Rapport: besluit Noord-Zuidlijn vol fouten

Amsterdam had in oktober 2002 geen besluit mogen nemen over de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Door gebrekkige informatie, het ontbreken van controle, onwerkbare contracten, een onervaren projectorganisatie en hoge financiële en technische risico’s was „een onbeheersbare projectsituatie ontstaan”.

Dit schrijft de enquêtecommissie van de Amsterdamse gemeenteraad in een vandaag verschenen rapport over de vertragingen en overschrijdingen bij de Noord-Zuidlijn, de metrolijn die Amsterdam-Noord met het centrum moet verbinden. „De politieke wens om de lijn aan te leggen is steeds bepalend geweest”, zei commissie-voorzitter M. Limmen (CDA) in een toelichting. Volgens de commissie was er sprake van een „ongefundeerd optimisme” en „grote onderschatting van de risico’s”.

Volgens de commissie heeft de gemeenteraad nog steeds geen goed zicht op de risico’s van het boren, waarmee volgend jaar wordt begonnen.

Het college, waarin Geert Dales (VVD) destijds als wethouder verantwoordelijk was voor de metroverbinding, heeft de gemeenteraad wel „uitvoerig” geïnformeerd, het voorstel de metro aan te leggen was echter „onvolledig”. Zo ontbraken in de raadsvoordracht de stelposten, waarmee „zekere kosten naar de toekomst werden verschoven”.

Een project als de Noord-Zuidlijn had alleen van start mogen gaan onder geschikte omstandigheden, maar daar was in 2002 geen sprake van. Zo was de bouwmarkt overspannen, waardoor de aanbiedingen van de aannemers ver boven budget waren. „Het college had het besluit niet mogen voorleggen aan de raad en de raad had het besluit niet mogen nemen”, schrijft de commissie.

Dales wilde vanmorgen niet reageren: „Ik ken de inhoud van het rapport niet. Dat wil ik eerst lezen voordat ik reageer op de kritiek.” Namen van verantwoordelijken noemt het rapport niet.

De Noord-Zuidlijn zou oorspronkelijk 1,4 miljard euro kosten en in 2009 klaar zijn. Sinds in 2003 met de aanleg werd begonnen is de begroting opgelopen tot 2,6 miljard euro en is de opleverdatum verschoven naar 2017.

In de jaren voor het definitieve aanlegbesluit is er volgens de commissie ook al veel fout gegaan. „Eén van de meest frappante zaken is dat in de jaren negentig al is gekozen voor de techniek van het boren, zonder te kijken naar eventuele risico’s”, zei Limmen.

Nadat de aanleg was begonnen, gaf het college de raad meermalen onrealistische informatie over de budgetoverschrijdingen en de einddatum. Besparingsdoelstellingen werden als harde kostenvermindering ingeboekt. „Er was sprake van beïnvloeding van de beeldvorming en meermaals met medeweten van de portefeuillehouder.” Dat was destijds wethouder Mark van der Horst (VVD). Of er sprake was van misleiding wilde Limmen niet zeggen: „Wij constateren de feiten.”

Rapport van de Raadscommissie via nrc.nl/binnenland

Achtergrond: pagina 3

Commentaar: pagina 7