Citigroup, Wells Fargo betalen steun terug

De Amerikaanse banken Citigroup en Wells Fargo betalen samen 45 miljard dollar (31 miljard euro) terug aan de Amerikaanse overheid. Door het afbetalen van leningen zijn de instellingen niet langer gehouden aan de beloningsbeperkingen die de overheid aan bankwerknemers wil opleggen. De Amerikaanse overheid leent sinds eind vorig jaar honderden miljarden uit aan verschillende banken.

Citigroup en Wells Fargo zijn de laatste twee grote Amerikaanse banken die nu hun noodkredieten hebben terugbetaald. Vorig jaar pompte de overheid 245 miljard dollar in ruim zevenhonderd instellingen; daarvan is nu 161 miljard afgelost.

„We zijn verheugd mee te delen dat Citigroup weer financieel gezond genoeg is de lening af te betalen”, zei topman Vikram Pandit van Citigroup. Ook Wells Fargo benadrukt een positief einde van de steunmaatregel door te benadrukken dat „de belastingbetaler financiële meeropbrengsten” van de bank aan de transactie overhoudt.

Van Amerika’s grootste ondernemingen die de overheid boven water heeft gehouden, zijn nu alleen nog verzekeraar AIG en autobedrijf General Motors over. Vorige week heeft Bank of America 45 miljard dollar afgelost. JPMorgan Chase en Goldman Sachs hebben hun lening in juni al afbetaald. Het ministerie van Financiën verwacht in totaal 19 miljard dollar winst te maken op deze noodkredieten die deel uitmaakten van het zogeheten TARP-programma.

De directies van onder meer Citigroup, Goldman Sachs en JPMorgan Chase overlegden gisteren ook met president Obama. Die sprak de banken aan op hun morele verantwoordelijkheid de economie te stimuleren. Hij wil dat zij meer leningen verstrekken aan het midden- en kleinbedrijf op „elke verantwoorde manier”. „Nu de banken weer op eigen benen staan verwachten wij een buitengewone inzet van hen om de economie weer te kunnen opbouwen.”