Ophef in Israël over pleidooi voor 'wet van de Torah'

Het debat over de rol van de joodse religie in Israël is weer aangewakkerd door minister Neeman. Die zei onlangs te hopen dat de „wet van de Torah” bindend wordt het land.

Een toespraak van de Israëlische minister van Justitie voor een zaal rabbijnen heeft de problematische scheiding tussen kerk en staat in Israël weer eens blootgelegd. Yaakov Neeman, zelf een orthodoxe jood, maar partijloos, zei te hopen dat „de wetgeving van de Torah stap voor stap bindend wordt in Israël”.

Israël moet volgens Neeman de halacha (joodse wetgeving), „de nalatenschap van haar voorouders terugwinnen”, die het antwoord „op alle problemen” zou bieden. Op de bijeenkomst, die ging over de toekomst van religieuze wetten in Israël, waren leiders uit de grootste orthodox-joodse gemeenschappen aanwezig.

Hoewel Neeman een dag later zei dat de uitspraken door media uit hun context waren gehaald, kreeg hij forse kritiek van, onder meer, coalitiegenoot de Arbeidspartij. Parlementslid Ophir Pines-Paz zei dat Neeman eindelijk zijn „duistere wereldbeeld” heeft blootgegeven. De seculiere oppositiepartij Meretz riep om Neemans aftreden, omdat hij de belangen van seculiere Israëliërs schaadt.

„Uitgerekend op een moment dat de ultra-orthodoxie bezig is Jeruzalem over te nemen, moest er olie op het vuur gegooid worden”, foeterde ook de commentator Yoel Marcus in de krant Ha’aretz, die veel gelezen wordt door seculiere Israëliërs. In Jeruzalem groeit de invloed van de ultra-orthodoxie de laatste jaren sterk, wat leidt tot het vertrek van duizenden seculiere joden per jaar. Orthodoxe rabbijnen op hun beurt nemen het in kranten en radioprogramma’s op voor Neeman.

Neeman heeft het debat over de rol van de joodse religie in Israël opnieuw aangewakkerd, zegt onderzoeker Yair Sheleg, verbonden aan het Israel Democracy Institute in Jeruzalem. „Het was onhandig om met zulke uitspraken te komen in een tijd waarin religieus en seculier onverzoenlijk tegenover elkaar staan.”

Volgens onderzoek van zijn instituut noemt circa 20 procent van de Israëliërs zichzelf seculier. Dat percentage neemt ieder jaar af. Het percentage (ultra-)orthodoxe en religieus-zionistische joden bedraagt circa 33. Van de Israëlische bevolking is overigens 15 procent islamitisch.

Vanaf de stichting van de staat Israël in 1948 heeft de orthodoxie een sterke invloed op de wetgeving. Israël presenteert zich als seculier, maar het rabbinaat heeft een monopolie op belangrijke thema’s als echtscheiding, huwelijk, dood en bekering. Zo bestaat het burgerlijk huwelijk niet in Israël, maar mag alleen een rabbijn een huwelijk tussen joodse Israëliërs sluiten.

In het leger neemt de steun voor het religieus-zionisme toe, zegt Sheleg. Dat bleek eind oktober, toen dienstplichtigen tijdens een officiële ceremonie een spandoek omhooghielden waarop stond dat zij niet bereid waren een nederzetting op de bezette Westelijke Jordaanoever te ontruimen. Ook politiek vormt de radicaal-religieuze vleugel een machtsfactor van betekenis: partijen als Shas nemen altijd wel deel aan regeringen, om de formateur aan een meerderheid in het parlement te helpen.

Yair Sheleg zegt dat seculiere Israëliërs de joodse wetgeving altijd hebben kunnen omzeilen. Ze trouwen in het buitenland en doen op zaterdag boodschappen in winkels die zich niets van de rabbinale voorschriften aantrekken. „Maar het gevoel heerst dat de orthodoxie oprukt. Dat verklaart de heftige reacties op de uitspraken van Neeman.”

    • Guus Valk