Opgejutte studenten

In 1997 werd in navolging van een plan van toenmalig minister Ritzen (Onderwijs, PvdA) besloten dat de helft van het onderwijsbudget van de universiteiten werd bepaald door het aantal afgeronde studies, niet meer door het aantal studenten. Deze ‘diplomapremie’ moest de universiteiten aanzetten tot meer efficiëntie.

Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) lanceerde een financieringsvoornemen dat het hoger onderwijs opnieuw aanspoort tot grotere efficiëntie: het Rijk zal niet langer de premie aan universiteiten en hogescholen per afgestudeerde betalen, maar per op tijd afgestudeerde. Overschrijdt de student de vastgestelde studieduur, dan vervalt de financiering. Studeert hij of zij alsnog af, dan ontvangt de onderwijsinstelling een ‘diplomabonus’ ter grootte van het budget van ongeveer één jaar, ongeacht de hoeveelheid extra tijd.

De minister verklaart in zijn nieuwe financieringsmodel: „Dit is een stimulans voor kwalitatief hoogwaardig onderwijs en goede studiebegeleiding, gericht op afstuderen.” Dus: alhoewel er minder gul geld komt, mikt dit plan niet op een bezuiniging. Het wil met een herverdeling van het budget het onderwijs bevorderen.

De universiteiten en hogescholen zullen hun studenten opjutten om sneller te studeren. Wie consequent de kroeg verkiest boven college en studieboek wordt actiever tot de orde geroepen. Maar vooral zal een hoger studietempo worden bereikt met beter getimed, inhoudelijk sterker en waar nodig aantrekkelijker onderwijs. Mooi zo.

Maar is het genoeg? Slechts een minderheid van de studenten voltooit nu de opleiding binnen de tijd die ervoor staat: drie jaar voor een bachelor, één of twee jaar voor een master. Tenzij de overgrote meerderheid werkelijk zou bestaan uit luiwammesen, lijkt het er sterk op dat de studietijd te krap bemeten is. Veel studenten zijn enthousiast voor hun vak, en hartstocht kost tijd. Een andere oorzaak van vertraging is misschien de, ook door Ritzen ingestelde, karige prestatiebeurs. Vullen ouders die niet aan, dan is de student aangewezen op bijbaantjes, wat tijdig afstuderen niet bevordert. Daarnaast stimuleren de onderwijsinstellingen hun studenten een periode in het buitenland te studeren. Terecht: het levert belangrijke ervaring op. Hoewel het niet echt hoeft, kost een buitenlands studieonderdeel in de praktijk extra studietijd. De recente extra aanwas van studenten die bij een weinig gunstige arbeidsmarkt een opleiding prefereren, zal ook vertragen – mensen en middelen moeten meer gedeeld worden.

Diploma’s als gevolg van braaf op tijd tentamens doen doordat er beknibbeld is op literatuurstudie en stages, devalueren het hoger onderwijs. Dat is er immers om productieve, bezonken denkkracht aan te kweken.

Dat studieprogramma’s nader onderzocht worden op doelmatigheid en tijdmarges is winst. Maar het huidige voornemen van Plasterk zal leiden tot onacceptabele verschraling.