Netwerken voor mobiele telefonie raken overbelast

Smartphones’ (mobiele telefoons met veel toeters en bellen) veroveren de markt, en de aanbieders van mobiele telefonie hebben het zwaar te verduren. Het mobiele dataverkeer op het Amerikanse netwerk van AT&T is de afgelopen drie jaar vervijftigvoudigd. En het einde van deze ontwikkeling lijkt nog niet in zicht - het grootste deel van de groei is afkomstig van iPhone-gebruikers, en de concurrentie is bezig soortgelijke telefoons uit te brengen.

Het probleem is dat de omzet van het dataverkeer nergens snel genoeg lijkt te groeien om een aantrekkelijk rendement op de noodzakelijke kapitaaluitgaven te genereren. Er moet dus iets gebeuren.

AT&T is de enige officiële aanbieder van Apple’s iPhone in de VS. De omzet uit het mobiele dataverkeer groeit jaarlijks meer dan 30 procent. Volgens het concern zelf betekent dit een scherpe stijging van de operationele marge. Helaas biedt deze rekensom weinig uitkomst, omdat de kapitaaluitgaven buiten beschouwing worden gelaten die AT&T moet maken om al dit dataverkeer mogelijk te maken.

Als die cijfers wel worden meegenomen, zouden de iPhone-abonees wel eens helemaal niets waard kunnen zijn voor AT&T, aldus onderzoeksbureau Sanford Bernstein. Het bedrijf is het daarmee oneens en wijst erop dat het dankzij de iPhone grote hoeveelheden klanten heeft gelokt, terwijl de kapitaaluitgaven lager zijn gebleven dan vorig jaar. Maar Ralph de la Vega, het hoofd van de mobiele divisie van AT&T, blijkt vorige week in een toespraak te hebben toegegeven dat er een probleem was.

Hij zei dat 3 procent van de gebruikers goed was voor 40 procent van het dataverkeer, en dat AT&T naar manieren keek om deze klanten hun gebruik te laten matigen of wijzigen, zodat ze anderen niet van het netwerk zouden drukken. Veel gebruikers in New York City klagen bijvoorbeeld over afgebroken gesprekken.

Hoe AT&T dit precies voor elkaar wil krijgen, is onduidelijk, omdat de huidige iPhone-abonnementen ongelimiteerd dataverkeer garanderen. Ook is dit niet louter een Amerikaans probleem - bij Europese aanbieders spelen soortgelijke zaken.

En hoe dan ook kunnen de bandbreedte-junkies eenvoudigweg vroege voorbeelden zijn van hoe iedereen in de toekomst met mobiele appraratuur zal omgaan. Als dat zo is, zullen de netwerken weinig baat hebben bij het opleggen van straffen of beperkingen aan de zwaarste gebruikers.

Uiteindelijk zullen de meeste consumenten waarschijnlijk hogere telefoonrekeningen tegemoet kunnen zien om de aanbieders te helpen hun kapitaalinvesteringen te financieren.

Als mobiele netwerken simpelweg een kwestie van veel kapitaaluitgaven worden, verkeren grotere aanbieders waarschijnlijk in het voordeel. Kleine aanbieders zoals het Amerikaanse Sprint kunnen dan in de problemen komen en rijp worden voor overname.

Robert Cyran

    • Robert Cyran