Heimwee in Spanje van een vergeten talent

De carrrière van voetballer Hedwiges Maduro verloopt grillig. Van groot talent bij Ajax en een snel debuut in Oranje tot een vrij anoniem bestaan bij Valencia. „Het was onvermijdelijk dat er een terugslag zou volgen.”

Hedwiges Maduro schudt in Estadio Mestalla van Valencia de hand van Royston Drenthe en Rafael van der Vaart. Zijn oud-ploeggenoten van respectievelijk Jong Oranje en Ajax zitten een beetje in hetzelfde schuitje. De inbreng van de Nederlandse voetballers in de top van de Spaanse competitie is dit seizoen in de aanloop naar het WK voetbal van komende zomer in Zuid-Afrika gering. Maduro en Drenthe kijken negentig minuten vanaf de bank toe hoe Van der Vaart op het middenveld als vervanger van de geblesseerde Kaká aantreedt en er met de 3-2 overwinning vandoor gaat. Maduro en Van der Vaart wisselen na afloop van shirtje. „Ik ben blij voor Rafael dat hij nu weer speelt”, zegt Maduro twee uur na de wedstrijd in de lobby van het spelershotel van Valencia. „Vorig seizoen speelde ik hier alles. Nu sta ik er in de competitie naast. Dat is voetbal.”

Daar waar Van der Vaart dit seizoen bij Real Madrid te maken heeft met de concurrentie van wereldtoppers als Cristiano Ronaldo, Kaká en Xabi Alonso, moet Maduro bij Valencia opboksen tegen David Albelda en Carlos Marchena. Twee clubiconen die door de supporters in de sinaasappelstad op handen worden gedragen. Maduro (24) heeft onlangs van de clubleiding te verstaan gekregen dat hij geduld moet hebben. Van der Vaart heeft zijn landgenoot op het hart gedrukt vooral rustig te blijven. „Hedwiges moet vooral in zichzelf blijven geloven. En hij moet voor zichzelf de goede keuze maken. Blijf je of ga je weg.”

Maduro, die twee jaar geleden tijdens de winterpauze van Ajax de overstap maakte naar Valencia, heeft naar eigen zeggen nu geen keuze. Trainer Unai Emery heeft de clubleiding laten weten dat hij de nummer 3 zeker niet kwijt wil. Een verhuur aan een andere Spaanse club is niet aan de orde omdat Maduro dit seizoen al vijf competitieduels heeft gespeeld. Een transfer naar het buitenland is niet bespreekbaar. Maar zolang Albelda en Marchena niet geblesseerd raken, moet hij het vooral hebben van wedstrijden in de Europa League en het Spaanse bekertoernooi. „Het is nu gewoon even niets anders.”

Maduro kent tot dusver een grillige profcarrière. Als zoon van een vader uit Aruba en een moeder uit Curaçao komt hij op 13 februari 1985 ter wereld in Almere. In zijn jeugd komt hij uit voor Waterwijk en Omniworld voordat hij op zijn dertiende naar Ajax vertrekt. De sterke voetballer wordt door de Amsterdamse club al snel als een groot talent gezien. ‘De nieuwe Rijkaard’ maakt op 24 februari 2005 als 20-jarige prof onder Ronald Koeman in een Europees uitduel bij Auxerre zijn debuut in het eerste van Ajax. Een maand later laat bondscoach Marco van Basten hem al debuteren in Oranje. Een nieuwe ster lijkt geboren. „Ik werd heel snel opgehemeld, maar ik heb toen ook al direct gezegd dat het allemaal overdreven was. Het was onvermijdelijk dat er een terugslag zou volgen.”

Maduro krijgt in de voorbereiding op het WK van 2006 zijn speelminuten, maar tijdens het eindtoernooi komt hij op de bank terecht. Alleen in het laatste groepsduel met Argentinië maakt hij zijn opwachting. Het is zijn twaalfde en tot dusver laatste interland. Van Basten selecteert de verdedigende middenvelder daarna nog wel een paar keer, maar geeft hem geen speeltijd. Hij valt af voor het EK van 2008.

