Milieubewustzijn kun je niet afdwingen

Beat the heat now! mislukte zaterdag als grootse milieumanifestatie. Omdat deze niet door, maar voor de actievoerders was georganiseerd, meent Henri Beunders.

‘Heel Nederland komt samen voor een beter klimaat.’ Zo luidde de slogan van Beat the heat now!, zaterdagavond in de Jaarbeurshallen in Utrecht. Het streefgetal was 20.000 deelnemers, die na de manifestatie de viptrein met minister Cramer (Milieu, PvdA) aan boord – ‘de langste rijdende petitie ter wereld’ – zou uitzwaaien naar Kopenhagen.

Ik telde 3.000 à 4.000 deelnemers, die luisterden naar een paneldiscussie in het Engels, of naar artiesten als de Volendamse muziekgroep 3JS. Of wat verloren langs stands liepen van medesponsors als Eneco, de gratis krant Sp!ts, de Onderwijsbond, milieu- en ontwikkelingsorganisaties met videofilmpjes, en konden kijken naar een snelle elektrosportwagen.

Het was van alles wat, en dus niks. In de klassieke massamedia was er nagenoeg geen aandacht voor. Cramer noemde vrijdagavond bij Pauw & Witteman de actie zelfs niet eens.

En toch zat er een gigantische organisatie achter. Welke werd niet duidelijk want het was ‘een coalitie’, die vooral via internet opereerde. Tientallen organisaties en overheden hadden de oproep van de homepage van Beat the heat now! gekopieerd: ‘kom ook!’ Maar voor de bevolking bleef de actie een goed bewaard geheim. Het ‘aftrapfilmpje’ op YouTube was afgelopen zaterdag 244 keer bekeken, het aantal ‘beoordelingen’ bedroeg nul.

Hoe anders was de reactie in 1972. Toen togen 300.000 Nederlanders naar de boekhandel om het rapport Grenzen aan de Groei van de Club van Rome te kopen, dat de ondergang van het economische wereldsysteem in het jaar 2100 voorspelde.

Men kan de mislukte publiciteitscampagne van zaterdag zien als bewijs hoe moeilijk het in deze tijden van multimedia is om aandacht te krijgen. Of zou het ergens anders aan liggen? Aan het gebrek aan duidelijkheid over de doelgroep en de boodschap zelf. En wie was de geadresseerde? Minister Cramer? Die was er zelf, en indirect medefinancier van de actie. Dát is een belangrijke factor bij het falen.

Het zijn de overheid en de wetenschap die het probleem hebben uitgerekend. De argwaan tegen alles wat top heet en overheid is groot. Gevoegd bij de eigen onzekerheid over wie hier eigenlijk de boosdoener is – ikzelf, als vleeseter? De overheid met haar kolencentrales? – leidt dan al snel tot projectie van die onzekerheid op anderen zoals die overheid. En naar die wetenschap ‘die zelf verdeeld is’. Dat misschien maar 1 procent van de klimaatwetenschappers een afwijkende mening heeft, doet er dan niet veel toe. De televisie verheft die 1 procent overigens automatisch tot de helft. Het nieuws denkt immers dat het gelijkelijk laten horen van voor en tegen objectief is. En talkshows bloeien alleen als er extreme voors en tegens tegen over elkaar zitten. Als iemand zou zeggen dat de zon in het Westen opgaat, wordt die persoon juichend uitgenodigd: ‘Ha, discussie!’

Dat het demonstrerende milieuactivisme onder de bevolking niet leeft, was op 24 oktober jl. al duidelijk, toen er wereldwijd een Climate Action Day was. Op het Museumplein kwamen toen enkele honderden mensen opdagen, net genoeg om de slogan ‘350 nu’ te vormen, wat de maximale hoeveelheid CO2 (in deeltjes per miljoen) schijnt te zijn die het klimaat stabiel houdt. Die ludieke actie was duidelijk ondergeorganiseerd. De actie in Utrecht was overgeorganiseerd, en vooral: top-down, vóór en niet dóór de mensen zelf. Alles was voorgeprogrammeerd, het was een en al design folder- en ansichtenmateriaal. De aan het publiek opgedragen taak om die trein te bespuiten met slogans, had de NS zelf al voor zijn rekening genomen: er waren wat grote stickers op geplakt. Tussen de rituele rellen in Kopenhagen zelf en door evenementenbureaus georganiseerde acties zit een grote gapende leegte.

Het echt grote verschil met de doomsday-boodschap van de Club van Rome was de totaal verschillende national mood die er in 1971/72 heerste. Er heerste een verzwegen onbehagen over de ‘moderniteit’, de eigen seculariteit en het schuldgevoel over de plotselinge welvaart. Het woord Rome was mythisch. De Club – gefinancierd door Volkswagen – had een politiek en grenzen overstijgend karakter, een waardige opvolger van het Vaticaan dat zijn gezag had verloren. De computer boezemde nog meer ontzag in. En daarbij, de smog in de regio Rijnmond was ook uitermate zichtbaar, en dat probleem was regionaal/nationaal op te lossen.

Het mobilisatieproces zelf had ook een top-downverloop. De jonge, energieke journalisten Willem Oltmans en Wouter van Dieren hadden toegang tot de twee meest gezaghebbende media van die jaren: de NOS en NRC Handelsblad. Deze krant opende op 31 augustus 1971 de krant met: ‘Ramp bedreigt wereld’. De twee tv-uitzendingen van Panoramiek trokken 7 miljoen kijkers (er waren nog maar 2 netten). De ondergangsboodschap viel toen in vruchtbare bodem. Althans in Nederland, in Frankrijk deed het rapport nagenoeg niets.

Door Al Gore’s film An Inconvenient Truth (2006) dachten de gevestigde machten wellicht dat er weer zo’n gevoel van urgentie was ontstaan, zodat een succesvolle Beat the heat-actie een makkie zou zijn. Edoch, dat was helemaal niet het geval. Men vergat te verkennen wat onder de mensen zélf leeft. Het gevoel werd dat het milieu een zaak is van ‘de overheid’. En dat die overheid denkt: ‘Wij onderhandelen hier bij u, over u en zonder u’.

En dan gaan de mensen, zoals zaterdag in Utrecht, gewoon shop pen of naar het muziekfestijn Max Proms elders in de Jaarbeurs.

Henri Beunders is hoogleraar Geschiedenis, media en cultuur aan de Erasmus Universiteit.

Meer over het evenement op beattheheatnow.nl. Meer over het klimaat en Kopenhagen op nrc.nl/klimaat.