Prijs met beperkingen

‘Charlotte Mutsaers krijgt de P.C. Hooftprijs.”„Ha! Ja! Wat een goeie keuze.”

„Vergeet je niet iets te vragen?”

„Hùh?”

„Waarvóór ze hem krijgt. Haar verhalend proza.”

Hoewel de P.C. Hooftprijs officieel wel zo wordt genoemd, is deze voormalige jaarlijkse staatsprijs voor literatuur geen oeuvreprijs. Hij wordt afwisselend toegekend voor proza, voor essayistiek en voor poëzie, en het volgende jaar is hij dan weer voor een romancier. Voor toneelschrijvers bestaat hij niet. Dat is misschien omdat toneelkunst traditioneel tot de dichtkunst wordt gerekend; hoe het zij, de prijs viel nooit een toneelschrijver toe.

In 1947 ingesteld, ter herdenking van de 300ste sterfdag van P.C. Hooft, bekroonde hij aanvankelijk losse werken. Arthur van Schendel kreeg hem postuum voor de roman Het oude huis (1947), A.J. Roland Holst voor het gedicht Late telgen (1955). In 1956 is hij omgevormd tot een bredere prijs: Anna Blaman werd bekroond voor haar ‘verhalend proza’. Het jaar daarna ging hij naar P.C.A. Geyl voor zijn ‘beschouwend proza’. In 1958 kreeg Pierre Kemp hem voor zijn poëzie.

Het argument was dat elk van de genres aan bod moest kunnen komen, met impliciet de vrees dat de essayistiek ondergesneeuwd zou raken. Het effect is dat de essayistiek juist een probleem wordt.

Want K. Schippers kreeg in 1996 de P.C. Hooftprijs toegekend voor zijn essayistiek, en niet voor zijn invloedrijke poëzie of zijn originele, surrealistische romans. Het trof hem onaangenaam. Gerrit Komrij kreeg hem in 1993. Niet voor zijn poëzie, zijn toneelstukken of zijn baanbrekende Shakespeare-vertalingen, maar voor zijn essays. Hij liet weten dat hij het volgende jaar de P.C. Hooftprijs wéér wilde hebben, en dan voor zijn poëzie.

Charlotte Mutsaers ontvangt de P.C. Hooftprijs niet voor haar essays, het genre dat juist zij overhoop gooide door er elementen in toe te laten die er volgens de regels niet horen, ze krijgt hem voor haar ‘verhalend proza’. Voor drie romans dus die deinen te midden van haar literaire uitingen, krachtig door hun mengeling van beschouwing, fictie, beeldverhalen, poëzie.

Dat is vreemd. Zo vreemd dat de jury in haar rapport tegemoetkomt aan die verbazing door te schrijven „dat het onmogelijk is om haar romans los te denken van essaybundels als Paardejam en Zeepijn. Haar speelse essayistiek ligt in het verlengde van haar verhalend proza, en vice versa”.

Juist. Mutsaers’ veelzijdigheid dwingt de P.C. Hooftprijs op de knieën. Nu de jury zich in haar rapport expliciet geen raad weet met het jaarlijks onderscheid, wordt het hoog tijd ook officieel te erkennen dat grote kunst groot is omdat zij zich geen grenzen laat opleggen. Schrap de genre-indeling. Laat de P.C. Hooftprijs de oeuvreprijs zijn waar iedereen hem allang voor houdt. Laat hem de bekroonde schrijvers niet meer in verlegenheid te brengen.