Een veiling waar vooral aasgieren gedijen

Sinds de crisis in de VS floreert de markt voor opkopers van huisraad.

De veilingmeester treft soms behalve meubels ook bewoners in een opslagbox.

Dan Dotson, een vijftiger in een felgekleurd hawaïshirt en met een strooien hoed op, loopt door een doolhof van felverlichte gangen. Zeventien Amerikanen die een slaatje willen slaan uit andermans economische problemen drentelen achter hem aan, dollarbiljetten in de hand geklemd. Als ze aankomen bij opslagruimte 204, noemt Dotson de naam van de huurder met een betaalachterstand en zegt dat de groep zich schrap moet zetten. „We’re gonna go in!”

Hij knipt het slot door, duwt het rolluik omhoog en de bezoekers verdringen zich om zoveel mogelijk te kunnen zien. Dat gaat met het hoofd naar voren, maar de handen op de rug – aanraken is verboden. „Gereedschapskist”, roept de een. „Tv’s”, een ander. „Ik zie bloed”, een derde. „Ranzigheid” is de conclusie.

Dit doet Dan Dotson een paar keer per dag, 1.500 keer per jaar: de inhoud van opslagruimtes veilen waarvan de huur niet meer betaald wordt. In goede tijden verzamelen huiseigenaren almaar meer spullen. Wel aangekochte, maar niet nodig gebleken artikelen slaan ze buitenshuis op. In slechte tijden kan de huur van de opslag niet meer worden betaald.

Volgend jaar worden naar verwachting nog eens 2,4 miljoen Amerikaanse gezinnen op straat gezet. Zij kunnen hun hypotheek niet langer aflossen, zoeken onderdak voor hun huisraad en huren een opslagruimte. Totdat ook dat te duur wordt.

De vraag naar Dotsons diensten – en duizenden veilingmeesters met hem – is op die manier een direct gevolg van de geïmplodeerde Amerikaanse huizenmarkt. De economische crisis nadert op papier misschien een einde, maar houdt in de praktijk nog aan en kent zonderlinge excessen.

„Het zijn flink wanhopige tijden”, zegt Dan Dotson lachend. „Erg fijn voor mij. Hoe slechter het gaat, des te meer geld we verdienen.” Dotson en zijn vrouw, eveneens veilingmeester, trekken samen door het getroffen zuidwesten van de VS, van de ene opslagruimte aan een doorgaande weg naar de andere.

Ze hebben het zo druk, „fenomenaal”, dat ze wisseldiensten draaien. Zij ligt nu nog te slapen, daar – Dotson wijst naar de skyline van hotelcasino’s van Las Vegas aan de horizon van de woestijn. Het stel werkt vanuit de kofferbak. Daarin liggen naast elkaar een slijptol voor de sloten en een laptop voor de administratie. Ze hebben nu twee keer zoveel veilingen als twee jaar geleden. Vijf jaar geleden had bijna niemand nog van dit type veilingen gehoord.

Amerika kent 51.000 opslagbedrijven. Het is een sterk gefragmenteerde sector, daardoor is er geen compleet beeld van het aantal veilingen. De enige gegevens zijn de aandelenkoersen van beursgenoteerde opslagbedrijven zoals Public Storage, U-Store-It en Extra Space.

Hun aandelenkoersen laten dezelfde trend zien: tot de huizenmarkt inklapte ging het almaar beter. Daarna volgde de vrije val. En de laatste maanden stijgen de aandelen weer, omdat met het voortduren van de huisuitzettingen ook het aantal gehuurde boxen stijgt. De inboedel moet toch ergens heen.

De inhoud die veilingmeester Dan Dotson aantreft, verandert. In goede tijden zaten de ruimtes vol met prullaria, nu zijn er waardevoller spullen opgeslagen: wasmachines, complete woninginrichtingen, een volledige restaurantinventaris. Zo nu en dan begroet Dotson zelfs mensen in de ruimtes. Die zijn er van lieverlee maar gaan wonen.

Dat is een serieus probleem, zegt een van de werknemers van het Store-N-Save-filiaal dat Dotson vandaag aandoet. Om illegale bewoning tegen te gaan, installeren opslagbedrijven steeds vaker airconditioning en zetten die op stand ‘vrieskou’ – een kostbare zaak in woestijnstad Las Vegas. „Het kan iedereen overkomen”, zegt de werknemer, Patrick Logan. „Eerst raak je je baan kwijt, dan je huis. Tenslotte eindig je hier.”

Met een betaalachterstand van vijf dagen mag de verhuurder het slot vervangen en een veiling uitschrijven. Maar gewoonlijk wordt een maand gewacht voordat er een veilingmeester als Dotson in de arm wordt genomen. De koop betreft de complete inhoud van de ruimte, losse onderdelen zorgen maar voor complicaties en tijdsverlies. Het minimumbedrag is 1 dollar, 20 procent van de opbrengst is voor de veilingmeester. „In dát kastje kan een Rolex zitten”, moedigt Dotson aan. Niemand die zich laat opjutten; de meesten bieden vaker mee op dit soort veilingen.

Door de explosieve toename van het aantal veilingen is een nieuwe, vooralsnog marginale bedrijfstak ontstaan: kleine zelfstandigen die met veilingmeesters mee door het land trekken. Zij maken hun beroep van het eerst kopen en daarna weer verkopen van de huisraden van wanbetalers.

Lisa Harder is zo iemand, het is haar voornaamste inkomstenbron geworden. Terwijl ze door de kale gangen achter Dotson aanstiefelt vertelt ze dat ze elke maand de inhoud van tien ruimtes opkoopt. Ze verkoopt de spullen door op internet. Ze zegt er 1.600 dollar mee te verdienen. „Daar betaal ik mijn eigen hypotheek en een paar rekeningen van.” Lisa’s man werkte in de bouw. Dat is geheimtaal voor: hij is al jaren werkloos. „Dus nu moeten we maar onze eigen kleine economietje maken.”

Lisa Harder schiet weg, op naar box 331. De ruimte is leeg op een schoenendoos op de betonnen vloer na.

„Ik wil het niet hebben”, zegt een man resoluut.

De vrouw naast hem is iets minder professioneel: „Stil nou.”

Hij weer: „Láát het.”

Zij: „Ssst. Ik hou van dat merk.”

Voor 9 dollar koopt ze een paar oude schoenen.

Lees meer crisisverhalen op de website van de krant: nrc.nl/minder