Ombudsman vs. Staat

Het belangrijkste kenmerk van deugden is het gevoel voor het juiste evenwicht: niet zwichten voor de verleiding van de overdrijving. Dit schreef de socioloog Schuyt een jaar of zes geleden in een beschouwing over moderne deugden in deze krant. Daarin was hij geïnspireerd door Aristoteles, voor wie de grote deugden altijd het „zorgvuldig gekozen midden tussen onverstandige uitersten” vormt.

De praktijk is echter hardleers. Zo wordt steeds duidelijker dat de kwestie Hoek van Holland als een ongeëvenaard debacle in het openbaar bestuur beschouwd moet worden. Een waarvan alle implicaties en consequenties nog niet zijn doordacht. Als gevolg van apert falend bestuur kwamen enige tientallen gewone agenten in een positie waarin zij uit noodweer gericht en herhaaldelijk op een menigte moesten schieten. Er viel één dode – gezien het extreme gevaar voor alle aanwezigen kan dat achteraf als een goede afloop gelden. Een bloedbad was ook mogelijk geweest.

Bij deze kwestie liggen nog vele vragen open, over gedrag, verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de betrokkenen. Korpschef Meijboom van Rotterdam zette dit weekend een stap verder op weg naar een onontkoombaar besluit: opstappen. Personele consequenties binnen het korps zal hij aangrijpen om te vertrekken. Hij voelt dus aan dat zijn gezag verdwijnt of al is verdwenen. Dit is een aangekondigd en daarmee de facto al voldongen vertrek.

Ombudsman Brenninkmeijer stelde in de marge van een lezing aan de Universiteit Tilburg donderdag ook een aantal vragen. Die betroffen feitelijk de verantwoordelijkheid van de Staat voor een collectieve schending van de mensenrechten. De Staat heeft dit immers laten gebeuren en daardoor de levens van velen in gevaar gebracht. Dat de agenten individueel uit noodweer handelden, wil niet zeggen dat daarmee ook de Staat ontslagen was van de plicht om de rechten van de omstanders te beschermen.

Brenninkmeijer hield zich dus even niet aan het dominante goed-foutschema, maar stelde een pertinente vraag naar de verantwoordelijkheid ‘achter’ Hoek van Holland. De overheid dient het mensenrecht op leven immers te beschermen en wel van iedereen. De Ombudsman wierp een terechte vraag op, die ook gepast was en verantwoord. Ze stelt immers de verantwoordelijkheid van de Staat en daarmee het kabinet ter discussie. Maar de behoefte in het kabinet om te luisteren en pas dan te spreken, bleek afwezig. De opmerking werd misverstaan als kritiek op de agenten, door media en kabinet. Waarna het kabinet naliet zich te informeren, daarop te reflecteren en met verstand en wijsheid te reageren.

Het kabinet meende dat het „geschrokken en geschokt” moest zijn en de opmerkingen „onverantwoord en ongepast” mocht noemen. Het was precies andersom. En zo werd een Hoog College van Staat, de Nationale Ombudsman, onbehoorlijk bejegend. Het is niet te laat om daarop terug te komen en zich rekenschap te geven van de kwestie zelf en vooral van de eigen verantwoordelijkheid daarvoor.