Ik jut helemaal geen studenten op

Ik heb geen nieuw plan voor de financiering van universiteiten. En „minder gul” ben ik ook niet. Wel is er een andere verdeelsleutel, aldus Ronald Plasterk.

‘Ook de goede Homerus slaapt wel eens’, verzuchtte Horatius als hij een foute versvoet tegenkwam bij de grote Griekse bard. In de krant van 11 december stond in het hoofdredactionele commentaar, ‘Opgejutte studenten’, dat ik een nieuw plan zou hebben om bij de bekostiging van universiteiten minder gul te zijn, dat ik universiteiten via financiële prikkels aan zou zetten om studenten zo snel mogelijk door de studie te jagen, en dat dit zou leiden tot onacceptabele verschraling.

Hier is even gedommeld. Ik heb geen plan, er is niets nieuws, ben niet „minder gul”, heb geen bekostiging die nadruk legt op diploma’s en er is geen sprake van verschraling. Hoe zit het dan? Voor universiteiten geldt ‘lumpsum’-financiering. Ze krijgen elk jaar één bedrag. Het budget voor universitair onderwijs moet daartoe elk jaar verdeeld worden over alle universiteiten. Op dit moment gebeurt dat voor het grootste deel op basis van verstrekte diploma’s (50 procent van de bekostiging is daarop gebaseerd, 13 procent op basis van aantallen eerstejaars, en er is een historisch gegroeide vaste voet). Dat stelsel legt te veel nadruk op het halen van het papiertje, en op het jagen naar eerstejaars, zo vonden ook de universiteiten en de organisaties van studenten. Daarom is twee jaar geleden, inderdaad op voorstel van mij, door de Tweede Kamer besloten tot een nieuwe manier om het budget te verdelen. Het gaat hier om een verdeelsleutel; met ‘minder gul’ had dit niets te maken. Het totale budget verandert niet. De nieuwe verdeelsleutel was gebaseerd op een voorstel van de universiteiten en de studenten. Het budget wordt verdeeld op basis van aantallen studenten (dit weegt voor 60 procent mee in de verdeelsleutel). Zo vergoed je de werkelijke kosten die worden gemaakt: voor onderwijsprogramma’s, en voor elke student die een studie doet, wordt daarom een studie vergoed (als een student voortijdig uitvalt, is de vergoeding navenant lager, als hij of zij er langer over doet dan gepland, blijft de vergoeding die voor een volledig studieprogramma). Er blijft een kleiner aandeel financiering over voor behaalde diploma’s (20 procent). Voorzover universiteiten in het vorige model geprikkeld zouden worden om mensen zo snel mogelijk aan hun diploma te helpen; die prikkel is weggenomen. En wat betreft dat ‘minder gul’: dit kabinet trekt jaarlijks 250 miljoen meer uit voor hoger onderwijs dan eerdere kabinetten.

Ronald Plasterk (PvdA) is minister van Onderwijs.

Het commentaar staat op: nrc.nl/commentaar.