De nerd als held van het digitale decennium

Zijn de bijna voorbije jaren nul met twee treffende woorden te typeren?

Een poging om een stormachtig tijdperk samen te vatten, met de hulp van lezers.

Nog zeventien dagen te gaan en het eerste decennium van de 21ste eeuw is ten einde. Het aftellen is dus begonnen. De komende weken worden we weer doodgegooid met lijstjes, waarin de belangrijkste gebeurtenissen, triomfen, trends en mislukkingen nog een keer op een rijtje worden gezet. De beste plaat van de afgelopen tien jaar (toch van Radiohead)? Of het belangrijkste moment (goh, wat zou dát nou zijn). Welke modeverschijnselen hebben de jaren nul kleur gegeven (these Crocs are made for walking)?

Maar een veel interessantere (en leukere) vraag is hoe we dit decennium zullen noemen. Als het aankomt op het definiëren van een decennium, dan houdt de geschiedenis van pakkende kreten: de ‘roaring twenties’ en de ‘swinging sixties’. Deze bijvoeglijke naamwoorden zijn natuurlijk een simplificatie, maar ze weten op een prachtige manier de tijdgeest te vangen.

In het geval van de jaren twintig werd die tijdgeest gekenmerkt door een grenzeloos optimisme, dat werd gevoed door het einde van de Eerste Wereldoorlog, de snelle economische groei en de opkomst van nieuwe technologie, zoals radio, film en de auto. De opkomende middenklasse vierde dit optimisme dansend en rokend in de talloze jazzclubs. De jaren twintig worden daarom ook wel de ‘jazz age’ genoemd.

De jaren zestig waren ook zo’n periode van grenzeloos optimisme. Er ontstond een tegencultuur onder jongeren, die tot uiting kwam in popmuziek, mode, kunst en politiek. Jongeren begonnen autoriteiten in twijfel te trekken, propageerden vrije seks en drugsgebruik. De modeterm swinging werd gebruikt voor alles wat in die tijd hip en happening was. Het tijdschrift Time riep de Britse hoofdstad – op dat moment het centrum van de wereld – op 15 april 1966 uit tot ‘Swinging London’.

De jaren twintig en zestig zijn trouwens niet de enige decennia die een naam hebben gekregen die lekker bekt. De ‘fabulous fifties’ en de ‘sexy seventies’ bestaan ook, maar die zijn om wat voor reden dan ook minder blijven hangen.

En de jaren nul? De vraag is of het afgelopen decennium niet te vers in het geheugen ligt om het een naam te kunnen geven. Waarschijnlijk wel; er is enige historische distantie nodig om de kenmerken van een decennium te bepalen. En het decennium is nog niet eens geëindigd. Wat volgt is dus een eerste, persoonlijke poging om de jaren nul te benoemen. The name game is begonnen.

Om de jaren nul te kunnen definiëren, moeten we eerst vaststellen wanneer ze zijn begonnen en geëindigd. Want een tijdperk houdt zich natuurlijk niet netjes aan de cijfers.

Zo eindigden de roaring twenties op 24 oktober 1929 (zwarte donderdag), met de beurskrach die het begin van de Grote Depressie inluidde. En de swinging sixties kwamen ten einde op 6 december 1969. Dat was de dag dat tijdens een concert van de Rolling Stones op het Altamont-festival een meisje werd vermoord.

Altamont werd, terecht of niet, het symbool voor het einde van de optimistische jaren zestig en het begin van de conflicten van de jaren zeventig. De Amerikaanse muziekcriticus Robert Christgau schreef in 1972: „Schrijvers concentreren zich op Altamont, niet omdat het festival het einde van een tijdperk inluidde, maar omdat het zo’n complexe metafoor was voor de manier waarop het tijdperk eindigde.”

Wanneer zijn de jaren nul eigenlijk begonnen en geëindigd? Het einde zou ik niet weten, maar het begin is volgens mij 11 september 2001. De euforie van de jaren negentig vond zijn oorsprong in de val van de Berlijnse Muur, de vrijlating van Nelson Mandela en ongebreidelde economische groei. Hij kwam tot uiting in de hedonistische en a-politieke housecultuur. En hij eindigde met de aanslagen in New York en Washington.

De Britse schrijver Michael Bracewell schreef al in 2004 in The Independent on Sunday dat de jaren negentig zijn geëindigd op 11 september 2001. „Hoewel de achteloze heerlijkheid van feesten in de stad, zoals in de late jaren tachtig, nog steeds plaatsvindt, definieert dat sinds de oorlog tegen terreur is uitgeroepen niet meer de moderne tijd”, aldus Bracewell.

De terroristische aanslagen van 11 september markeerden inderdaad een van de belangrijkste momenten van het afgelopen decennium. De aanslagen op het World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington hebben twee oorlogen in gang gezet en een culturele botsing tussen de islam en het Westen teweeggebracht. Het tweede bepalende moment was de het faillissement van zakenbank Lehman Brothers, die een economische schokgolf opwekte waarvan de ernst en de gevolgen nog altijd niet duidelijk zijn.

