Twee wetenschappelijke woordenboeken

Er is een nieuw eigentijds woordenboek online gekomen. Het roept meteen vragen op.

In alle stilte zijn vorige week twee wetenschappelijke woordenboeken voor het Nederlands op internet beschikbaar gekomen. Het gaat om het Middelnederlandsch Woordenboek (MNW) en een ‘demoversie’ van het Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW).

Het Middelnederlandsch Woordenboek beschrijft de Nederlandse woordenschat van 1250 tot 1550. Het is het levenswerk van Jacob Verdam, die bijna veertig jaar aan dit woordenboek werkte. Op papier telt het negen delen, het verscheen tussen 1885 en 1929, en het telt 60.000 alfabetisch gerangschikte trefwoorden. In totaal bevat het ruim 400.000 citaten uit de Middelnederlandse literatuur.

Voor de digitale versie is het MNW bewerkt. Bij elk lemma is een trefwoord in hedendaags Nederlands gevoegd, de (meeste) citaten zijn gedateerd en van een bron voorzien, zetfouten zijn gecorrigeerd en de belangrijkste aanvullingen en verbeteringen zijn verwerkt. De bestudering van het Middelnederlands heeft sinds 1929 natuurlijk niet stilgelegen, maar toch wordt het MNW alom beschouwd als een onmisbaar naslagwerk. Het is dan ook prachtig dat het nu door het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) in Leiden beschikbaar is gesteld. Na registratie kan iedereen het gratis gebruiken (zie www.inl.nl)

Ook het Algemeen Nederlands Woordenboek is een product van het INL, want dat is nu eenmaal de voornaamste wetenschappelijke woordenboekinstelling in het Nederlandse taalgebied. Het gaat hier om een prestigieus woordenboek, dat het Nederlands in Vlaanderen en Nederland zal beschrijven van 1970 tot 2019. Er wordt sinds 2001 aan gewerkt, door een redactie van zes mensen (plus assistenten), en de bedoeling is dat het uiteindelijk zo’n 70.000 woorden zal bevatten. De kosten zijn hoog: minstens 700.000 euro per jaar.

Voor de eerste portie baseerde de redactie van het ANW zich op een materiaalverzameling van honderd miljoen woorden, een verzameling die al in 2005 is afgesloten, iets wat onder taalkundigen tot veel discussie heeft geleid.

Want hoe kun je nou een eigentijds woordenboek maken, dat pas in 2019 klaar is, als je materiaalverzameling reeds in 2005 is afgesloten, de neologismen uitgezonderd? Bovendien lijkt honderd miljoen woorden misschien veel, maar dit komt ongeveer overeen met vier jaargangen van een dagblad en minder dan duizend romans.

Ik sta hier even bij stil omdat die materiaalverzameling bepalend is voor de inhoud van dit onlinewoordenboek: alleen woorden die ten minste vijftien keer in de materiaalverzameling voorkomen, komen voor opname in aanmerking.

De demoversie van het ANW bevat 914 artikelen. Het eerste wat opvalt is dat dit er zo ontzettend weinig zijn. Ik kan niet goed rekenen, maar begonnen in 2001, redactie van zes mensen, acht jaar bezig en dan komen met 914 trefwoorden? Natuurlijk moest er heel veel voorbereidend werk worden gedaan, maar dit lijkt mij toch een tamelijk bescheiden productie.

Let wel: dit is een project dat, tot 2019, ten minste 13 miljoen euro aan belastinggeld kost, dus we staan er wat langer bij stil. Volgende keer meer over de inhoud. En over de vraag: maar we hebben toch al verschillende commerciële eigentijdse woordenboeken, zoals Koenen, Prisma en Van Dale, is het ANW dan inderdaad zoveel beter? Kijk zelf vast op http://anw.inl.nl.

Reacties naar sanders@nrc.nl of via www.nrc.nl/woordhoek

    • Ewoud Sanders