Met cappuccino loungen in privékliniek

Ik hoor als arts van collega’s dat ze in privéklinieken willen werken vanwege het salaris.

We moeten ervoor waken dat de basiszorg niet gaat lijden onder de privézorg.

Oppenheimer, Ruben L.

De marktwerking in de gezondheidszorg zet door, en wel zodanig dat het marktaandeel van privéklinieken in 2015 door adviesbureau Boer en Croon wordt geschat op zestien procent (5 miljard euro omzet). Het beleid van minister Klink (Volksgezondheid, CDA) om concurrentie en marktwerking in de zorg te introduceren lijkt daarmee heel succesvol. De verwachting is dat de groei van het aantal privéklinieken nog verder zal toenemen wanneer deze klinieken winst mogen uitkeren aan aandeelhouders, iets wat Klink vanaf 2012 wil toestaan.

Nu is er natuurlijk niets mis met gezonde concurrentie. Het zet de markt op scherp en zorgt er voor dat zorgverlening patiëntvriendelijker en goedkoper wordt aangeboden. Zo kunnen zorgverzekeraars al 20 procent goedkoper inkopen bij privéklinieken en zijn er voorbeelden als oogklinieken die in onderzoeken van de Consumentenbond hoog scoren op patiëntvriendelijkheid.

Maar is dit op de langere termijn nu wel zo vanzelfsprekend?

Recent bezocht ik in het kader van een studie de zorgsystemen van Ierland en Zuid-Afrika. Om maar te beginnen met het uiterste voorbeeld: in Zuid-Afrika kan iedere patiënt die het kan betalen direct terecht in de uitstekende particuliere zorg. En dat in de ambiance van een sjieke loungeclub. De overige 85 procent van de bevolking moet helaas erg lang wachten op een plekje in de publieke zorg, die het moet doen met minder dan een tiende (!) van het budget van de privézorg – en daarmee niet eens kan voldoen aan een basale zorgbehoefte.

Ierland is wat dichter bij huis en, ondanks de klap van de crisis, een van de welvarendste landen ter wereld. Ook hier viel me een enorme tegenstelling tussen de publieke en particuliere zorg op. In de reguliere ziekenhuizen staan de wachtrijen tot op het parkeerterrein; in het privéziekenhuis wordt de wachttijd, zo die er is, aangenaam doorgebracht met een verse cappuccino. De gehele bevolking is in Ierland gedekt voor de publieke zorg, dat wel. Maar 53 procent van de bevolking heeft zich daarboven nog volledig bijverzekerd voor privé-zorgverlening.

In Nederland zal het niet zo’n vaart lopen, zo verzekert minister Klink ons. Toch zie ik als zorgverlener de eerste tekenen om mij heen. In de privéklinieken, ofwel Zelfstandige Behandel Centra (zbc’s), wordt een klein deel van het zorgaanbod aangeboden en wel juist de lucratieve behandelingen. Een collega verzuchte recent: „Ik verdien daar in een middag meer dan in het ziekenhuis in de rest van de week”. Dit wordt een interessante belangenafweging voor de dokter. Hoe lucratief wordt het om bijvoorbeeld een paar middagen te gaan opereren in een zbc? Of de hele week? Zolang het marktaandeel van de zbc’s zoals nu één procent is, maakt dat niet zoveel uit, maar als dat bijna eenvijfde van de totale markt gaat worden wel degelijk.

En daar wringt de schoen. Een ziekenhuis heeft, om goede zorg te leveren én om rond te komen, een breedte aan dokters en behandelingen nodig. Je verliest wat op het ene en verdient wat op het andere – zo zit de zorgfinanciering in elkaar. Op een dokter die op zijn horloge zit te kijken om af te reizen naar zijn lucratieve bijhandel zit je ook niet te wachten; vraag dat maar aan de Ieren.

Nu kan de minister nog voorkomen dat de basiszorg gaat lijden onder de voorspelde florerende privézorg. Nogmaals, met marktwerking is niks mis, maar in sommige landen heeft introductie van marktwerking geleid tot duurdere en slecht verkrijgbare zorg. Wij zullen er voor moeten waken dat de marktwerking in de zorg leidt tot een aandeel particuliere zorg dat meerwaarde biedt voor de zorgconsument, zónder dat dit ten koste gaat van de alom geprezen Nederlandse publieke basiszorg.

Jurgen Woerdman is arts en directeur van Pathan, een laboratorium voor pathologie in Rotterdam. Dit is een publieke instelling.

    • Jurgen Woerdman