'Mijn werk is autobiografie van gevoel'

Oostende speelt een rol in de roman Koetsier Herfst van Charlotte Mutsaers. In de Venetiaanse Gaanderijen biedt een tentoonstelling inzicht in haar beeldend en schrijvend werk.

Oostende is de zee zien, aldus Charlotte Mutsaers. Deze koude winterochtend is hij kalmer dan toen ze er zelf liep met haar onafscheidelijke foxterriër Pieter. Haar strandwandeling is te zien op een filmpje op de tentoonstelling Aangespoeld met pen en penseel, in de Venetiaanse Gaanderijen, aan de boulevard van Oostende.

De Belgische kustplaats speelt een grote rol in haar laatst verschenen roman Koetsier Herfst. Het is één van de drie prozawerken waarvoor ze gisteren de P.C. Hooft-prijs kreeg toegekend, de belangrijkste literaire onderscheiding uit het Nederlandse taalgebied.

De twee hoofdpersonen van Koetsier Herfst gebruiken hotel Polaris aan de Groentemarkt in Oostende als uitvalbasis. Op dat plein woont Mutsaers zelf ook, een deel van haar tijd. Het hotel, een artdeco gebouw met gietijzeren balustrades, bevindt zich tussen onder meer het Biljart Palace, Taverne Ding Dong en het Retro Funky Friethouse, dat nu te koop staat. Zoals ze beschrijft in de roman domineert een grote verlichte kerstboom het zicht.

De expositie biedt een overzicht van haar leven en haar beeldende en schrijvende werk, dat nauw verknoopt is. „Mijn werk is een autobiografie van het gevoel”, luidt een op de muur geschilderde uitspraak. Jeugdfoto’s tonen strandvakanties in Wijk aan Zee en een kindertekening heeft veel aandacht voor het leven onder de waterlijn. Er zijn veel foto’s van de schrijfster met haar honden. „Een stuk beton met open zenuwen en een hondenhart, zo zou ik mezelf graag typeren”, zegt ze op een andere muur.

Mutsaers toont hart voor het dier, onder meer als lijstduwer van de Partij voor de Dieren. In Koetsier Herfst is een hoofdpersoon lid van het Lobster Liberation Front en ze maakte een tekening van een kreeft met de tekst ‘being boiled hurts’. In een vitrine ligt een keukenschort met dezelfde tekst.

Op haar 29ste ging Mutsaers (1942) naar de Rietveld Academie, na het voltooien van een studie Nederlands. In de jaren tachtig keerde ze er terug als docent. Mede door een eerste solotentoonstelling in het Museum voor Moderne Kunst Arnhem groeit haar faam als kunstenaar. In de catalogus schaart Paul Hefting haar beeldende werk onder de ‘nieuwe figuratie’: afstandelijk en ironisch en opzettelijk primitief en naïef.

Uit die periode is haar serie van zeven piëta’s, levendige, kleurrijke en in krachtige lijnen gevatte afbeeldingen van Maria en een stervende Jezus. Ze schreef erover in de essaybundel Hazepeper: „De blinden, de Amerikanen, de fox-terriërs, de schoenmakers, Napoleon, James Ensor, de dierenkwellers, de drogisten zonder haar, de wetenschappelijk medewerkers, de paus, wie zou er eigenlijk niet willen sterven in de omarming van zijn bloedeigen moeder? [...] Waar vinden wij, dochters, zo’n toevluchtsoord.”

Ze alludeert op het gebrek aan moederliefde in haar jeugd, een thema dat ze uitwerkte in de roman Rachels Rokje. Die Utrechtse jeugd rekte ze tot haar vijftiende, steppend door de stad. Op haar zestiende was ze met haar vriendje Ton Anbeek (de latere hoogleraar en schrijver), te zien op foto’s, terug op het strand van haar jeugd. Ze voelde een breuk tussen haar en de emmers en schepnetten, een breuk die ze sindsdien „uit alle macht” probeert te herstellen, „het contact met de Dingen, de diepe verzonkenheid in het spel”.

In zijn beschouwing van haar literaire oeuvre noemt Bart Vervaeck het verlies van de betovering het grote thema van haar werk. Hij noemt haar blik „heel concreet”, zij ziet de „tastbare rijkdom in het hier en nu”.

Zelf noemt Mutsaers haar schrijven „doelgerichte grilligheid” en ze vergelijkt zich met een „nachtzwaluw” die langs de taal scheert: „Steels, ja steels zo wou ik schrijven.”

Haar speelsheid blijkt ook uit het geestige schilderij Haringvloot. Het is een ‘beeldspeling’ – een haring met een zeilboot op zijn rug.

Mutsaers leed onder de „uitputtende tweeslachtigheid” van het schrijven of schilderen, tot ze een droom had. Een man beval haar strafregels te schrijven: „Write little inkfish”. De volgende ochtend begon ze, en ze bleef schrijven, hoeveel moeite het haar ook kost. Zeven jaar schreef en schaafde ze aan Koetsier Herfst.

De catalogus roept de vraag op wat Charlotte Mutsaers deze keer met het prijzengeld gaat doen, 60.000 euro groot? De 20.000 gulden van de Constantijn Huygensprijs besteedde ze aan een kleine, groene tractor. Een foto toont hoe ze trots rondrijdt in de tuin van haar huis Les Assarts in Frankrijk.

‘Aangespoeld met pen en penseel’, tot 31/1 in Oostende, Venetiaanse Gaanderijen. ma-za 14-17, zo 10-12 en 14-17 uur. De expositie komt voorjaar 2009 naar Letterkundig Museum, Den Haag.Catalogus ‘Paraat met pen en penseel’(Uitg. De Bezige Bij)

Commentaar: pagina 7

Portret en interviews Mutsaers op nrc.nl/kunst

    • Ron Rijghard