Niet normaal

Niet Normaal heet de multimediale tentoonstelling die van 16 december tot 7 maart in de Beurs van Berlage wordt gehouden. Ik denk dat ik erheen ga. Deze vraag staat centraal: wat is normaal en wie bepaalt dat?

Een interessante discussie lijkt me dit, helemaal omdat ikzelf gevormd en misvormd ben in de non-kunst van de topsport waarin abnormaliteit zonder enige discussie de norm is. Na jaren vraag ik het me nog steeds af: is het mogelijk los te komen van zowel de vormende als misvormende randen van die korte, intensieve, bij tijden helse periode in het wielerpeloton, waarin meer nog dan in welke andere sportcommune, het abnormale de huid van alles is.

Ooit schreef ik op deze plaats dat het definitieve afscheid van koers en peloton een verlichting kan betekenen, maar dat tegelijkertijd het melancholische besef opklinkt dat het onmogelijk zal zijn een biotoop te vinden waarin dezelfde intensiteit van concentratie, contact en al dan niet gesublimeerde waanzin mogelijk zijn.

Als in een versnelde kringloop vertrekken en verschijnen generaties in het peloton. De groentjes treden aan met een kop vol dromen; de afgeserveerden, geslaagd en binnengelopen of niet, deemsteren een wereld binnen – de normale – waarvan ze totaal vervreemd zijn geraakt, en waarin ze zomaar als kometen in een koud universum kunnen verdwijnen.

In de echte wereld heerst de waanzin van het normale, en in die wereld zijn de dingen niet zo netjes geordend als in de luisterrijke chaos van pak hem beet de Ronde van Vlaanderen of de Tour de France. Velen – de gekkenhuizen en ontwenningsklinieken zitten er vol mee – trappen in de val van het zelfbedrog: ze blijven geloven dat de oude vlam artificieel brandende kan worden gehouden.

Op speciale gelegenheden ontmoeten oudgedienden elkaar soms. „Hoe gaat het toch met die of die, lang niet meer van gezien?”, is een veel gehoorde vraag. „Nou, daar gaat het niet zo goed mee”, weet iemand. Dan zou het over bijvoorbeeld X kunnen gaan.

X kon zijn draai niet vinden in de echte wereld. Hij stookte het oude vuurtje bij voortduring op met pepmiddelen van bedenkelijke kwaliteit. Daarbij bleef hij oeverloos treuren om die ene gemiste kans welke in één klap een groot kampioen van hem zou hebben gemaakt.

Een vriend van me vond hem in zijn appartement. Met een zware drilboor aan een verlengsnoer stoof hij in het rond. Enorme gaten boorde hij in de muren, stopcontacten lagen eruit. In zijn paranoïde verslavingsrush was X ervan overtuigd dat hij werd afgeluisterd en bespied, al wist hij mijn vriend niet precies te vertellen door wie.

Ja, later is hij nog heel even clean geweest.

    • Peter Winnen