Ondergrondse bende

Dat de bouw van de ondergrondse Noord-Zuidlijn in Amsterdam een technisch en financieel debacle dreigt te worden, is al een paar jaar genoegzaam bekend. Afgelopen zomer nog schetste een speciale commissie onder leiding van oud-minister Veerman van Landbouw een ontluisterend beeld. Maar dat de gemeente er in bijna alle stadia van het metroproject zowel politiek als bestuurlijk een bende van heeft gemaakt, is niettemin schokkend.

Nu de enquêtecommissie uit de Amsterdamse gemeenteraad vanmorgen haar onderzoeksrapport over besluitvorming en uitvoering van de metrolijn heeft afgerond, dringt het woord fiasco zich onontkoombaar op.

Volgens de breed samengestelde, vijfkoppige commissie onder leiding van de oppositionele fractievoorzitter Limmen van het CDA zijn nagenoeg alle geledingen in de gemeente onvoldoende gekwalificeerd geweest om dit bouwplan tot een goed einde te brengen. Het college is niet in staat tot een effectieve beoordeling van de talloze risico’s die aan de Noord-Zuidlijn kleven. De raad heeft onvoldoende expertise in huis om het dagelijks bestuur te kunnen controleren. En het ambtelijk apparaat mist kennis en ervaring om te fungeren als „institutioneel geheugen”. Vanaf het begin is de „projectorganisatie onbeheersbaar”, aldus de commissie.

Op het cruciale moment in 2002 had het college dus niet de definitieve beslissing aan de volksvertegenwoordiging mogen voorleggen. En de gemeenteraad had dat besluit toen niet moeten fiateren. Met andere woorden: Amsterdam heeft zich de afgelopen zeven jaar willens maar niet wetens in de nesten gewerkt. En het eind daarvan is niet in zicht. Omdat de uitgaven intussen net zo onbeheersbaar zijn geworden als de organisatie zelf moet de stad komende jaren structureel minimaal 120 miljoen per jaar bezuinigen. Dat is bijna net zoveel als het bedrag dat Amsterdam dit jaar heeft besteed aan ‘nieuw beleid’, anders gezegd aan zijn politieke prioriteiten. De stad dreigt dus vleugellam te worden.

De verantwoordelijkheid voor dit doemscenario is volgens de commissie niet simpel vast te stellen. Binnen het college was er weinig samenwerking tussen de portefeuillehouders. De rol van burgemeester Cohen (PvdA) was beperkt, omdat daarover geen heldere afspraken waren gemaakt. En toen wethouder Dales (VVD) zijn voordracht opstelde, was die niet in staat de raad voldoende in te lichten. Niet uit onwil, aldus de commissie, maar uit onvermogen. De raad op zijn beurt heeft zich laten verleiden tot geheime beraadslagingen waardoor er van dualisme steeds minder sprake kon zijn.

Er is geen weg meer terug. Alleen als de risico’s van de nu komende boorfase te groot blijken, kan het project volgens de enquêtecommissie nog worden afgeblazen. Maar het is wel eens maar nooit weer. Amsterdam is te klein voor grote en unieke infrastructurele werken. Dergelijke projecten kunnen alleen op rijksniveau tot een redelijk einde worden gebracht. Dat Amsterdam nu erkent dat de stad hoogmoedig is geweest, is een schrale troost bij de aangerichte puinhoop.