'Opera Guillaume Tell' boeit vijf uren

klassiek Guillaume Tell van Rossini, Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor, Staatskoor ‘Latvija’ o.l.v. Paolo Olmi. 12/12 Concertgebouw Amsterdam. *****

Aan Rossini kleeft nog altijd het imago van de lichtvoetig grollende componist. Maar naast doldwaze komedies schreef de Italiaan minstens zoveel ernstige opera’s, waarvan de Franstalige ‘grand opéra’ Guillaume Tell wel de meest omvangrijke is. De ZaterdagMatinee duurde bijna vijf uur, en naast een prachtig zingend Groot Omroepkoor was ook mannelijke versterking van Staatskoor ‘Latvija’ nodig. Een heel volk staat immers centraal. Anno 1300 gaat Zwitserland gebukt onder het Habsburgse juk. Willem Tell groeit uit van boer tot begenadigd boogschutter en icoon van de bevrijding. Koren op de molen van toneelschrijver Schiller, die van dit fictieve personage een beroemdheid maakte. Rossini hoorde op zijn beurt meeslepende muziek in een plot van massascènes, quasi-Zwitserse folklore en een onmogelijke liefde. Nergens blijkt dat Rossini nooit meer een opera wilde schrijven.

Onder de solisten maakte bas Michele Pertusi warmbloedig indruk als de onkreukbare Tell. De beruchtste noten schreef Rossini voor de door twijfels geplaagde Arnold, en de invallende tenor John Osborn kreeg voor zijn topprestaties enorme bijval. Ook sopraan Marina Poplavskaya leverde vuurwerk en smachtende hoogtepunten, maar net zo aantrekkelijk was de bescheidener bijdrage van de Belgische sopraan Ilse Eerens als zoontje van Tell.

Dirigent Paolo Olmi en het Radio Filharmonisch Orkest waren zich bewust van het monumentale en ook dansante karakter van de partituur. Vanaf de ouverture laafden de orkestsolisten zich aan de alpenlucht. De verheerlijking van natuur, vaderland en heldendom vermoeide op den duur, maar de koddige hoornkwartetten verveelden nooit.

    • Floris Don