'Prettige feestdagen'

Bent u al begonnen aan het ontwerpen van de kerst- en nieuwjaarskaarten? Nee? Dan wordt het tijd.

Eerst even het adresboek uit de kast halen om na te gaan wie er dit jaar geschrapt kunnen worden. Hans en Ans misschien? Vorig jaar lieten ze niks meer van zich horen, terwijl u nog wel zo’n prachtige kaart met zelfgebreide poesjes op de voorkant had gestuurd. Laten zij nu maar eens het initiatief nemen, dan kunt u altijd nog tegen oudejaarsdag een simpel kaartje naar ze sturen.

En Karel? Een twijfelgeval. Toen hij nog met Simone getrouwd was, stuurde hij altijd trouw een kaartje, maar sinds de scheiding geeft hij geen sjoege. Simone trouwens ook niet meer, maar die was echtbreker en schaamt zich misschien te erg. „Een vredige Kerst” krijg je niet uit je pen als je net met slaande deuren bent weggelopen.

Iemand als Berlusconi zie ik ook niet meteen lievige kaarten (‘Felice anno nuovo’) rondsturen nu hij door een verwarde man is mishandeld. Al is hij wel weer gehaaid genoeg om op zo’n kaart een foto met zijn bloedende gezicht af te drukken, vergezeld van de tekst: „Voor mij geen witte Kerst. Wilt u écht dat links gaat regeren?”

Kortom, of je zulke kaarten verstuurt, is afhankelijk van je humeur in de maand december en van de dunk die je van de potentiële geadresseerde hebt.

Er zijn ook mensen die uit principe geen kaarten meer versturen. Ze vinden het een zinloos gedoe, al dat geschrijf naar mensen die je soms in geen tijden meer hebt gezien. Waarom zou je nog langer de schijn van een contact ophouden? De mensen gooien die kaarten toch maar achteloos weg.

Je kunt er ook anders tegenaan kijken. Juist omdat je elkaar, om wat voor reden dan ook, niet vaak meer ziet, kun je zo’n kaart ook als een welgemeend levensteken beschouwen. „Ik ben er nog! Jullie ook?” Je laat zien dat de ander nog niet helemaal uit je gedachten verdwenen is, hij telt wel degelijk mee, maar door omstandigheden „kwam het er niet van”.

Voorwaarde is dan wel dat je iets probeert te máken van je kaart. Je kunt niet routineus volstaan met op de voorkant een kerstman met een engeltje op een arreslee en aan de binnenkant de voorgedrukte tekst ‘Prettige feestdagen’ en dan een paar voornamen eronder. Als Hans en Ans dit jaar op die manier hun verzuim van vorig jaar willen goedmaken, hoeven ze niet op gratie te rekenen.

Bij ons thuis beheert mijn vrouw de afdeling ‘Kerst- en vakantiekaarten’. Een strak georganiseerde en daarom goedlopende afdeling. Zij controleert wat er binnenkomt en creëert wat er uitgaat. Ik heb dispensatie omdat ik andere teksten moet schrijven die wél geld opbrengen. Dat komt goed uit omdat het schrijven van een originele kerstkaart stukken moeilijker is dan het schrijven van een aardige column.

Als je er iets zinvols van wilt maken, moet je in een notendop samenvatten wat het afgelopen jaar voor je betekend heeft. De informatie moet kloppen, maar mag niet te somber zijn. Je schrijft niet: „Wij kregen allemaal tuberculose, we hopen dat het jullie beter is vergaan.” Je schrijft: „Iedereen was hier verkouden, maar we kunnen nu de lente weer ruiken. Jullie ook?” Mijn vrouw beloont de mooiste kaarten door ze te bewaren. Een mooie kaart is een uiting van liefde, vindt ze. Daar kan geen column tegenop, begrijp ik.