De gelukkige huisvrouw

De recensie van Wilfred Takken over het toneelstuk De gelukkige huisvrouw uit NRC van 8 december telt 485 woorden. De heer Takken wijdt 148 woorden aan de luttele minuten die mijn 17-jarige dochter op de rode loper heeft doorgebracht. Hij beschrijft het postuur van mijn dochter, volgens hem is ze „veel groter” dan ik, in werkelijkheid is ze twee centimeter kleiner. Hij beschrijft haar „grote, ronde” schouders, die door de kou „nog bloter” lijken, haar baljurkje, haar „zwijgende, ongelukkige” blik, hij heeft het over haar moeder met haar „frivole seksleven” en meent zelfs te weten wat haar moeder níét tegen haar heeft gezegd, namelijk dat ze een jas moet aantrekken, anders vat ze kou.

Na deze uitgebreide inleiding heeft de heer Takken nog zo’n 330 woorden over voor het toneelstuk dat volgens hem over een Gooise bitch gaat, hoewel het Gooi nergens wordt genoemd. 330 woorden voor een één uur en veertig minuten durend toneelstuk waaraan maandenlang met veel energie, vakmanschap en liefde is gewerkt door professionele theatermakers.

Zijn slotzin wijdt Takken opnieuw aan de „koude schouders” van mijn dochter, die hem „meer deden” dan het toneelstuk.

Mijnheer Takken, mijn dochter en ik kennen u niet en u kent ons niet. U schijnt recensent te zijn, u komt over als een amateurspsycholoog met gluurneigingen. Door uw verdwaasde, vooringenomen blik heeft het toneelstuk De gelukkige huisvrouw niet de recensie gekregen die het verdient. Dat spijt me voor de makers. Het spijt me ook dat ik mijn dochter aan u heb blootgesteld. Als ik hoofdredacteur van NRC was, zou ik De gelukkige huisvrouw opnieuw laten recenseren, dit keer door een vakman. Het stuk staat tot en met 3 april in het theater.

Heleen van Royen

Auteur De gelukkige huisvrouw

    • Heleen van Royen Auteur ‘De Gelukkige Huisvrouw'