Een marineofficier die gewoon wilde vliegen

Moet Nederland uitlevering vragen van de Argentijnse Transavia-piloot die wegens mogelijke betrokkenheid bij ‘dodenvluchten’ vastzit in Spanje? Het bewijs is dun en indirect, zegt zijn zoon.

FILE - In these file photos made available by the Spanish Interior Ministry on Wednesday, Sept. 23, 2009, former Argentine navy lieutenant Julio Alberto Poch is seen in an undated Argentine Navy identification photo, left, and a photo after his arrest in Valencia, Spain, on Tuesday, Sept. 22, 2009. A Spanish judge has ordered Poch held in custody on Oct. 6, 2009, pending his extradition to his native country in connection with the deaths of more than 1,000 people when he allegedly worked as a pilot at the Navy Mechanics School, a notorious torture center in Buenos Aires. (AP Photo/Spanish Interior Ministry, HO, File) **EDITORIAL USE ONLY**

We noemen hem Poch. Tot nu toe heette hij in de kolommen van deze krant Julio P., maar zijn familie is overtuigd van zijn onschuld en vindt dat die letter P een crimineel van hem maakt.

In december 2003 zou Poch, een Nederlands-Argentijnse piloot, tegen twee collega’s hebben gezegd dat hij betrokken is geweest bij ‘dodenvluchten’ onder de Argentijnse dictatuur van Jorge Videla. Deze twee collega’s stapten niet naar de politie. Een derde collega, die het verhaal vernam van het tweetal, deed dat wel. Justitie beschouwt deze indirecte getuige als kroongetuige.

Uit onderzoek van deze krant blijkt dat de verklaring van deze indirecte getuige aantoonbare onjuistheden bevat. Ook blijkt dat de indirecte getuige zelf op zoek is gegaan naar aanvullende belastende feiten tegen Poch.

Julio Alberto Poch werkte voor Transavia. Hij werd op 22 september van dit jaar gearresteerd in Valencia, toen hij op het punt stond de laatste vlucht voor zijn pensioen uit te voeren. Sindsdien zit hij in voorarrest in Spanje. Zijn geboorteland Argentinië verdenkt hem, mede op basis van de getuigenissen van zijn collega’s, van misdaden tegen de menselijkheid.

Onder het regime van dictator Videla zijn eind jaren zeventig en begin jaren tachtig tegenstanders van het regime boven de oceaan uit vliegtuigen gegooid – levend, maar gedrogeerd. Na enkele decennia van verdringing jaagt Argentinië sinds enkele jaren actief op misdadigers uit die tijd. Het land beschouwt de arrestatie van Poch als een belangrijk wapenfeit.

Pochs kinderen – een zoon en twee dochters – begrijpen het niet. Hun vader was eind jaren zeventig marinepiloot, dat wisten ze. Maar betrokkenheid bij de dodenvluchten? Hun vader, zeggen ze, heeft de misdaden onder Videla altijd bekritiseerd. Zoon Poch (33), die niet met zijn voornaam in de krant wil, is zelf ook piloot bij Transavia en bezoekt zijn vader elk weekend, met zijn zussen en zijn moeder.

Julio Poch werd geboren op 20 februari 1952 in Buenos Aires. Hij komt uit een gegoede familie. De naam Poch komt uit Catalonië, waarvandaan Julio’s opa emigreerde naar Argentinië. Julio’s vader was marineofficier. Tussen zijn zesde en elfde woonde Julio met zijn familie in de Verenigde Staten. Hij spreekt prima Engels.

De middelbare school van Julio was het gerenommeerde Colegio Nacional, waarop veel hooggeplaatste Argentijnen hebben gezeten. Net als zijn vader trad Julio daarna in dienst bij de marine. Niet omdat hij zo veel ophad met de militaire hiërarchie, zegt zijn zoon. „Hij wilde gewoon vliegen.” En vliegen kon hij. Hij was de beste piloot van zijn opleiding en werd geselecteerd om straaljagerpiloot te worden. Poch trad toe tot de Tercera Escuadrilla Aeronaval de Caza y Ataque en was gestationeerd op bases honderden kilometers ten zuiden van Buenos Aires.

Na een aantal jaar wilde Poch overstappen naar de burgerluchtvaart. In 1980 mocht hij naar de nationale luchtvaartmaatschappij Aerolineas Argentinas. Acht jaar lang bestuurde hij onder meer Boeings 737 en 747. Hij verdiende echter niet genoeg om te voorzien in zijn levensonderhoud. Argentinië kampte met hyperinflatie. Hij haalde een makelaarsdiploma, om als bijbaan huizen te verkopen. Zijn geld hield hij aan in buitenlandse valuta’s. Vlak voordat hij boodschappen ging doen, wisselde hij die valuta’s terug in peso’s. Dan moest hij snel zijn om er nog wat van te kunnen kopen.

