Donormelk voor vroege baby's

Het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam opent volgend jaar een plek waar moeders hun afgekolfde melk kunnen doneren.

Van een bloedbank kijkt niemand in Nederland meer raar op – en ook niet van een organenbank en een spermabank. Maar een moedermelkbank, die is er niet. In het voorjaar van 2010 komt daar verandering in: dan opent het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam (onderdeel van het Erasmus MC) een bank waar moeders die moedermelk kunnen missen, hun afgekolfde melk kunnen doneren.

„Die melk gaan we vooral gebruiken voor kindjes die veel te vroeg geboren zijn”, vertelt kinderarts Hans van Goudoever van het Sophia Kinderziekenhuis, „en die bij ons op de couveuseafdeling liggen.” Er zijn verschillende redenen waarom veel van hen geen borstvoeding kunnen krijgen, zo legt hij uit. Vaak komen baby’s te vroeg ter wereld omdat de moeder ziek is. Zij heeft bijvoorbeeld zwangerschapsvergiftiging, en krijgt daarom medicijnen om haar bloeddruk omlaag te krijgen. Of ze heeft weeënremmers gekregen om de bevalling uit te stellen. Zou zij vervolgens zelf borstvoeding geven, dan zou ze die medicijnen aan haar kind doorgeven, wat schadelijk kan zijn. „Daarnaast zijn deze kindjes zelf vaak ook heel ernstig ziek”, voegt Van Goudoever toe. „De stress en angst die de moeder daardoor heeft, maken borstvoeding vaak onmogelijk.”

Het gaat met name om kindjes die na een zwangerschapsduur van minder dan dertig weken ter wereld komen en vaak minder dan 1.500 gram wegen. In heel Nederland zijn dat er zo’n tweeduizend per jaar, van wie driehonderd in Rotterdam. „Zij krijgen meestal kunstvoeding”, zegt Van Goudoever, „terwijl juist deze kwetsbare groep extra baat heeft bij moedermelk.” Moedermelk bevat waardevolle antistoffen tegen infecties en stoffen die de ontwikkeling van een gezonde darmflora en van het immuunsysteem stimuleren. „Borstgevoede kinderen hebben veel minder infecties dan kinderen die kunstvoeding krijgen”, stelt de kinderarts. „Dat geldt helemaal voor zeer vroeggeborenen. Moedermelk verlaagt bij hen het risico op overlijden en verkort de opnameduur. Op langere termijn zorgt moedermelk voor een lagere bloeddruk, minder allergieën, minder ziekenhuisopnamen in het eerste levensjaar, een lager cholesterolgehalte en een hoger IQ.”

Vanaf de Tweede Wereldoorlog tot begin jaren zeventig bestonden in Nederland meerdere moedermelkbanken. „Maar toen raakte moedermelk uit de mode en verdwenen de banken van het toneel”, aldus de Rotterdamse initiatiefnemer. „Wereldwijd zag je hetzelfde gebeuren, maar dan met name vanwege de toenemende angst voor ziekten zoals aids. Maar landen als Duitsland, Zweden en Italië zijn ons de afgelopen jaren al voorgegaan.” Die ontwikkeling sluit aan bij de toenemende populariteit van moedermelk, na tijdelijke dips rond 1975 en 1995.

Potentiële moedermelkdonoren worden zorgvuldig gescreend. De artsen willen er zeker van zijn dat ze niet roken, niet drinken en geen infectieziekten of wisselende seksuele contacten hebben. Vervolgens moet de gedoneerde melk een aantal behandelingen ondergaan, wil ze geschikt zijn voor couveusekinderen. „Vroeggeborenen groeien twee keer zo snel als voldragen baby’s”, aldus Van Goudoever. „Ze hebben daardoor relatief veel eiwitten, energie en mineralen nodig. Moedermelk is daar evolutionair gezien niet op aangepast.” Daarom voegen de Rotterdammers deze stoffen aan de moedermelk toe. Ze zijn vooralsnog afkomstig uit koemelk.

„Daarnaast moeten we de moedermelk pasteuriseren”, vertelt de kinderarts. „Moedermelk is namelijk nooit helemaal steriel. De melk zelf kan bepaalde virussen bevatten en bij het afkolven kunnen er bacteriën bijkomen. Als je die melk aan je eigen kind geeft, dan kan dat geen kwaad. Maar bij melk die langer bewaard moet worden en die bedoeld is voor zeer kwetsbare baby’s, willen we geen enkel risico lopen.” Bij de pasteurisatie wordt de melk een half uur verhit op 62 graden. In hoeverre dat ten koste gaat van de kwaliteit van de melk, willen de Rotterdammers nu gaan onderzoeken.

Is het inzamelen voor de donormoeders niet een heel gedoe? „Dat valt wel mee”, denkt Van Goudoever. „Ze hoeven de melk niet dagelijks te brengen, maar kunnen die zelf tot twee maanden in de vriezer bewaren. En ze hoeven niet veel te doneren. Een vroeggeborene heeft vaak maar één bekertje melk per dag nodig. ”