Kennisbasis bedoeld voor hogere kwaliteit pabo

De HBO-raad wil met behulp van de zogeheten Kennisbasis de kwaliteit van de opleiding tot leraar basisonderwijs verhogen (NRC Handelsblad, 7 december). Met de Kennisbasis Nederlandse taal is vastgelegd wat aanstaande onderwijzers moeten weten over de inhoud en didactiek van het taalonderwijs op de basisschool. In het bericht hierover ontbreekt echter informatie over de inhoud en bedoeling van dit document. Dat is jammer, temeer daar er oneigenlijke effecten aan de basis worden toegedicht. Zo zou deze eisen bevatten over het aantal uren Nederlands dat pabo-studenten moeten gaan krijgen: vijf per week in plaats van soms minder dan één. Er staat heel veel in, maar beslist geen voorschriften voor de lesurentabel. Daar gaan de individuele pabo’s over. Voorts zou de basis nieuwe landelijke eisen bevatten, waardoor de gemiddelde onderwijzer beter gaat spellen en rekenen. Echter, er worden geen uitspraken gedaan over de taal- en spellingvaardigheid van onderwijzers. Natuurlijk moet een aanstaande onderwijzer correct kunnen spellen, maar de Kennisbasis is geen instrument om die vaardigheid te verbeteren. Het hele project is bedoeld om de inhoud en didactiek van álle schoolvakken een betere positie in het pabo-programma te geven. Die schoolvakken zijn het afgelopen decennium, mede door het competentiegericht opleiden, naar de achtergrond verdwenen. Pabo’s besteden veel opleidingstijd aan de persoonlijke ontwikkeling van studenten en hun contact met leerlingen van de basisschool. Belangrijk, maar die leerlingen moeten ook iets leren: niet in de laatste plaats taal en lezen. Daartoe moeten pabo’s hun studenten vakinhoudelijke en -didactisch bagage meegeven. Met die doelstelling is de Kennisbasis Nederlandse taal ontwikkeld en vastgesteld.

Drs. Tamar Israel, Bart van der Leeuw, Dr. Ietje Pauw, Dr. Anneli Schaufeli

Auteurs van de Kennisbasis Nederlandse taal