'Wat was de vrede mooi, in de oorlog!'

De laatste twee afleveringen van de negendelige reeks De oorlog (NPS) bestrijken de periode na 5 mei 1945. Voorzover ik weet is er in eerdere televisiegeschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog nooit zo zwaar ingezet op de nasleep. Die is om velerlei redenen immers lang onderbelicht gebleven.

Presentator Rob Trip citeerde gisteren in deel 8, Loodzware jaren, over het tijdvak 1945-49, een anonieme verzuchting: „Wat was de vrede mooi, toen het nog oorlog was.” Afgezien van de schaarste en de teleurstelling over het uitblijven van een doorbraak in de vooroorlogse politieke verhoudingen, neemt de serie onder eindredactie van Ad van Liempt twee tot op de dag van vandaag nog nauwelijks verwerkte problemen uit de eerste naoorlogse jaren onder de loep.

Het eerste was een onvermogen van de samenleving, dus van de autoriteiten, fatsoenlijk om te gaan met al diegenen die plotseling in een heel andere situatie terechtkwamen. Dat gold voor de repatrianten uit Nederlands-Indië, maar ook voor de uit Duitsland teruggekeerde dwangarbeiders en ingezetenen van concentratiekampen. Hun viel een kille, wantrouwige houding ten deel. In het geval van de slachtoffers van de Jodenvervolging was dat wel heel lastig te verkroppen.

Maar ook de bejegening van apert foute Nederlanders, veelal leden van de NSB, vertoonde meer uitwassen dan het algemeen bekend geworden kaal knippen van de „moffenhoeren”. De oorlog excelleert in het openbaren van onbekende filmopnamen, documenten en dagboekfragmenten, die de details invullen. Zo wordt nu verhaald hoe de aan de Amsterdamse Levantkade opgesloten landverraders getrakteerd werden op een dressing van dode vliegen over hun rantsoen en dat in de Harskamp bewakers af en toe in het wilde weg door de muren van de barakken schoten. Maar een echte Bijltjesdag met lynchpartijen, zoals in Frankrijk, bleef uit.

Het andere grote probleem was het militaire optreden tegen de zichzelf onafhankelijk verklarende republiek Indonesië. De oorlog documenteert de onzinnigheid van de term „politionele acties” en laat ook zien hoe groot het verzet in binnen- en buitenland was tegen de bescherming van de koloniale belangen. Ik wist niet dat 20 procent van de dienstplichtigen Indonesiëweigeraar was en dat 500 van hen veroordeeld werden tot meerdere jaren gevangenisstraf. Ook schrok ik van het feit dat er in die tijd gemiddeld 160 Nederlandse militairen per maand sneuvelden.

De oorlog is een monumentale serie geworden, ook al waren de eerste afleveringen soms dramatisch weinig meeslepend. De samenstellers kozen terecht voor ongemakkelijke televisie.

    • Hans Beerekamp