Duitse luitenant in met boeken beklede bunker

Ernst Jünger: Luitenant Sturm. Vertaald uit het Duits door Wil Boesten. Arbeiderspers, 128 blz. € 16,50

In de levensbeschouwing van de Duitser Ernst Jünger (1895-1998) spelen thema’s als moed en beschaving een prominente rol – zij het op ogenschijnlijk tegengestelde wijze. Soldaten worden in twee categorieën ingedeeld: de sterken, die gestaald worden door de gemechaniseerde strijd, en de zwakken, die weerloos en bevend ten onder gaan. In zijn oorlogsboeken voerde Jünger die ideologie steeds verder door, maar hij kwam voor een probleem te staan. Hij zag de oorlog als aankondiging van een ‘nieuwe wereld’: een harde wereld, waarin de ‘wellust naar het bloed’ gesublimeerd was in zijn beheersing van hypermoderne techniek. Daarin was geen plaats voor beschaving, kunst en schoonheid.

Het probleem was Jünger zelf: kunstliefhebber, estheet, intellectueel. Volgens zijn eigen theorie moest hij die kant van zichzelf doden, want soldaat én schrijver zijn, nieuwe en oude mens, was onmogelijk. In zijn boeken lijkt het alsof die stap moeiteloos is gezet. Maar uit de novelle Luitenant Sturm blijkt dat dit wel degelijk een worsteling was. Het boek omhelst de schoonheid, de literatuur, de beschaving, als bij een laatste afscheid. Hoofdpersoon Sturm leeft aan het front in een bunker bekleed met boeken. Met twee vrienden, de schilder Hugershoff en de retoricus Döhring, bespreekt hij Rabelais en Balzac. Sturm leest hun zelfgeschreven verhalen voor. Maar zijn bestemming als ‘nieuwe mens’ is onvermijdelijk en al gauw valt het doek voor de intellectueel Sturm: als zijn bunker wordt beschoten en er licht moet worden gemaakt, verbrandt hij zijn verhalen. Hier werd Jünger definitief heraut van de nieuwe wereld.

Herien Wensink

    • Herien Wensink