Ook zonder Balkenende zijn het hufters in het kabinet

Was het woensdag dat Aboutaleb zich in NOVA ofzo moest verantwoorden voor de uitkomst van het ‘Cot-rapport’? Ik geloof het wel. Mij viel vooral de regentenblik op in het wat smalletjes geworden gezicht. Ja, man, dan had je maar gewoon staatssecretaris bij Piet Hein moeten blijven.

Ik verwachtte dat hij meteen bij de eerste zin iets formeels zou prevelen over het enige slachtoffer van dat Hoek van Hollandse feestje van augustus jl.: die jongen van 19. Volgens mij is dat mos: als in jouw ressort iemand overlijdt aan (politie)geweld, hoef je misschien niet meteen op rouwbezoek bij de nabestaanden, maar je zegt er iets over als je dan eindelijk weer eens publiek tegenover mij en de rest van het Nederlandcse volk zit.

Aboutaleb keek wel uit.

Misschien was die jongen van 19 een stuk verdriet, dat als schreeuwlelijk, hooligan of terrorist die die avond 160 dappere dienders het bloed onder de nagels vandaan had getreiterd. Maar ik weet niet of dat als excuus geldt. Die jongen is dood. De 160 dappere dienders schijnen allemaal nog te leven.

Erger dan de burgemeester was natuurlijk zijn korpschef. Die schreef anderhalve dag na het incident (ook geen woord over de dode) een brief aan zijn manschappen die eindigde met de zin: ‘Laten we elkaars hand vasthouden en er voor elkaar zijn. Ik ben er voor jullie’.

Snik-snik op z’n Jordanees is erg. Maar van snik-snik op z’n Rotterdams mag een mens kokhalzen. Dan altijd nog liever Ketelbinkie. Wat een huilebalk! Zaterdagavond mocht hij in NOVA nog even komen vertellen dat hij opstapt wanneer Aboutaleb, op grond van een Meijboomonderzoekje, een eenvoudige soldaat uit het politieleger voor ontslag voordraagt. Verantwoordelijke held! Clairy Polak keek hem van opzij guitig aan, en vroeg vals: ‘Is dat niet een beetje chantage?’

Maar het absolute dieptepunt in de affaire was vrijdagmiddag al bereikt toen Wouter Bos namens het kabinet, dat hij een ochtendje had mogen voorzitten, aan de parlementaire pers uitlegde hoe hij en de zijnen ‘geschokt’ waren geweest over een uitspraak van ombudsman Brenninkmeijer, die zich in een lezing in Tilburg had afgevraagd of de 160 dappere dienders van Aboutaleb en Meijboom niet te snel op het strandtuig waren gaan schieten. Voor iemand die nooit aan Uri Rosenthal zal kunnen tippen, vond de leider van de Partij van de Arbeid, was dat een ‘onverantwoorde en ongepaste’ uitspraak.

Getverderrie. We zitten nu al bijna acht jaar met een minister-president die van Mabel-gate tot Cats-gate een gemiddelde van vijf blunders, mistaxaties, halve leugens en ontkenningen per maand op z’n conduitestaat heeft gescoord – en iemand hoeft maar een half woord van twijfel, ongeloof, of kritiek tegenover hem te uiten, of hij barst uit z’n vel van christelijke woede. Al een paar keer heeft hij zich ook door Brenninkmeijer in z’n wiek laten schieten, en alle keren had Brenninkmeijer natuurlijk gelijk – en ik met m’n stomme kop maar denken dat het om typisch CDA-gedrag ging, maar nee hoor: Wouter Bos (ook díe kop kreeg koddebeier-trekken zodra hij zijn oordeel velde) is van de sociaal-democratische onschendbaarheid, en dan ben je als ombudsman in de constitutionele verhoudingen van de PvdA vanzelf verantwoordelijk.

Welke landen hebben allang een ombudsman die zelfs een rechterlijk vonnis mag overrulen? De Scandinavische, Zweden voorop. Daar heeft zo’n man meer gezag dan de koning. Bij ons kan Beatrix zelfs een onderzoek inzake Edwin de Roy van Zuydewijn proberen te frustreren – en de hielenlikker van het Torentje betrekt onmiddellijk al z’n ponteneuren tegenover Brenninkmeijer Maar waar had de hielenlikker van Financiën z’n informatie vandaan? Van een keutelig krantenknipseltje.

Ik zou het wel weten nu ik nog eens goed naar die superkeurige en integere ombudsman heb gekeken: Brenninkmeijer for president!

    • Jan Blokker