Toch blijkt een decennium niet te worden gedefinieerd door politiek en economie, maar eerder door cultuur. De jaren twintig werden de roaring twenties genoemd, ondanks de enorme groei van de criminaliteit door de drooglegging in de Verenigde Staten en ondanks de dreiging van het fascisme in Europa.

Ook de jaren zestig swingden ondanks de oorlog in Vietnam en de moord op president John F. Kennedy. De aanslagen van 11 september en de kredietcrisis zouden hooguit een gevoel van dreigend onheil kunnen verklaren dat boven dit decennium heeft gehangen.

Dat gevoel wordt mooi verwoord het gedicht 1 september 1939 van W.H. Auden, dat veel mensen naar elkaar mailden in de dagen na 11 september: I sit in one of the dives/ On Fifty-second Street/ Uncertain and afraid/ As the clever hopes expire/ Of a low dishonest decade:/ Waves of anger and fear/ Circulate over the bright/ And darkened lands of the earth.

In het simpele feit dat mensen van over de hele wereld elkaar dit gedicht konden toesturen, is de belangrijkste culturele ontwikkeling van de afgelopen tien jaar vervat: het enorme succes van het internet en alles wat daarmee samenhangt.

Natuurlijk is die ontwikkeling al eerder in gang gezet. Sterker nog, de eerste ‘dotcom-zeepbel’ spatte in 2000 uit elkaar. Maar toch was dit ontegenzeglijk het digitale decennium. Het aantal internetgebruikers steeg van 361 miljoen in 2000 naar 1 miljard 734 miljoen in 2009.

De culturele impact daarvan is enorm, maar de reikwijdte kunnen we nog niet overzien. Het betekent in ieder geval dat de wereld in één klap een stuk kleiner is geworden. De wereldwijde communicatie is direct geworden, met e-mail, discussiefora en talloze chatdiensten. Zoekmachines als Google hebben een enorme hoeveelheid informatie voor iedereen toegankelijk gemaakt. De wereld is digitaal in kaart gebracht. Bibliotheken zijn op internet gezet. Googelen is een werkwoord geworden.

In decemer 2006 riep Time ‘You’ uit tot persoon van het jaar. Met die keuze loofde Time de internetgebruikers voor „het heft in handen nemen van de mondiale media”. Weblogs, internetgemeenschappen en andere user generated media als YouTube, Wikipedia, Facebook en MySpace hebben volgens het tijdschrift voor een revolutie in de media gezorgd. De macht van de traditionele media was gebroken ten gunste van blogs en netwerken.

Natuurlijk valt hier wel wat op af te dingen. Time ging aan de haal met een sentiment dat onder internet-adepten leefde, toen het world wide web twintig jaar geleden in opkomst was: het zou de macht aan het volk geven. Dat is zeker niet het geval. Blogs zijn nog steeds afhankelijk van traditionele media. En activisme op het web is erg vrijblijvend. Internet is ook niet een nieuw utopia, maar toch is de impact ervan groot.

De kunstvorm waar het internet tot nu toe de meeste invloed op heeft, is popmuziek – en dat zeg ik niet alleen maar omdat ik een muziekfanaat ben. Niet alleen heeft het downloaden de gevestigde muziekindustrie aan het wankelen gebracht. Ook heeft internet ervoor gezorgd dat er geen grote reclamebudgetten meer nodig zijn om van iemand een ster te maken. Zie de Nederlandse Esmée Denters, die via YouTube werd ontdekt door Justin Timberlake en nu in de VS aan haar carrière werkt.

Ik denk dat dj’s en producers (van nature computernerds) het beste met deze ontwikkeling om weten te gaan – al zit ik misschien zelf te diep in de dancescene. Ze zetten elke week een nieuwe mix in de vorm van een podcast op hun website. Als ze een nieuw nummer klaar hebben, sturen ze dat via Twitter naar hun volgers. Die branden het nummer op een cd’tje of zetten het op hun laptop om het diezelfde avond nog te draaien in een club aan de andere kant van de wereld.

De voorhoede van deze digitale revolutie werd gevormd door de computernerds, die nieuwe ontwikkelingen het eerst oppikken. In vroeger tijden waren nerds zielige figuren die slechts op ons medelijden konden rekenen. Maar de jaren nul werden het decennium waarin de nerd is uitgegroeid tot het hoogtepunt van hipheid.

De stereotype kenmerken van de nerd – een dik, zwart brilmontuur, wortelbroek en een verwassen T-shirt met verwijzing naar gadgets – werden gecultiveerd tot stijlkenmerken. Geek chic, heet dat in het Engels. Voorbeelden? Denk aan dj’s als Richie Hawtin, James Zabiela en Moby. Of aan Quentin Tarantino met zijn encyclopedische filmkennis. Maar het beste voorbeeld is misschien wel James Murphy, frontman van LCD Soundsystem. Toch een van de hipste bands van het decennium, wat mij betreft.

Kortom, in de nerd komen mode, muziek en computers allemaal samen. We kunnen dus met recht zeggen (stilte dames en heren, licht uit, spot aan, drumroffel...) dat de jaren nul de vanaf nu ‘the nerdy noughties’ heten.

    • Toon Beemsterboer