Maduro krijgt het ook bij Ajax lastiger. Onder trainer Henk ten Cate kan hij niet altijd meer op een basisplaats rekenen en Ajax wil zijn contract niet zonder meer verlengen. Toenmalig technisch directeur Martin van Geel vindt dat Maduro zich in het seizoen 2007-2008 eerst weer moet bewijzen. Dat is tegen het zere been van de voetballer, die in de zomer van 2007 Europees kampioen met Jong Oranje is geworden. Maduro speelt zich bij Ajax toch weer in de basis en krijgt een nieuwe aanbieding. Hij krijgt echter te verstaan binnen twee maanden te tekenen, anders komt het aanbod te vervallen. Maduro weigert zich onder druk te laten zetten en vertrekt in de winterstop voor drie miljoen euro naar het Valencia van trainer Ronald Koeman.

De wijze waarop Ajax hem heeft behandeld doet nog altijd pijn bij Maduro. Het is moeilijk te verkroppen dat spelers als Rasmus Lindgren en Bruno Silva meer vertrouwen kregen. „Het is raar gelopen bij Ajax”, stelt Maduro in Valencia. „Als ik destijds het vertrouwen had gekregen, was ik gebleven. Dan had ik misschien nog bij Ajax gespeeld. Van Geel werd daarna ontslagen en Lindgren en Silva staan op een zijspoor. Zo kunnen dingen dus lopen in de voetballerij.”

Maduro krijgt in 2008 bij Valencia wel het vertrouwen van Koeman. Na Faas Wilkes, Johnny Rep en Patrick Kluivert is hij de vierde Nederlander die het shirt van Los Ches verdedigt. In een onrustig seizoen waarin de Nederlandse coach grote spelers als Santiago Cañizares, David Albelda en Miguel Angel Angulo afserveert, kan Maduro doorgaans rekenen op een basisplaats. Maduro beschouwt de halve finale van de Spaanse beker op 20 maart 2008 tegen Barcelona als één van de hoogtepunten uit zijn loopbaan. „We wonnen thuis met 3-2 en de hele stad stond op zijn kop. Later wonnen we de copa in de finale tegen Getafe.”

De bekerwinst kan echter niet voorkomen dat Koeman wordt ontslagen. Opnieuw komt de positie van Maduro onder druk te staan. De nieuwe coach Emery ziet weinig in de Nederlander. Maar als Valencia met blessures te kampen heeft, krijgt Maduro een opvallende nieuwe rol als centrale verdediger. Zo komt hij alsnog tot vijftien competitieduels in het seizoen 2008/2009. Maduro: „Het ging toen heel goed. Vorig seizoen wonnen we thuis met 3-0 van Real Madrid. Tegen Atlético hadden de spitsen Diego Forlan en Kun Agüero niets in te brengen. Iedereen was tevreden over mij. Alleen uit Nederland heb ik niets gehoord. Ik geloof niet dat bondscoach Bert van Marwijk me ooit is komen bekijken. Dat vond ik wel vreemd.”

Maduro begint in de zomer van 2009 volle goede moed aan het nieuwe seizoen met de intentie om zich voor het WK in Oranje te spelen. Trainer Emery geeft hem tijdens de voorbereiding opnieuw zijn vertrouwen als centrale verdediger. Maar als de competitie eenmaal begint, verliest Maduro opeens zijn plek in de basis. Na twee goede invalbeurten tegen Almeria en Malaga krijgt hij te horen dat zijn toekomst ligt op een plek op het middenveld, de positie die vooralsnog in handen is van aanvoerder Marchena. „Zo worden mijn gedachten en mijn gevoel steeds heen en weer geslingerd”, stelt Maduro. „Dat is moeilijk. Jongens als Wout Brama en Otman Bakkal krijgen nu opeens de kans in Oranje. Zij spelen wel bij hun club. Maar ik ben zeker goed genoeg voor het Nederlands elftal. Als ik opgeroepen zou worden is dat ook goed voor mijn status bij Valencia. Deze week zal ik weer alles geven in de Europa League tegen Genua. Ik ben gelovig opgevoed. Uit mijn geloof haal ik mijn kracht. Nooit opgeven. Niet je kop laten hangen.”

Maduro weet dat andere oud-Ajacieden als Rafael van der Vaart, Klaas-Jan Huntelaar, Ryan Babel en Nigel de Jong ook moeten vechten om speelminuten. „We strijden nu allemaal voor onze toekomst, maar we hebben afgesproken eens terug te keren bij Ajax. Nog één keer daar samen spelen zou toch prachtig zijn?”

    • Koen Greven