Twaalf jaren geduld voor Rem Koolhaas

Architect Rem Koolhaas lijkt bezig met een inhaal- slag in zijn Rotterdam. Aan de Maas verrijzen maar liefst drie gebouwen van zijn hand.

Bijna twaalf jaar nadat de eerste schetsen op papier werden gezet, ging gisteren de eerste paal de grond in. Voor wat de projectontwikkelaars (OVG en MAB) „het grootste multifunctionele gebouw van Nederland” noemen: De Rotterdam. Niet te verwarren overigens met het gelijknamige stoomschip, dat even verderop ligt afgemeerd bij het schiereiland Katendrecht.

Op de Wilhelminapier verrijst een „verticale stad”, bestaande uit drie torens die onderling met elkaar verbonden zijn. Het gebouw krijgt een hoogte van 149 meter en een vloeroppervlak van zestien hectare. Behalve aan kantoren zal het complex (kosten 350 miljoen euro) onderdak bieden aan een viersterrenhotel, appartementen, restaurants en winkels. De oplevering is medio 2013 voorzien.

„Rotterdam is de enige stad in Nederland die een dergelijk gebouw durft neer te zetten”, zei architect Rem Koolhaas (65) gisteren bij de presentatie van zijn creatie. Elders in Nederland regeert volgens hem nog maar al te vaak het conservatisme. „In Rotterdam voert realisme de boventoon.”

Maar een incubatietijd van maar liefst twaalf jaar is lang. Koolhaas, grondlegger van het wereldbefaamde Office for Metropolitan Architecture (OMA), beseft dat. „Architectuur vergt een eindeloos geduld en improvisatievermogen, plus een groot reservoir aan optimisme. Twaalf jaar is inderdaad lang, maar die tijd heeft ons de kans geboden om te experimenteren.” Bijvoorbeeld met duurzame oplossingen. „Het begrip ‘duurzaamheid’ bestond eind jaren negentig amper.”

Critici vrezen dat het monumentale complex op de Wilhelminapier de rest van de stad zal ‘leegzuigen’. Koolhaas verzet zich tegen dat doemdenken. „Ik geloof daar helemaal niets van. Wij voegen wat toe, waardoor de koek groter wordt. De rest van de stad zal daar alleen maar van profiteren.”

Als geboren Rotterdammer was Koolhaas’ bijdrage aan ‘zijn’ stad tot dusver beperkt. Hij ontwierp de Kunsthal (1992), en dat was het dan. Anno 2009 lijkt sprake van een inhaalslag. Behalve De Rotterdam verrijzen de komende jaren nog twee grote en gezichtsbepalende gebouwen van zijn hand in de tweede stad van Nederland: de glazen Koopkubus aan de Coolsingel en het Stadskantoor aan de Meent.

Drukt Koolhaas zijn stempel op de stad, waar sinds 1981 zijn hoofdkantoor is gevestigd? „Zo zou ik het niet willen noemen. Een architect als Maaskant heeft hier wel acht gebouwen op zijn naam staan. Maar het is wel een voorrecht om gebouwen te mogen ontwerpen in je eigen frontyard. In de stad die ons bureau de vrijheid heeft geboden om de vleugels wereldwijd uit te kunnen slaan.”

Vooral het stadskantoor is omstreden. Vier verliezende architectenbureaus betwisten de keuze voor Koolhaas. Hij zou het budget (65 miljoen euro) hebben overschreden en bovendien zou zijn ontwerp niet voldoen aan de duurzaamheidseisen. Het stadsbestuur heeft alle bezwaren terzijde geschoven en schaart zich onvoorwaardelijk achter de keuze voor Koolhaas. De laatste betreurt de ophef. „Temeer omdat onze integriteit in twijfel wordt getrokken. Dat raakt mij.”

Illustraties van gebouw De Rotterdam op nrc.nl/kunst

    • Mark Hoogstad