Transavia zocht in 1988 piloten om een paar tijdelijke vacatures in te vullen. Het kwam terecht bij Poch en vier landgenoten van hem. Ze werden voor een paar maanden naar Nederland gehaald. Als enige van hen kreeg Poch een contract aangeboden. Poch vestigde zich met zijn gezin in Nederland. Hij kon een huis met een tuin bewonen, een auto kopen en geld opsturen naar familieleden in Argentinië, allemaal van zijn salaris als (toen nog) co-piloot.

Bij Transavia maakte Poch snel carrière. Binnen twee jaar promoveerde hij tot gezagvoerder. Later werd hij examinator en instructeur. Veel jonge Transavia-piloten hebben les van hem gehad.

De afgelopen twintig jaar is Poch geregeld teruggegaan naar Argentinië. Daar bezocht hij zijn moeder, broer, zus en vrienden. „Als hij twee weken daar is, wordt hij van barbecue naar barbecue gesleept”, zegt zijn zoon.

Zijn collega’s kennen Poch als „amicale”, maar ook strenge man. Oud-collega Henk Potze: „Velen lopen met hem weg.” Poch is „professioneel heel goed”, zegt een van zijn collega-gezagvoerders. Die toewijding eist Poch ook van anderen. Als hij merkt dat ze hun best niet doen, geeft hij „uitbranders”. Poch is wel „beschaafd met hoofdletters”, zegt een collega-gezagvoerder. „Dat kan soms arrogant overkomen. Gecombineerd met zijn Latijnse temperament kan ik me voorstellen dat mensen soms de gordijnen invliegen.”

Buiten zijn werk houdt Poch van gadgets en computers. Hij heeft een nieuwe computer of gadget altijd als een van de eersten. Begin jaren negentig knutselde hij zelf computers in elkaar. Oud-collega Potze: „Zo heb ik mijn eerste computer nog van hem gekocht.”

De zaak tegen Poch vindt haar oorsprong in december 2003. De Indonesische maatschappij Air Paradise huurde voor een aantal maanden toestellen met in totaal zo’n dertig bemanningsleden van Transavia. Vanuit Bali vlogen de piloten onder meer op en neer naar Australië. Elke avond dineerden ze samen.

Op een van die diners kwam het gesprek op Argentinië. Het precieze gesprek is niet te reconstrueren. Vaststaat dat het in het Engels was en dat twee Transavia-collega’s die avond concludeerden dat Poch had deelgenomen aan de dodenvluchten. Op foto’s is te zien dat deze collega’s bier en wijn dronken. Poch dronk die avond niet.

Pochs zoon wijst erop dat de dodenvluchten vanuit Buenos Aires vertrokken. „Daar was mijn vader op dat moment helemaal niet gestationeerd.” Het Openbaar Ministerie verklaarde vorige maand dat Poch „in staat was” dergelijke toestellen te besturen. De vraag of hij daadwerkelijk in deze toestellen vloog, bleef onbeantwoord.

De twee collega’s van Transavia spraken na het gesprek op Bali nooit meer met Poch. Ze hebben hun verhaal gemeld bij hun werkgever. Die confronteerde Poch ermee, maar na diens ontkenning liet Transavia de zaak rusten.

De twee directe getuigen van het gesprek stapten niet direct naar de politie. Toen een derde collega van het Bali-gesprek hoorde, deed deze dat wel. Op 15 september 2006, bijna drie jaar na ‘Bali’, stuurde deze collega een e-mail aan de Nationale Recherche. De politie deed aanvankelijk niet veel met het verhaal. Pas op 3 juli 2008 sprak de recherche in persoon met deze ‘derde collega’. Geen van deze drie Transavia-medewerkers is bereikbaar voor commentaar.

Het Openbaar Ministerie heeft, volgens de landsadvocaat, „sterke aanwijzingen dat getuigen worden beïnvloed”. De kinderen van Poch en diverse (oud-)medewerkers van Transavia hebben de afgelopen tijd bezoek gehad van twee agenten van de Nationale Recherche. De agenten vertelden hun dat ze op geen enkele manier mochten proberen getuigen te beïnvloeden, op straffe van vier jaar cel.

Officieel weet niemand wie precies de getuigen zijn in deze zaak. Het strafrechtelijk onderzoek loopt nog, en het Openbaar Ministerie wil hun namen niet prijsgeven. De mensen die bezoek hebben gehad van de Nationale Recherche, weten formeel dus niet wie ze niet zouden mogen beïnvloeden.

Bronnen rond de zaak bevestigen dat justitie de twee aanwezigen op Bali en de derde, indirect betrokken collega beschouwt als kroongetuigen in de zaak-Poch. Diverse collega’s hebben inderdaad contact met hen gezocht, vooral met de derde, indirecte getuige. Niet om hem te bedreigen, maar om te zeggen dat zijn verklaring op diverse punten niet klopt.

