'Ik zou mijn leven zo tien keer overdoen'

Andre Agassi groeide onder druk van zijn vader uit tot een toptennisser. De Amerikaan ging in zijn autobiografie Open op zoek naar zijn eigen ik.

Andre Kirk Agassi (39) ging na zijn tenniscarrière op zoek naar zichzelf. Waarom had hij zich door zijn vader uit Iran laten dwingen om als profsporter diens dromen te vervullen? Waarom mislukte zijn huwelijk met de actrice Brooke Shields? Hoe heeft het zover kunnen komen dat hij drugs ging gebruiken? Wat maakte hem nou zo’n bijzondere tennisser? En zou hij het allemaal nog eens over willen doen? Om die vragen te beantwoorden sloot Agassi zich naar eigen zeggen drie jaar op in zijn huis in Las Vegas om samen met zijn vriend J.R. Moehringer de autobiografie Open te schrijven. Nu de oud-tennisser de antwoorden op zijn vragen publiek heeft gemaakt, hoopt de Amerikaan dat het levenslessen voor anderen zullen zijn.

Agassi is bezig aan een toer om zijn boek te promoten. Na een rondreis door de Verenigde Staten kwam hij gisteren via Berlijn en Londen in Amsterdam terecht. NRC Handelsblad kreeg veertig minuten om in het Amstel hotel met de voormalige nummer één van de wereldranglijst te praten. „Het kost me geen moeite meer om het over mezelf te hebben”, stelt Agassi aan het begin van het gesprek. „Ik heb de mensen in mijn boek bewust toegelaten in mijn leven. Ik heb ze mijn hart en ziel willen laten zien. Het is een verhaal over keuzes maken, over anderen en jezelf kunnen vergeven, over haat en liefde. Door mijn tennisloopbaan is bij mij alles uitvergroot, maar uiteindelijk gaat iedereen toch op zoek naar zijn eigen identiteit.”

Tijdens zijn actieve loopbaan dacht Agassi dat hij een grillige persoonlijkheid was. Stemmingen konden elkaar snel afwisselen. „Ik ben erachter gekomen dat de sport tennis moody is en niet ik zelf. Als tennisser heb je geen tijd om diep over dingen na te denken. Je bent constant met jezelf in gedachten aan het vechten en onderhandelen. Je hebt als topsporter niet de luxe om lastige vraagstukken te beantwoorden. Je moet altijd sterk blijven. Alles is altijd gericht op tennis. Dat was mijn focus. Dan is ontkennen het makkelijkste. Pas toen mijn carrière voorbij was, kon ik opeens in alle rust ademen. Ik kon voor het eerst naar mezelf kijken. Nu begrijp ik pas wie ik echt ben.”

Agassi was als zoon van een Iraanse bokser, door zijn vader voorbestemd proftennisser te worden. Van jongsaf aan kreeg hij in zijn geboorteplaats Las Vegas een Spartaanse opleiding waarbij het slaan van 2.500 ballen dagelijkse kost was. Als tiener werd Agassi tegen zijn zin naar de school van tennisgoeroe Nick Bollettieri in Florida gestuurd met als doel de absolute top te halen. Agassi probeerde zich af te zetten en ging zich rebels gedragen. Hij verfde zijn haar, droeg oorbellen, speelde in afgeknipte spijkerbroeken en misdroeg zich daar waar kon. Al dan niet bewust creëerde hij een sterk imago. Je hield van Agassi of je haatte hem. „Als je opeens in de schijnwerpers staat, dan wordt alles uitvergroot”, stelt de voormalige ‘Kid from Las Vegas’. „Zo droeg ik inderdaad bepaalde kleren. Veel mensen vonden dat mooi en anderen wezen het juist af. Maar ik denk dat de geschiedenis heeft geleerd dat het niet slecht is geweest voor het tennis. De mensen hielden van me omdat ik ze meenam op een denkbeeldige reis. Ik was vooral een onzekere jongen, maar voor velen was ik een held. Anderen drukten een zwaar stempel op mij. Die verafschuwden het juist. De dingen zijn vaak zo anders dan de mensen denken.”

Agassi kwam naarmate zijn loopbaan vorderde meermalen in een identiteitscrisis terecht. Op zoek naar een uitweg zocht hij hulp bij een priester, gebruikte hij drugs of gooide hij uit machteloosheid zijn prijzen kapot. Agassi: „Problemen discrimineren niet. Net als ieder ander mens moest ik oplossingen proberen te vinden. Dus ging ik op zoek naar antwoorden. Mensen hebben de neiging het gedrag van sterren enorm uit te vergroten. Neem de golfer Tiger Woods. Hij heeft miljoenen mensen over de wereld gelukkig gemaakt. Hij werd gezien als een held. En nu Tiger privéproblemen heeft zou hij opeens helemaal niet meer deugen? Het is allebei niet waar. Mensen moeten niet te snel en te hard over iemand oordelen. Ik ben ervan overtuigd dat Tiger zelf niet eens weet hoe hij precies in elkaar steekt. Topsporters hebben simpelweg de tijd niet om zichzelf te begrijpen.”

