Dagloner in het sorteercentrum van de post

Lezer Christian Kanstadt werkte vorig jaar als uitzendkracht voor zes euro per uur in het TNT-postsorteercentrum Westpoort. Het ligt onder de rook van de afvalverwerking in het Westelijk Havengebied van Amsterdam. Hierbij zijn impressie van de kostenbesparende realiteit van, zoals staatssecreatris Heemskerk (PvdA) dat noemt, de ‘open en sociale postmarkt’.

,,Medewerker van de maand

Een pendelbus koerst

door het nachtelijk Havengebied

langs schepen op de wacht,

een prefab hal, nog een megabedrijf,

greppels en prikkeldraad

strak afgezet om braakliggend terrein

In de doffe t.l.ogen

van een afvalverwerkingsfabriek

lijken inzittenden

-tegen beter weten in - op elkaar

Vaal witrijst een ploeg huisvrouwen

wanhopig modieus uit de tijd,

en mannen in taggie bombeerjacks

die hun van dagloners onderscheidt.

De een droomt kredietwaardig

van auto’s en mooie luchten,

de ander leeft van dag tot dag

op lekke Nikes en lopende schulden

Met een peptalk wordt de uitzendkracht

op sorteercentrum West ingeprent

dat China hun automatisering kopieert

en zwijgt dat zij op hun beurt

het laagste loonland in minima overtreft

Zij melken op voormond van vakbond

het zweet van kanslozen,

bij voorkeur laagopgeleide migranten

en fabuleren met de overheid

dat werk je maatschappelijk integreert.

Aan het einde van de rit

haasten verstilde gezichten

door de poort,

eentonig, maar met namen:

Dimitri, die onder te zwaar beladen

postzakken slijt,

Mohammed getroffen door het lot

van stempelmachines en halfdoof,

Corrie na veertig jaar wegwerpmens,

en daar Chris in twee jassen voor op

de heftruck bij min tien in het dok

Na digitaal klokken op de 60’ste sec.

staat een vloermanager

met stopwatch op de sorteer

en noteert of de productiviteit

beantwoordt aan de quotawens

van het managementbeheer

‘Die denken alleen aan

- doelstellingen verwezenlijken -

zetten de machine een tandje hoger,

en komen wij niet mee,

gaat de lont in hun eindejaarsbonus,’

mort het volk uit het posttijdperk

toen geen enkel schrijfwerk

het briefverkeer evenaarde,

en postbodes nog uitgevers waren

Het klagen verstomt in breedbeeld

van hal tot in de kantines,

monitors die je dader maken

door ziekteverzuim en wanprestatie

percentueel per afdeling te verraden

De rookkantine versluiert de teevees

maar niet het minzaam gefluister:

Een zestigjarige die zijn klote

bij de pakketdienst afvriest

mompelt ‘slavendrijvers,’

een paranoïde die na tien jaar

als sorteerster in ongenade viel

delireert ‘kampbewaarders,’

een antisemiet circuleert

complottheorieën over Joden,

en altijd pik jij als buitenlander

of uitzendkracht hun baan

en denk je aan stoppen met roken

Als de avondploeg wisselt,

het wachten is op de laatste bus,

fixeert ijsregen sorteerreflexen,

en reanimeert de afvalverbrander

welstand en vergankelijk geluk

Eindelijk groet je onverschilligheid,

en schuif je verstomd

aan de chauffeur voorbij

voor wie het geen vraag is

wie ben ik, of maakt werk zin,

want hij is als wij

ontwaard op de schaal van tijd

Beslijkt achter wasem

voert bulk -en vastgoed

langs een snoer van licht

de analoge toekomst in,

waar elk gezicht wordt gewist,

in naam sluitpost is.

2009 januari”