Is een kruisje wel een 'gewoon sieraad' dat van een uniform geweerd mag worden?

aziz_kruisGeen sieraden boven het uniform. En dus ook geen christelijke kruisjes. De Amsterdamse kantonrechter keurde het verbod van het GVB aan het adres van conducteur Mickel Aziz van die strekking goed. Lees hier de uitspraak, in het bijzonder overweging 5.Berichtgeving over de kwestie zelf is hier te vinden op het tv-kanaal AT5. Voor de rechter en het vervoerbedrijf gaat de zaak over zakelijke kledingvoorschriften. Voor de conducteur gaat het om het christelijk geloof en zijn recht om dat uit te dragen met een zichtbaar gedragen kruisje. Het standpunt van het gemeentelijk vervoersbedrijf is hier te vinden. Het GVB wil een ´professionele uitstraling´ en dat met  een ‘uniforme, herkenbare, representatieve’ kleding bereiken.

Aanvankelijk mochten er sieraden ‘op de kleding’ worden gedragen, mits die ‘bescheiden van omvang en kleur’ waren. Daarover ontstond vervolgens binnen het bedrijf discussie, waarna de leiding besloot alle sieraden ´op de kleding´ te verbieden. Oorbellen, ringen en armbanden mogen wel, mits bescheiden. Piercings en tatoeages ‘mogen niet opzichtig en aanstootgevend’ zijn. Voor het GVB is het dus een smaak en stijlkwestie.

Maar voor de conducteur gaat het om de vrijheid een religieus symbool te dragen. Vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting dus. Waarna de associatie met islamitische hoofddoeken snel was gelegd. Die zijn bij het GVB namelijk ingepast in de bedrijfskleding en kunnen dus gewoon gedragen worden.

De rechter zegt nu dat de beslissing van het GVB ‘geen  direct of indirect onderscheid naar geloof oplevert’. De conducteur kan immers nog steeds geloofssymbolen zichtbaar dragen ‘zoals een ring of armband met een kruisje. ‘Maar dat wil de conducteur niet’, zo rapporteert de rechter in zijn, vrij uitgebreide, uitspraak. ‘Een armband associeert hij met mensen die motor rijden en een ring valt volgens hem niet genoeg op. De keuze om af te zien van deze alternatieven staat [eiser] natuurlijk vrij, maar onder diensttijd zal hij zich dienen te gedragen volgens de kledingvoorschriften en genoegen moeten nemen met de wetenschap dat hij het kruis waaraan hij zoveel waarde hecht op zijn hart draagt (maar onder zijn kleding).’

Een hoofddoek, met een GVB logo, vindt de rechter iets heel anders. Dat maakt deel uit van het uniform en is bestemd voor vrouwen ‘die hun haar wensen te bedekken’. Op het religieuze aspect gaat de rechter hier niet in.

Wat vindt u. Is de instructie van het GVB waarbij alle sieraden ‘op de kleding’ worden verboden redelijk? En moet er een uitzondering worden gemaakt voor de wens om uit religieuze overwegingen toch daarop een halsketting (en niets anders) met een kruisje te willen dragen? Gaat de vergelijking met hoofddoekjes op?

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

    • Folkert Jensma