Agassi bracht op zijn 27ste een ommekeer in zijn leven teweeg. De baseliner, die alleen tenniste om zijn vader te plezieren, was ver weggezakt op de wereldranglijst, zag zijn huwelijk met Brooke Shields mislukken en wilde zich bevrijden uit de ijzeren greep van zijn oude heer. „The lowest point of my career”, zegt Agassi terugkijkend. „Ik had mezelf eindelijk toestemming gegeven om te kappen met tennis. Maar dat heb ik niet gedaan. Ik vond redenen om door te gaan. Ik wist een haat-liefdeverhouding met tennis op te bouwen. Daarna heb ik eigenlijk de meeste successen in mijn loopbaan behaald. Ik heb nooit gespeeld voor het applaus van het publiek. Ik was ook niet verslaafd aan de competitie. Maar ik heb het tennis altijd gebruikt om mezelf te pushen. Het leven van een topsporter is niet eenvoudig. Je moet er veel voor opgeven. Het is een eenzaam bestaan. Maar ik klaag niet. Tennis heeft me heel veel moois gebracht. Mijn vrouw en mijn kinderen zou ik nooit hebben willen missen. Ik zou mijn leven dan ook zo tien keer overdoen.”

De tennisser, die met de Australian Open, Roland Garros, Wimbledon en de US Open alle vier grandslamtoernooien en een olympische gouden medaille op zijn naam heeft staan, heeft in twintig jaar als prof de sport drastisch zien veranderen. Agassi speelde van 1986 tot 2006 tegen kampioenen van verschillende generaties zoals Jimmy Connors, John McEnroe, Jim Courier, Michael Chang, Pete Sampras, Lleyton Hewitt, Roger Federer en Rafael Nadal. „Het tennis is enorm veranderd”, zegt Agassi. „Om de vijf jaar zie je een andere ontwikkeling. Zo is het tennis van vandaag de dag al niet meer te vergelijken met dat van mij een paar jaar geleden. De jongens zijn nu allemaal nog sterker, nog sneller en nog beter dan ik was. We denken altijd dat het niet meer beter kan, maar de sport zal zich nog verder ontwikkelen.”

Agassi kan zich nog goed herinneren dat hij in 1988 bij de US Open tegenover Jimmy Connors stond. „Ik had het idee dat hij ontzettend hard zou slaan. Maar toen ik eenmaal op de baan stond was dat voor mijn gevoel helemaal niet zo. Federer zal wat dat betreft een soortgelijk gevoel hebben gehad toen hij mij voor het eerst aan de andere kant van het net trof. Ik heb nog twee keer tegen Nadal gespeeld. De eerste keer kon ik hem nog aardig partij bieden, maar op Wimbledon in 2006 sloeg hij me volledig van de baan. En nu wint de Argentijn Juan Martin del Potro misschien wel de komende jaren alles. Richard Krajicek was lang, maar deze gast is nog veel groter. In het verleden draaide het bij tennis vooral om strategie en gevoel, maar de fysieke en mentale aspecten zijn nu veel belangrijker geworden. Ze rossen elkaar allemaal van de baan.”

Agassi ziet het wel als een nadeel dat tennisfans minder de tijd krijgen om van hun idolen te leren houden. „Niemand wordt geboren als een Federer-fan of een Nadal-fan, maar wel als een fan van de Yankees. Een tennisser moet altijd iets opbouwen. Daar is tijd voor nodig. Rivaliteit is belangrijk. Zoals Björn Borg groot kon worden door John McEnroe, Pete Sampras en ik ons aan elkaar optrokken en hetzelfde gebeurde met Federer en Nadal. Ik vond het fantastisch om dit jaar mee te mogen maken hoe Federer historie schreef door Roland Garros te winnen. Ik stond daar als toeschouwer te kijken vanaf de andere kant. Ik wist nog hoe belangrijk het voor mij was dat ik Roland Garros in 1999 won. Dat was alles voor mij. Het maakte mijn leven. Al zou dat eigenlijk niet zo moeten zijn. Ik zag bij Federer hetzelfde gebeuren. Opeens slaan de zenuwen toe. Daar kun je je niet op voorbereiden. Ik was net als Federer altijd verbaasd als ik dan toch won.”

Voor zijn gevoel zet Agassi met de presentatie van zijn boek nu pas echt een streep onder zijn tennisloopbaan. „Ik wil tijdens deze toer nog één keer mijn boodschap onder het voetlicht brengen. Ik heb nog geen enkele negatieve reactie gehad. Marat Safin was weliswaar negatief over mijn drugsgebruik, maar hij heeft het boek niet gelezen. Daarom diskwalificeer ik zijn opinie ook. De finishlijn is in zicht. Ik heb eigenlijk niet echt een idee wat ik in de toekomst ga doen. Ik laat het over me heen komen.”

Agassi besteedt samen met zijn vrouw Steffie Graf veel zorg aan de opvoeding van zijn kinderen Jaden (8 jaar) en Jaz (6 jaar). Hij is niet bang om in de dezelfde fouten te vervallen als zijn vader. „Nee, daar maak ik geen zorgen over. Ik moet er eerder voor waken dat ik niet helemaal het tegenovergestelde doe”, zegt Agassi. „Ik heb mijn hele leven als zoon van een immigrant in de Verenigde Staten gewoond. Dus mijn situatie is compleet anders dan die van mijn vader. Ik wil dat mijn kinderen hun eigen keuzes leren maken. Dat ze doen wat zelf leuk vinden. Maar ik moet oppassen dat we dat niet overdrijven. Kinderen moeten wel een bepaalde discipline hebben. Dat moet ze worden bijgebracht. Ik wil vooral dat mijn kinderen als mens succesvol worden. Het maakt mij niet wat ze doen.” En dan lachend: „Ik zal mijn kinderen zo opvoeden dat ze over dertig jaar goed voor me zullen zorgen.”