Weer moe bij het zien van de beelden van '63

In Leeuwarden ging gisteren De hel van ’63 in première, een film over de zwaarste Elfstedentocht ooit. „Fenomenaal hoe natuurgetrouw alles is.”

KARIN DE MIK

Het geluid van krassende ijzers over natuurijs. Dat ontroerde oud-Elfstedenrijder Teun Udding uit Uffelte gisteren vooral, toen hij de film De hel van ’63 in Leeuwarden zag. „Als je het goed doet, zingen de schaatsen over het ijs. Dat is zo’n mooi geluid.”

Samen met bijna 3.000 genodigden, onder wie Prins Willem-Alexander, beleefde hij de galapremière van de speelfilm over de barre Elfstedentocht van 1963. Van de tienduizend deelnemers haalden toen 58 wedstrijd- en 69 toerrijders de finish in Leeuwarden. Stuifsneeuw, een bijtende wind, strenge vorst en slecht ijs maakten deze editie van de Tocht der Tochten tot de zwaarste ooit.

In de film worden een arbeider (Chris Zegers), een boerenzoon, (Lourens van den Akker) een verpleegster (Chava voor in ’t Holt) en een militair (Cas Jansen) gevolgd. Regisseur Steven de Jong baseerde het scenario mede op de herinneringen van schaatscoach Henk Gemser, die in 1963 als toerrijder meedeed. Grote delen ervan werden in Finland opgenomen.

Udding (31ste in de wedstrijd) vertelt dat veel details kloppen. Zoals de grote scheur in de ijsvloer waarover menig rijder onderuit gaat. En de „hongerklop” die een van de hoofdpersonen overvalt. Udding ervaarde het zelf. „Vijf kilometer na de start maakte ik een rotklap op het ijs door een scheur. Mijn rechterarm raakte uit de kom. Zo ben ik verder geschaatst.” Ook een hongergevoel speelde hem parten. „Ik zag zwart, hallucineerde. Ik ben verdergehobbeld en bij een koek-en-zopietent heb ik een handvol Marsen opgegeten.”

Leeuwarden beleefde gisteren de grootste première van een Nederlandse speelfilm aller tijden. In twee sessies zagen in totaal 6.000 genodigden De hel. Behalve de acteurs waren oud-schaatsers aanwezig, onder wie Elfstedenwinnaar Reinier Paping, nummer twee Jan Uitham en Jeen van den Berg, die derde werd. Zij werden na afloop door Elfstedenvoorzitter Wiebe Wieling gehuldigd. Ze kregen een zilveren beeldje van een schaatsenrijder met het Elfstedenkruisje erop. Jeen van den Berg stak het kleinood triomfantelijk omhoog. „It hald net op” (het houdt maar niet op), zei hij.

De filmbeelden brachten ook nummer twee Jan Uitham terug naar die januaridag van 1963. „Ik voelde weer die koude wind en die stuifsneeuw die over je gezicht striemde. Fenomenaal hoe natuurgetrouw alles is verbeeld.”

George Schweigmann (acht Elfstedenkruisjes) was de 69ste en laatste toerrijder die in 1963 binnen de tijdslimiet Leeuwarden haalde. „De laatste tien kilometer kon je door de bergen sneeuw niet meer rijden. We hebben toen op schaatsen gelopen.” De film vond hij „heel mooi”. „Bepaalde details herken ik. Zoals het telegram dat de hoofdpersoon verzond. Mijn vrouw lag die dag in het ziekenhuis en in elke stad zond ik haar een telegram.”

Ook volgens schaatscoach Henk Gemser geeft de film het gevoel van 1963 goed weer. „Ik heb hem drie keer gezien en de eerste keer schoot ik vol. Ik was nu ook weer echt moe toen ik de beelden zag.”

De vele ontberingen van destijds worden goed weergegeven. Gemser: „Bij vermoeidheid gaven je maten je echt een schop met de punt van de schaatsen. Je was totaal leeg, maar je moest verder.” Ook de euforie toen bekend werd dat de Elfstedentocht definitief doorging, is herkenbaar, meent Gemser. „Dat geeft je een drive. Je jankt haast van plezier.”

Gemser gaf de acteurs schaatsles. Chris Zegers rijdt nu „heel behoorlijk. Hij is een liefhebber geworden. Ik denk dat hij een Elfstedentocht in het echt aan zou kunnen.”

Udding stelt dat de acteurs niet veel beter getraind waren dan de meeste toerrijders destijds. „Veel van hen zijn toen roekeloos aan de tocht begonnen.”