Nu moeten ze allemaal met de billen bloot

Nooit eerder kwamen ministers naar een top waar nog maar zo weinig vastligt.

De arme landen willen het Kyoto-verdrag houden, de rijke niet. Is er een alternatief?

Even leek gisteren de klimaattop in Kopenhagen te ontsporen. De arme landen lieten weten niet verder te willen praten als de rijke landen het oude klimaatakkoord, het Kyoto-protocol, overboord zouden gooien. De afspraken in het Kyoto-protocol gaan maar tot 2012, maar het is het enige wat we hebben, zeggen de G77, waarin de ontwikkelingslanden zijn verenigd. Als je het protocol nu weggooit, is het nog maar zeer de vraag of er iets beters voor in de plaats komt.

Veel beter dan in het Kyoto-protocol kan het voor de arme landen in elk geval niet worden. ‘Kyoto’ kent een stevige scheidslijn tussen de rijke landen die verantwoordelijk worden gehouden voor klimaatverandering en de arme landen, die er vooral het slachtoffer van zijn. De geïndustrialiseerde landen moeten tot 2012 hun uitstoot van broeikasgassen met 5,2 procent reduceren (ten opzichte van 1990), de ontwikkelingslanden hoeven niks te doen.

Iedereen beseft dat er veel haken en ogen zitten aan het Kyoto-protocol. Los van allerlei praktische onvolkomenheden, is het belangrijkste probleem dat het door president Bush in 2001 in de prullenbak is gegooid. Bush wilde zelf niks liever, maar hij kon ook niet anders. Want het Amerikaanse Congres voelde niets voor ‘Kyoto’ – en nog steeds niet. Om die reden wil ook de huidige Amerikaanse regering er zo snel mogelijk vanaf.

De vraag is of er een alternatief bestaat. Er liggen in Kopenhagen weliswaar enkele beloftes van landen om hun CO2-uitstoot de komende tijd te reduceren, maar nog lang niet genoeg. Er is een beetje geld toegezegd om ontwikkelingslanden te helpen bij het opzetten van hun klimaatbeleid. Voor dat beleid, dat grotendeels door de rijke landen gefinancierd moet worden, ligt nog nauwelijks geld op tafel. En veel van wat er nu ligt, wordt betaald met geld van ‘oude’ ontwikkelingshulp. Er is een beetje gesproken over westerse technologie voor klimaatbeleid in arme landen en over een regeling voor het behoud van bossen, die werken als een soort spons voor CO2. Maar wat blijft daarvan over zonder juridisch kader?

De Nederlandse minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) toonde zich gisteren niet verbaasd over de schermutselingen. „We naderen het eindspel. Iedereen moet nu met de billen bloot”, zei hij ’s middags in een telefoongesprek vanuit de conferentiezaal. Volgens Koenders hebben de Europese ministers van Ontwikkelingssamenwerking de G77 voorlopig gerustgesteld en gaan de gesprekken weer verder. „Wij delen hun vrees voor een zwakke deal tussen China en de VS”, aldus de minister, die tegen de arme landen heeft gezegd dat de EU ontevreden is over financiële toezeggingen van Japan en de VS. Overigens moet Koenders erkennen dat ook sommige EU-landen een deel van het geld uit bestaande potjes lijken te halen.

Madeleen Helmer, die al jaren de klimaatonderhandelingen volgt voor het Rode Kruis, vindt dat rijke landen nu eens moeten ophouden allerlei financiële beloftes te doen die ze later niet waarmaken. En, zegt ze, we moeten voorkomen dat de kwetsbaarste landen niet worden geholpen.

Helmer noemt de huidige situatie op de klimaattop „risicovol”. Nooit eerder kwamen ministers, en aan het eind van de week zo’n 120 regeringsleiders, naar een bijeenkomst waar nog zo weinig vastligt. Dit soort ontmoetingen worden altijd vooraf grondig door ambtenaren en diplomaten voorbereid. Zodat de leiders zelf alleen nog over de details hoeven te spreken. Maar de politici troffen gisteren een complete chaos aan.

Amerikaanse politieke onderhandelaars maken zich volgens Donald Pols van het Wereldnatuurfonds nu al grote zorgen over de komst van president Barack Obama. Straks staat hij met lege handen in Kopenhagen en gaat hij ook met lege handen naar huis terug. En hij is niet de enige. Veel politici hebben zich geschaard achter de doelstelling van de klimaattop. Ze hebben zelfs geroepen dat het gaat over een akkoord om de planeet te redden. „Het gevaar bestaat, dat er nu overhaast besluiten worden genomen die later hersteld moeten worden”, zegt Helmer van het Rode Kruis, want een mislukking kunnen politici zich niet permitteren.

Alleen China, waar de politieke leiders niet worden gehinderd door opiniepeilingen of verkiezingen, lijkt zijn eigen gang te gaan. Zo liet de Chinese onderhandelaar afgelopen weekeinde weten dat zijn land niet per se geld hoeft te ontvangen voor het eigen klimaatbeleid, ook al is het officieel nog steeds een ontwikkelingsland. Dat geld mag wat China betreft naar de allerarmste landen. Verder lijkt China bereid om zijn eigen klimaatacties te laten beoordelen door een onafhankelijke instantie, bijvoorbeeld het Internationaal Energie Agentschap.

Helmer is uiteindelijk niet pessimistisch over de klimaattop, zolang de verwachtingen van deze ene bijeenkomst niet te hoog gespannen zijn. „Dit is het meest ingewikkelde probleem waar we als mensheid direct mee te maken hebben. Het is goed om te merken dat de wereldleiders zo betrokken zijn bij dit thema.”

    • Paul Luttikhuis