Nederland: de rendabelen

Drie komma vijf biljoen euro.

Dat, heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uitgerekend, is de waarde van alle bezittingen van ons in Nederland. Bij elkaar opgeteld de waarde van voorraden, grond, duurzame consumptiegoederen, bedrijfsgebouwen, aardgas in de bodem, machines, kapitaalgoederen, infrastructuur, auto’s, treinen en woningbezit. Eigen woningen zijn de afgelopen jaren het hardst in waarde gestegen en zijn goed voor ruim de helft van het nationale tafelzilver.

Het gaat om het ‘nettobezit’: schulden en vorderingen zijn tegen elkaar weggestreept. Dus hypotheken, consumptief krediet, staatsschuld en uitstaande aandelen van bedrijven zijn gesaldeerd met de waarde van huizen, vorderingen en beleggingsportefeuilles van particulieren of pensioenfondsen.

Best wel veel, 3,5 biljoen euro. Ongeveer zes keer het bruto binnenlandse product per jaar en ruim 210.000 euro per inwoner.

„Een land kan niet bankroet gaan”, zei Walter Wriston, een legendarische bankier van Citibank, vorige eeuw. Zijn redenering: landen beschikken over mensen, infrastructuur, grondstoffen en gebouwen. Bij elkaar is dat meer waard dan de schulden van een land. Hij had het over Zuid-Amerikaanse landen die hun dollarleningen niet konden afbetalen. Het kostte tijd en pijn, maar hij kreeg gelijk.

De CBS-berekening van het bezit van Nederland laat zien dat Wristons redenering ook opgaat voor Nederland anno 2009. We beheren met z’n allen een onwaarschijnlijk groot bezit.

Natuurlijk, de verdeling ervan is ongelijk. Niet iedereen heeft een eigen huis, niet iedereen maakt evenveel gebruik van collectieve goederen, van het bezit van het gaspijpleidingnet kan een bijstandsgezin geen boterham smeren. Maar ziekenhuizen, wegen, theaters en dijken zijn er voor ons allemaal.

Dat maakt de recente bewering van columnist en voormalig PvdA-coryfee Marcel van Dam dat Nederland door alle hervormingen van de sociale zekerheid in de afgelopen 25 jaar een land van ‘onrendabelen’ is geworden, discutabel. Het suggereert dat de economie de maatschappelijke onderkant heeft afgeschreven en dat grote groepen mensen als passiva op de nationale balans staan.

Maar de gesaldeerde activa per inwoner zijn met 210.000 euro ruimschoots positief. De waarde van onze private en collectieve bezittingen vormt de maatschappelijke draagkracht van de samenleving.

Ook de ‘onrendabelen’ aan de onderkant van de samenleving hebben bezittingen en maken aanspraak op collectieve goederen. Ze zijn meer waard dan Marcel van Dam ze toebedeelt.

Roel Janssen