Fabris voert druk op Kramer op met toptijd 5.000 meter

De Nederlandse schaatsers presteerden zelden slechter dan afgelopen weekend in Salt Lake City. De uitblinkers: Shani Davis en Enrico Fabris.

Rotterdam, 14 dec. - Sven Kramer zat hoog boven Salt Lake City al in het vliegtuig naar huis, toen Enrico Fabris op de vijf kilometer de wereld verraste met de tweede tijd ooit: 6.06,06. Ruim twee jaar geleden was de Italiaan op dezelfde ijsbaan de laatste die de Nederlandse wereldrecordhouder en drievoudig wereldkampioen op diens favoriete afstand versloeg. „Het zou voor Sven moeilijk zijn geweest mij vandaag te verslaan want dit was de beste vijf kilometer van mijn carrière”, jubelde Fabris voor de televisiecamera van de NOS. „Ik zie hem in Vancouver.”

Iedereen die speculeert over een overwinning op Kramer komt al jaren van een koude kermis thuis. Maar de 28-jarige Fabris imponeerde bij de laatste wereldbekerwedstrijd voor de Olympische Spelen in Vancouver. Voor het eerst in lange tijd haalde de regerend olympisch kampioen op de 1.500 meter zijn hoogste niveau. De voorsprong op nummer twee Bob de Jong (6.08,76) en drie Ivan Skobrev (6.10,58) was groot. Fabris’ zelfvertrouwen en motivatie kregen door één superrace een enorme stimulans, en dat twee maanden voor ‘Vancouver’. Kramer blijft favoriet voor olympisch goud, maar de Italiaanse stylist zorgt er minimaal voor dat de spanning toeneemt.

Buiten Kramer lijken de kansen op Nederlands succes in Vancouver na een loodzwaar eerste deel van het seizoen niet toegenomen. Zelden presteerde het grootste schaatsland ter wereld op de individuele afstanden slechter dan afgelopen weekeinde bij de wereldbekerwedstrijden in Salt Lake City. Vooral de Noord-Amerikanen, die tot de Spelen in hun eigen tijdzone kunnen blijven, en de Aziaten scoorden beduidend beter.

Excuses waren er genoeg. Kramer beperkte zich op de Utah Olympic Oval tot de 1.500 meter, waar hij er met een schamele negende plaats voor zorgde dat hij zich straks bij het olympisch kwalificatietoernooi ook op deze afstand kan plaatsen voor Vancouver. Het grootste deel van de ploeg van Jac Orie verkoos een trainingskamp in het Italiaanse Collalbo boven de wedstrijden in Salt Lake City. Een aanzienlijk deel van de Nederlandse ploeg werd vlak voor de wedstrijden geveld door een virus.

De drukke wereldbekerreeks in het voorseizoen – Berlijn, Heerenveen, Hamar, Calgary en Salt Lake City – lijkt zijn tol te eisen. In de jacht op plaatsing voor Vancouver werden de prestaties met de week minder. Alleen op de lange afstanden bij de mannen bleef Nederland dominant. Achter de superieure Kramer (vier afstandszeges bij vier races) groeide routinier De Jong uit tot meest constante uitdager. De TVM-troeven Carl Verheijen (zaterdag vierde) en Wouter Olde Heuvel (afwezig wegens knieklachten) verbeterden zich dit seizoen nog niet. Daar staat de doorbraak tegenover van Jan Blokhuijsen (zaterdag ziek, vorige week de vijfde tijd) en Bob de Vries. De marathontopper won in Salt Lake City in de B-groep met een snelle 6.10,56, waarmee hij in de A-groep als derde zou zijn geëindigd.

Op de overige afstanden bij de mannen wonnen de Nederlandse schaatsers niet. De 500 meter wordt net als de afgelopen jaren beheerst door Aziaten en Noord-Amerikanen. De Fin Mika Poutala is de regelmatigste sprinter uit Europa. Jan Smeekens en Ronald Mulder behaalden in Heerenveen eenmalig het podium. Mulder bevestigde zijn grote progressie in Calgary, waar hij het Nederlands record van zijn trainer Gerard van Velde verbeterde tot 34,52. En ondanks een virus leverde Mulder ook in Salt Lake City een verdienstelijke prestatie, met een tiende plaats in 34,60.

Op de middenafstanden (1.000 en 1.500 meter) regeert Shani Davis onverminderd. Na te zijn wakker geschud in Calgary, waar de Amerikaan de 1.500 meter verloor van zijn landgenoot Chad Hedrick, toonde de regerend wereldkampioen sprint zich in Salt Lake City een klasse apart. Zijn wereldrecord op de 1.500 meter (1.41,04) verlamt de concurrentie bij voorbaat. Nederlandse specialisten op de middenafstand (Mark Tuitert, Stefan Groothuis, Simon Kuipers) schaatsten stabiel maar niet hard genoeg.

Bij de vrouwen lijken er vooral medaillekansen op de korte afstanden. Annette Gerritsen en Margot Boer, beiden afwezig in Salt Lake City, verbeterden zich en reden een stabiele eerste seizoenshelft op de 500 en 1.000 meter. Al blijft op de sprint het verschil groot met de toppers Jenny Wolf (in Salt Lake City winnaar van de eerste 500 meter in een wereldrecord van 37,00) en Beixing Wang (winnaar van de tweede manche in 37,02). Op de 1.000 meter heerst de Canadese Christine Nesbitt, die in Salt Lake City ook uithaalde op de 1.500 meter: 1.52,76. Haar landgenote Kristina Groves, nu tweede, won de mijl in Hamar en Calgary.

Op de lange afstanden zijn de Nederlandse vrouwen weggevaagd, al zorgde Ireen Wüst in Salt Lake City voor een lichtpuntje met een vierde plaats op de drie kilometer. Maar de achterstand op de Tsjechische Martina Sáblíková en de dit seizoen doorgebroken Duitse Stephanie Beckert is groot. Door de zwakke prestaties raakte Nederland zelfs een olympische startplaats kwijt op de 5.000 meter. Bij het olympisch kwalificatietoernooi, over twee weken in Thialf, zal de strijd daardoor zelfs op die afstand hevig zijn. En intussen bereiden de meeste buitenlandse concurrenten zich in de luwte rustig voor op Vancouver.

    • Maarten Scholten