downloadsnelheid, à 110 euro per maand.

KPN voerde zijn tests uit in Apeldoorn, Rosendaal, Hengelo, Oosterhout en Zoeterwoude (FttC) en Almere Haven, Haaksbergen, Son & Breugel, Uden en Elburg (FttH). Welke steden nu aangesloten worden op glasvezel is niet bekend. Reggefiber-directeur Jan Davids zegt niet ontevreden te zijn met KPN’s ambitie om het aantal glasvezelaansluitingen uit te breiden van 460.000 naar ruim 1,1 miljoen in 2012. KPN rekent wel op „andere partijen” die ‘mee investeren’ in de nieuwe netwerktechnologie. Volgens Coopmans zijn er al gesprekken gaande met enkele provincies. Dit tot grote ergernis van de concurrerende kabelexploitanten, die vinden dat overheden geen rol horen te spelen bij de aanleg van nieuwe netwerken.

Nu lopen KPN’s ADSL-producten achter op de snelste internetverbinding van de kabel. UPC en Ziggo halen in sommige gebieden 120 Mbit per seconde. Om op korte termijn beter te kunnen concurreren gaat KPN een groot deel van de netwerken verbeteren met VDSL-apparatuur. Dat maakt snelheden van 40 Mbit mogelijk, snel genoeg om high definition tv-kanalen te versturen, iets waar ADSL niet toe in staat is. Met de upgrade naar VDSL is een eenmalige investering van 50 miljoen euro gemoeid, zegt Coopmans. KPN wil het WK voetbal gebruiken om HDTV aan de man te brengen.

    • Marc Hijink