De normgevende herinnering

Aan het slot van zijn monumentale geschiedschrijving van Nederland in de Tweede Wereldoorlog constateerde dr. L. de Jong eind jaren 80 dat de „smartelijke, maar tegelijk ook normgevende” herinneringen aan de Duitse bezetting in de twintigste eeuw levend waren gebleven. „Hoe en hoelang zij op de Nederlandse samenleving zullen inwerken, weet niemand”, voegde hij daaraan toe. „Latere generaties zullen aan de jaren 1939-1945 vragen stellen die wij thans niet eens kunnen bevroeden.”

Zondag wordt het laatste deel uitgezonden van de televisieserie De Oorlog van de NPS. De naoorlogse generatie onderzoekers en televisiemakers die de serie vervaardigde (onder eindredactie van Ad van Liempt en sober gepresenteerd door Rob Trip) heeft andere accenten gelegd dan De Jong in zijn beroemde serie De Bezetting uit de jaren 60. Maar de ‘normgevende herinneringen’ zijn onaantastbaar gebleken. Het ‘finale’ oordeel van De Jong (hem is nogal eens zwart-witdenken verweten) luidde dat het algemene beeld in Nederland niet afweek van dat in andere bezette landen: „In elk land is gecollaboreerd, in elk land is verzet geboden, in elk land is er een relatief kleine illegaliteit geweest.” Dit beeld is volledig in stand gebleven.

De makers van De Oorlog verdienen een groot compliment voor het intensieve en gewetensvolle onderzoek dat aan de serie ten grondslag ligt. Onbekend beeldmateriaal en tot dusver verborgen egodocumenten vormden het uitgangspunt. Dankzij de invoelbaarheid van de ervaringen van getuigen en de onbevangenheid van de makers leverde dit een eigentijdse vorm van geschiedschrijving en een overtuigend beeld op.

Meer dan bij De Jong lag in De Oorlog de nadruk op het dagelijks leven gedurende de bezetting. Hier werd de geschiedenis getoond van mensen die alleen maar zo goed mogelijk wilden overleven. De serie vertelde ook het verhaal van de wegkijkers, meelopers en daders, inclusief collaborateurs en NSB’ers. Het is een verdienste van deze benadering dat allerlei nuances van recent historisch onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog nu een breed publiek hebben kunnen bereiken. Een nadeel van de keuzes, die onvermijdelijk moesten worden gemaakt, is dat het verzet er hierdoor nogal bekaaid vanaf is gekomen. In het boek De Oorlog dat Van Liempt op basis van de televisieserie heeft gepubliceerd, komen de namen van de iconen van het verzet niet voor, geen Gerrit-Jan van der Veen, Hannie Schaft, Johannes Post. Uiteraard is elk streven naar volledigheid bij een dergelijke onderneming een illusie, maar men kan ook té huiverig zijn voor symbolen van morele heldenmoed.

Het laatste deel zal zondag onder meer gaan over de herdenkingen – met alle conflicten gedurende de Koude Oorlog van dien – en over de affaires en debatten aangaande de waardering van de verschillende aspecten van collaboratie en verzet. Op de achtergrond hiervan staat wat De Jong het ‘normgevende’ van de herinnering aan de bezetting heeft genoemd.

Op dit punt heeft Van Liempts serie weliswaar nuances aangebracht en andere accenten gelegd dan voorheen, maar De Jongs verwachting dat een volgende generatie „vragen die wij thans niet eens kunnen bevroeden” zou stellen, is nog niet uitgekomen. Van een paradigmawisseling in de perceptie van de Tweede Wereldoorlog is geen sprake. De makers stelden zich expliciet ten doel „weg te blijven uit de klassieke goed-fout-oordelen en uit het geijkte schema van collaboratie en verzet”, zoals Van Liempt het formuleerde. „We hebben geprobeerd ons zoveel mogelijk van morele appreciaties te onthouden en die over te laten aan de kijker”, zei hij in een lezing over de serie. Maar ook zonder morele oordelen op te dringen, laat De Oorlog geen twijfel bestaan aan de onmenselijkheid van de nazi-ideologie en aan het verband tussen discriminatie en genocide.

Ook De Oorlog heeft de oorlog als moreel ijkpunt, dat wil zeggen: meer afstand, meer relativering, meer nuancering verandert niets aan het aan WO II ontleende idee van de universele rechten van de mens en de dure plicht van de internationale gemeenschap deze tegen iedere prijs te handhaven. Dat blijft de norm die wij sinds de Holocaust moeten stellen. In zijn recente ideeëngeschiedenis De uitvinding van de mensheid schrijft politicoloog Siep Stuurman dat ideeën ertoe doen: „Wat mensen denken en onder woorden brengen, heeft invloed op het verloop van de geschiedenis (…) De grenzen van het denkbare stellen ook grenzen aan de praktische gedragslijnen die denkbaar en dus realiseerbaar zijn.” Mensen passen hun denkbeelden weliswaar aan hun belangen aan, maar het omgekeerde is evenzeer het geval. Mensenrechten gaan boven vermeende staatsraison en Realpolitik.

Daarom ben ik het niet eens met Ad van Liempt als hij in het laatste hoofdstuk van De Oorlog de staf breekt over ‘moralistische conclusies’ die in alle naoorlogse debatten werden getrokken als dooddoener in allerlei gekissebis. „Wie zich in een discussie beriep op de waarden die in de Tweede Wereldoorlog op het spel stonden, had bij voorbaat het gelijk aan zijn zijde”, schrijft hij ironisch. Maar hij spreekt zichzelf daar tegen, want het is hem niet ontgaan, dat wie zich met een beroep op die waarden keerde tegen Nederlandse oorlogsmisdaden in Indië allesbehalve ‘bij voorbaat gelijk’ kreeg. Integendeel, de staatsraison ging boven de mensenrechten. De door de ervaring van de oorlog gestelde norm werd in Indië dadelijk geschonden.

Het is waar dat ‘de oorlog als norm’ vaak is misbruikt voor provocaties en pogingen anderen de mond te snoeren. Maar ik denk dat het normgevende karakter van de herinnering, het morele ijkpunt voor het denken over mensenrechten, ook in De Oorlog is bevestigd, wat de serie en het boek van Van Liempt alleen maar waardevoller maakt.

Reageren kan op nrc.nl/etty (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)

    • Elsbeth Etty