Deze indirecte getuige speelt een cruciale rol in de zaak tegen Poch. Hij zegt in zijn verhoor bij de Nationale Recherche, waarvan deze krant het verslag heeft ingezien, dat hij „nog nooit een een-op-eengesprek” met Poch heeft gehad.

De verklaring bevat talrijke aantoonbare onjuistheden. Zo noemt hij zichzelf Pochs chef. Bronnen binnen Transavia bevestigen dat hij in werkelijkheid de assistent was van de chef. Ook verklaart hij: „De professionele overstap van Poch naar Transavia is niet te rijmen met zijn excellente rol als een Argentijnse marineofficier.” Maar Poch bestuurde al acht jaar passagierstoestellen in Argentinië.

De familie Poch zou volgens de verklaring land bezitten in Argentinië. (Zoon: „Was het maar waar.”) Poch zou verder tal van tests hebben moeten afleggen voor hij bij Transavia in dienst kwam. Ook dat klopt niet; één test was voldoende.

De meest saillante passage in de verklaring is die waarin de getuige zegt dat hij heeft gehoord dat Poch eind jaren tachtig, op een dinerpartijtje bij een collega, al „gelijksoortige verhalen” zou hebben verteld als op Bali. De collega die destijds het feestje gaf, weet hoe die passage in de verklaring is beland. De getuige had van het verhaal over het feestje gehoord en heeft de organisator gevraagd of de aanwezigen het destijds over Argentinië hebben gehad. Diens antwoord luidde dat dat best mogelijk was. Dit in de verklaring als „gelijksoortige verhalen” omschrijven, vindt de organisator onbegrijpelijk. Hij is, volgens zoon Poch, bereid onder ede te verklaren dat daar geen sprake van was.

Het lijkt erop dat de indirecte getuige zelf op zoek is gegaan naar ‘aanvullend bewijs’, om een sterker verhaal te kunnen presenteren aan de Nederlandse rechercheurs en aan de Argentijnse onderzoeksrechter Sergio Torres, die eind december 2008 naar Nederland kwam. Tegen collega’s heeft de indirecte getuige de afgelopen tijd verklaard dat hij zich „als wereldburger verplicht voelde” de zaak-Poch aan te kaarten.

Torres hoorde alle drie ‘Transavia-getuigen’. Aan de twee directe getuigen vroeg hij: „Heeft u uit Pochs eigen mond gehoord dat hij marinepiloot was en betrokken bij ESMA?” Beiden antwoordden bevestigend op deze vraag. Marinepiloot was Poch inderdaad. Betrokkenheid bij martelkamp ESMA, van waaruit de dodenvluchten werden ondernomen, ontkent Poch categorisch. Hij stelt dat hij daar nooit is geweest en dat die term ook niet is gevallen op Bali.

De Nederlandse kroongetuigen leveren een belangrijk deel van het bewijs dat de Nederlandse en Argentijnse justitie hebben verzameld. Uit documenten die deze krant heeft ingezien, blijkt dat de Argentijnse justitie beschikt over één andere ex-marinepiloot: Emir Sisul Hess, die na de arrestatie van Poch ook werd opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij de dodenvluchten. Hij zit vast in Argentinië. De verklaringen over Poch lijken op die over Hess, redeneert de Argentijnse justitie.

Ander bewijs zou kunnen komen uit de logboeken die het Openbaar Ministerie op de dag van Pochs arrestatie in beslag nam in diens woning bij Alkmaar. In die logboeken staat van dag tot dag beschreven in welke toestellen hij heeft gevlogen. De familie krijgt, ondanks herhaalde verzoeken, van het OM geen inzage. Poch zelf, zegt zijn zoon, weet 100 procent zeker dat de logboeken aantonen dat hij onschuldig is.

De ongeveer vijfhonderd Transavia-piloten zijn verdeeld over de zaak-Poch. De drie getuigen hebben in de weken na Pochs aanhouding boze e-mails ontvangen van (oud-)collega’s, waarin ze volgens een oud-collega zijn uitgemaakt voor „vuile verraders”. Inmiddels hebben Transavia-medewerkers met elkaar afgesproken dat ze de getuigen met rust laten.

Verwacht wordt dat de Spaanse rechter begin januari besluit Poch uit te leveren aan Argentinië. In dat land zitten verdachten volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch soms tot tien jaar in voorarrest voor ze worden berecht. Volgens de landsadvocaat duurt het voorarrest in Argentinië hooguit een jaar.

Poch heeft de Nederlandse Staat in een kort geding gevraagd een uitleveringsverzoek te richten aan Spanje. Afgelopen donderdag wees de landsadvocaat die eis van de hand. Nederland ziet op dit moment geen reden Poch te vervolgen. Poch, zegt deze advocaat, is „vrijwillig naar Spanje gegaan”. Niemand, „ook de Staat niet”, heeft hem daartoe gedwongen.

Aanstaande vrijdag beslist de voorzieningenrechter of Nederland alsnog een uitleveringsverzoek moet indienen.

    • Derk Walters