Als de politie moet schieten verdwijnen ook grondrechten, zegt ombudsman

brenninkmeijerEr is (alweer) wrijving tussen de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer en het kabinet. Aanleiding  zijn de strandrellen waarbij één dode viel.  De ombudsman stelde vrijdag bij een lezing in Tilburg  de vraag of de Staat daar het mensenrecht op leven wel voldoende had gewaarborgd, gezien het ‘excessief’ gebruik van geweld door de politie.

Dat leidde tot een bericht op de site van De Telegraaf, dat werd begrepen  als kritiek op de agenten die daar uit noodweer schoten losten. Volgens De Telegraaf zei hij daar dat “een gebrek aan goede organisatie bij de politie niet [rechtvaardigt] dat er gewonden vielen en zelfs iemand om het leven kwam”. In het tv-programma Buitenhof gaf Brenninkmeijer zondagochtend nadere uitleg. Hij verdedigde de politie in het algemeen en legde de nadruk op de verantwoordelijkheid van de staat. Maar het kwaad was toen al geschied. Het kabinet vond vrijdag bij monde van vice-premier Bos dat Brenninkmeijer buiten zijn boekje was gegaan. Zijn opmerkingen werden onverantwoord en ongepast genoemd. Hier het bericht daarover.

In Buitenhof zei Brenninkmeijer dat hij slechts in het openbaar ‘vragen’ had gesteld en zich geen oordeel had aangemeten.  Nooit eerder moesten zoveel agenten zich redden door zo massaal te schieten: eerst om te waarschuwen en daarna gericht om zich de aanvallers van het lijf te houden. Daarmee was er sprake van een unieke situatie, van levensbedreigend handelen door de overheid en daarmee dus ook van een mogelijke inbreuk op het recht op leven en het recht op integriteit van het lichaam. Het naleven van deze mensenrechten is voor de overheid een dure plicht, zegt Brenninkmeijer.

In de Europese rechtspraak geldt dat bij dood door een politiekogel de staat moet aantonen dat het absoluut niet anders kon. Uit de onderzoeken van justitie en het COT tot nu toe komt dat beeld bepaald niet naar voren. Er lijkt eerder sprake van een reeds tekortkomingen, missers en blunders door de overheid waardoor  een flink aantal agenten in levensbedreigende toestand op het strand werden achtergelaten. Als er ME was geweest, dan was dit niet gebeurd, is nu de algemene wijsheid achteraf. Het lijkt dus goed mogelijk dat de Staat hier juridisch aansprakelijk is. Ook als de agenten dat zelf niet zijn, op grond van noodweer.

Vragen naar de bescherming van burgerrechten worden in Nederland volgens Brenninkmeijer te weinig gesteld. Daarom had zijn Tilburgse lezing ook de titel ‘Verdwijnende grondrechten”. Dat kwam hem dus nu op een reprimande van Wouter Bos te staan. Waarna Brenninkmeijer zijn eerdere opmerking  op de ‘verruwing’ van de verhoudingen in politiek-bestuurlijk Den Haag herhaalde.

De ombudsman is immers een Hoog College van Staat, vergelijkbaar met de Raad van State. Een kabinet mag daarmee best van mening verschillen. Om eventuele kritiek, zelfs in vragende vorm,  ’ongepast’ te noemen gaat dan ver. De onafhankelijke ombudsman is immers aangesteld om die kritiek te kunnen leveren. Brenninkmeijer had eerder aanvaringen die erop duiden dat het vriespunt in de betrekkingen met het kabinet is genaderd. Lees hier een commentaar, met daaronder een link naar de kwestie die toen speelde. En lees hier een column waarin Jan Blokker in nrc.next zijn oordeel geeft.

Wat vindt u? Was de opmerking van de ombudsman gepast en verantwoord of juist niet, zoals vice-premier Bos vond?

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

    • Folkert Jensma