P.C. Hooftprijs naar Mutsaers

Charlotte MUTSAERS (1942) beeldend kunstenaar, schrijfster,auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Oostende _Belgie, 19 juni 2008 Mentzel, Vincent

Schilder-schrijver Charlotte Mutsaers krijgt de P.C. Hooftprijs 2010. De auteur van romans als Koetsier herfst en Rachels Rokje is de eerste vrouw sinds Hella Haasse (1983) die de prijs in de categorie proza krijgt.

Volgens de jury van de P.C.Hooftprijs (60.000 euro) is Mutsaers’ werk „een groot impliciet pleidooi voor de verwondering, de betovering, de onbevangenheid, het enthousiasme”. Haar proza is „onmiskenbaar het werk van een dubbeltalent. Zo geduldig als een schilder de materiële wereld beklopt en aftast, zo precies plooit Mutsaers haar teksten.”

De jury schrijft in haar rapport dat de 67-jarige Mutsaers de prijs voor haar verhalend proza krijgt, maar „dat het onmogelijk is om haar romans los te denken van essaybundels als Paardejam en Zeepijn. Haar speelse essayistiek ligt in het verlengde van haar verhalend proza, en vice versa”. Eerder dit jaar was Mutsaers’ roman Koetsier Herfst de grote favoriet voor de Libris Literatuurprijs, die uiteindelijk naar Dimitri Verhulst ging.

Literatuur ontstaat door associatie, heeft Mutsaers (Utrecht, 1942) vaak gezegd. De aan de Rietveld opgeleide schilderes maakte in 1983 haar debuut met een bundel moderne emblemata, schilderijen bij verzen als „zelfs een haas van chocola/ poept wel eens vanillevla”. Daarna schreef ze verder aan een eigenzinnig oeuvre dat essaybundels en autobiografische romans afwisselt met boeken zoals Zeepijn (1999), waarin anekdotes, mini-essays, jeugdherinneringen en van-de-hak-op-de-takgedachten een portret van de schrijfster als middelbare vrouw geven.

Fictie is volgens Mutsaers „een streven naar zelfinzicht”, en zo legt de ik-figuur in De markiezin (1988) in een naar alle kanten uitwaaierend tweegesprek met een vriendin de verhouding met haar ouders bloot.

In de even experimenteel gestileerde en gecomponeerde roman Rachels rokje (1994) wordt de jeugd beschreven van het romantische meisje Rachel Stottermaus dat worstelt met de liefde voor een leraar én voor haar vader die op een kwade kerstavond werd doodgeschoten omdat hij ‘fout’ was in de oorlog. Zware kost, maar opgediend met de springerige monterheid die een zelfverklaarde ‘Lichte Schrijver’ als Mutsaers bewonderenswaardig maakt.

Vervolg Mutsaers: pagina 9

‘Elke gedreven schrijver is een terrorist’

„Elk boek bevat geheimen die intact moeten blijven”, zei Mutsaers vorig jaar in een interview met NRC Boeken; „en een meerduidig boek mag nooit eenduidig worden gemaakt.” Onderwerp van gesprek was het in januari 2008 gepubliceerde Koetsier Herfst, haar eerste echte roman sinds Rachels Rokje. In Koetsier Herfst, alom enthousiast besproken maar omstreden door onder meer plasseksscènes en een opvallende rol voor de figuur van Bin Laden, beschrijft Mutsaers de gedoemde liefde van een Amsterdamse schrijver en een fanatieke dierenactiviste.

De laatste was geen alter ego van de schrijfster, onderstreepte Mutsaers in het interview: „Ik ben doodgelukkig als iemand mij vertelt dat hij dankzij Koetsier Herfst voortaan van de kreeft afblijft. Maar het is geen actieboek, ook al ben ik erg polemisch ingesteld en steeds radicaler in wat je mijn ‘anti-speciëcisme’ zou kunnen noemen: geen enkel leven is meer waard dan het andere. Punt uit. Gelijke monniken, gelijke kappen, dat is mijn motto.” En: „Dierenterroristen worden altijd op een rare manier weggezet, maar hun activisme wordt uit diepe wanhoop geboren. Ze hebben hun vrijheid of zelfs hun eigen leven voor hun opvattingen over. Ik bewonder ze daarom, maar vind wel dat je eigen leven vóór alles gaat.”

„Zonder muze gaat het niet”, schrijft de hoofdpersoon van Koetsier Herfst. Op de vraag wie haar muze was, antwoordde ze: „Mijn personages. Hen ben ik gevolgd. Ik fantaseer veel over mijn personages, daarom mogen het er niet te veel zijn. En bovendien: à deux komt de mens het best tot zijn recht. Uitgesponnen familieverhalen kan ik niet velen, kletsende bijfiguren boeien me niet. Het moet een beetje rustig blijven; bij de Kuifje had ik dat vroeger ook. Bij meer schurken was het minder leuk.”

Ze beschouwt Koetsier Herfst „als een poging, zoals al mijn werk, om tegen alles vrij aan te kijken. De literatuur staat op twee belangrijke poten: herkenbaarheid en onherkenbaarheid. Ik acht het mijn taak het onherkenbare herkenbaar te maken. Elke gedreven schrijver is een terrorist en bevindt zich uit overtuiging in de marge, waar zich niet toevallig ook de bron van de creativiteit bevindt.”

Een interview en meer over Mutsaers op nrc.nl/kunst