Broedplaats

In 2002 schreef de Amerikaanse socioloog Richard Florida dat de creatieve klasse in opkomst was en essentieel voor de ontwikkeling van hedendaagse steden. Nederlandse beleidsmakers luisteren graag naar Amerikanen en namen zijn advies ter harte. Ze begonnen enthousiast met het stimuleren van creatieve broedplaatsen. Ongebruikte panden werden omgetoverd tot een olijk samenkomen voor jonge creatieven, compleet met skinny jeans, britpopkapsels, fluorescerende jasjes en grote roze-omrande jaren-tachtigzonnebrillen.

Maar goed, ik ga jullie natuurlijk niet vermoeien met stadsontwikkelingsbeleid. Waar het hier om gaat zijn de feestjes van weer een interdisciplinaire cultuurplek die een wijk hip gaat maken. Voor een feest met kunstacademiemeisjes en goedkoop bier willen mijn vrienden en ik best een avond tegen fluorescerende trainingsjackjes aankijken en naar experimentele minimaltechno luisteren. Zo zijn we dan ook wel weer.

Dus stapte ik op een druilerige zaterdagavond een helverlicht pand binnen met versgeknipte meisjes en jongens in Scandinavische skitruitjes (hét alternatief voor fluorescerend, schijnt). Het leuke van zo’n broedplaats is dat het vaak een vaag gebouw is waar in vreemde ruimtes onverwachte en ‘prikkelende’ dingen gebeuren. Video-installaties, interactief schilderen, beats maken met je tenen (dat was nou eenmaal beloofd in de subsidieaanvraag). Samen met een vriend baande ik mij een weg langs zitzakken, vj’s en verrassende kunst en viel een vaag zaaltje binnen. Er zat één dame met designerbril te kijken naar een groot filmdoek. We namen plaats achter haar. Op het doek speelde zich het volgende af: een meisje hing naakt in de touwen en om haar heen reden radiografische autootjes met dildo’s erop. De autodildo’s beukten tegen het meisje aan. De voice-over vertelde dat het meisje een penetratiefobie had en dat de regisseur de grenzen van haar psyche probeerde te verkennen.

Hoewel ik experimentele projecten best serieus kan nemen werkte deze avant-garde cinema me op de lachspieren. Dat werd me niet in dank afgenomen door de dame voor ons. ‘Get out!’ schreeuwde ze, geschokt door ons blijkbaar onacceptabele gegrinnik. ‘You don’t know the rules here!? Silence! You primitives!” Sociaal als we zijn verwijderden we ons snel uit de ruimte. Achter ons werd op het filmdoek een gekneveld meisje levend begraven terwijl ze in paniek kronkelde en huilde. De filmliefhebster was zichtbaar tevreden dat wij cultuurbarbaren het zaaltje verlieten en keek met een gelukzalige blik verder hoe de grenzen van de menselijke psyche werd onderzocht. En wij, wij mengden ons onopvallend tussen de rest van de creatieve klasse.