Hoe gaan we om met onze eigenaardigheden?

De integriteit van publieke figuren en bestuurders staat vaker ter discussie.

Het vertrouwen in het gezag neemt af, terwijl we zelf ook niet altijd even integer zijn.

Een man met een drankprobleem bedriegt zijn vrouw en verwaarloost zijn gezin. Maar hij doet goed werk, staat aan het hoofd van een non-profitorganisatie die met succes strijdt tegen mensenhandel. Een televisiepresentator is ambassadeur voor een goed doel en strijkt daarmee een riante gage op, maar sleept tegelijkertijd bakken geld binnen met zijn dramatische televisieoptredens. In hoeverre be- of veroordeel je bewonderenswaardige gedrag op basis van minder verheven gedrag?

Het zijn vraagstukken die in toenemende mate aan de orde zijn op het gebied van het openbaar bestuur: bestuurders die exorbitant hoge restaurantrekeningen declareren, burgemeesters die creatief met de regels omtrent hun woning omspringen, de kroonprins en zijn villa en een prinses die aan belastingacrobatiek doet.

Volgens ethicus Marcel Becker zijn er meerdere oorzaken voor de toegenomen berichtgeving waarbij de integriteit van bestuurders of publieke figuren ter discussie wordt gesteld. „Sinds de jaren zeventig, tachtig is een cultuur van openheid ontstaan. Vroeger was het bestuurlijk apparaat een gesloten bastion, nu kunnen journalisten en andere onderzoekers er met bijvoorbeeld beroep op de Wet Openbaar Bestuur voor zorgen dat bepaalde zaken, bijvoorbeeld de salariëring van politiecommissarissen, algemeen bekend worden. Daarmee gepaard gaat een minder vanzelfsprekend vertrouwen in de overheid.”

De oorzaken van het toenemende aantal integriteitsvraagstukken is dus positief: de burger is mondiger en kritischer, stelt Becker. „En het betekent niet dat functionarissen tegenwoordig minder integer zijn. Er is simpelweg meer oog voor misstanden.” De toegenomen kennis over de levens van publieke figuren maakt de vraag of iemands integriteit in twijfel moet worden getrokken, ingewikkelder. Bij sommige van bovengenoemde voorbeelden is het vrij duidelijk dat het zaakje stinkt. Maar in andere gevallen is het niet precies helder wat de relatie tussen privé- en publiek gedrag is.

Een politicus mag best van bondageseks houden, en als de koningin af en toe te diep in het glaasje kijkt, zullen veel Nederlanders dat waarschijnlijk alleen maar sympathiek vinden. Dat zijn zaken die we niet hoeven en niet zouden moeten willen weten – tenzij de politicus zijn voorkeuren openbaar maakt of de koningin dronken tussen de koekhappende kinderen verschijnt.

Volgens Becker is een belangrijk element bij de vraag of er sprake is van een integriteitsprobleem, iemands maatschappelijke positie en status. Wanneer PVV-Tweede Kamerlid Hero Brinkman een barman dronken een stomp verkoopt, dan is dat minder erg dan wanneer premier Balkenende dat zou doen, bijvoorbeeld. Verder is het van belang in hoeverre iemands uitglijder samenhangt met de aard van zijn functie, zegt Becker. Een minister van Financiën kan beter op bordeelbezoek betrapt worden dan een enorme privéschuld blijken te hebben – al kan hij beide natuurlijk beter laten.

Bij sommige organisaties zijn de eisen die aan het privégedrag van de werknemers worden gesteld strikter. Neem een korpschef van de politie: die kan niet in het weekeinde met een slok op achter het stuur zitten. En ook al zou dat voor een politicus ook niet moeten kunnen, bij hem wordt dat, blijkbaar, weleens door de vingers gezien.

Becker, die ter gelegenheid van ‘De dag van de integriteit’ (19 november jongstleden) een hoofdstuk schreef in het Jaarboek Integriteit, is van mening dat integriteit als deugd ontwikkeld moet worden. Met andere woorden: het gedrag van mensen moet niet worden gestuurd door een stelsel van regels en codes, maar door een intrinsieke motivatie om te handelen in naam van het publieke belang. Regels zijn nodig, maar kunnen soms een tegengesteld effect hebben omdat men dan juist de grenzen van het toelaatbare opzoekt, legt Becker uit. En regels maken passief: „Mensen denken dat ze het goed doen zolang ze zich maar aan de regels houden, en dat weerhoudt ze ervan om zelf na te denken over de vraag welk gedrag geoorloofd is.”

De lastigste gevallen zijn die waarin het niet glashelder is of iemands integriteit in het geding is. Wat moet je vinden van Balkenendes flirt met Europa? Hoe erg is het gerommel van een wethouder in een fietsenhok? En ook al loopt alles met een sisser af en krijgt iemand het voordeel van de twijfel, de argwaan is gewekt. Rollen er wel koppen, zoals in de affaire-Oudkerk, dan krijgt het vertrouwen van het publiek in het gezag, de overheid, alsnog een knauw. De pijnlijke vraag blijkt steeds: wat zegt dit gedrag over de aard van de persoon die we moeten kunnen vertrouwen?

Een manier om tot een beredeneerd oordeel over andermans integriteit te komen, is je persoonlijke integriteit onder de loep te nemen. Waarschijnlijk heb je zelf ook verschillende rollen die op het oog soms moeilijk lijken te verenigen. Je bent een eerlijke werknemer, een toegewijde partner en een verantwoordelijke ouder. Maar het komt weleens voor dat je in het weekeinde over de schreef gaat: je drinkt te veel of gebruikt misschien zelfs drugs. Wat zegt dat over je ouderschap? En wat zegt het feit dat je een keer tegen je baas hebt gelogen over een ziektedag over je betrouwbaarheid als geliefde? Andersom: maakt dat slippertje van een paar jaar terug je een onbetrouwbare werknemer? En hoe zouden mensen naar je kijken wanneer ze het fijne van je seksleven zouden weten?

Je hoeft niet extreem wild te zijn om bij ten minste een paar van dit soort gewetensvragen schoorvoetend toe te geven dat ook jij zo je eigenaardigheden hebt die je liever voor jezelf houdt. Het is aan jou te beoordelen wat de samenhang is tussen de verschillende petten die je in het dagelijks leven draagt. Integriteit betekent weten dat je handelt in overeenstemming met je eigen waarden, ook al ziet dat er voor de buitenwacht misschien anders uit.

Omgekeerd speelt dit ook een rol bij degene die jij beoordeelt. Strookte Balkenendes mogelijke vertrek naar Brussel met zijn wens Nederland zo goed mogelijk door zwaar weer te loodsen? Dat zou best kunnen, maar dat moeten we van hem aannemen. En zo komt het in veel gevallen uiteindelijk toch neer op het aloude vertrouwen, terwijl dat nu juist steeds verder afneemt als gevolg van die overdaad aan ogenschijnlijk tegenstrijdige informatie. Ook al kunnen we niet meer terug naar de tijd waarin het gezag met minder argwaan werd bekeken, toch kun je je afvragen of we ermee geholpen zijn wanneer we alles van iedereen weten.

Hoe beoordeel jij andermans integriteit? Ga naar nrcnext.nl