Wie na geweld aangifte doet wordt dubbel gepakt

In elkaar geslagen of bedreigd? Dan doe je aangifte. In Nederland heeft dat geen zin, vindt Paul Andersson Toussaint

Freelance journalist. Auteur van onder meer ‘Staatssecretaris of seriecrimineel; het smalle pad van de Marokkaan’ (Bert Bakker, 2009)

De zanger Herman van Veen vertelde op 9 november bij Pauw & Witteman dat hij duizenden elektronische haatbrieven en bedreigingen had ontvangen, nadat hij de PVV had vergeleken met de NSB. In de uitzending bekende Van Veen dat hij echt bang was. Later die week las ik in verschillende kranten dat hij aangifte van bedreiging had gedaan bij de politie.

Welke drie dingen vallen op aan dit bericht?

Dat deze bezorgde cabaretier, net als andere BN’ers, veel energie steekt in het kaltstellen van een parlementslid dat zelf zo ernstig bedreigd wordt dat hij permanent bewaking nodig heeft.

Dat hij geen enkele inspanning verricht om de ernstige problemen op te lossen waar Wilders zijn grote electoraat aan te danken heeft.

Dat het de zanger blijkbaar gelukt was om aangifte te doen van bedreiging. Veel gewone Nederlandse burgers, doodsbang of niet, lukt dat namelijk helemaal niet. Sterker nog: het lukt sommige burgers niet om aangifte te doen van veel zwaardere misdrijven als openlijke geweldpleging en mishandeling. En als ze daar wel in slagen, gebeurt er over het algemeen verder bitter weinig.

Dit is de werkelijkheid voor veel gewone Nederlanders. Een Amsterdamse vrouw verbreekt de relatie met haar Hollandse vriend. De vriend is boos, hij bedreigt haar, mishandelt haar, breekt in in haar woning en vernielt een groot deel van haar huisraad. Zij geeft hem aan. De man wordt opgepakt door de politie, ondervraagd en een officier van justitie beslist dat hij na enkele uren weer vrij gelaten moet worden. De vrouw duikt op eigen kosten een maand lang onder in een bungalowpark. Er wordt nooit strafvervolging ingesteld en er komt ook nooit een strafzaak. De man loopt vrij rond. De volgende keer dat hij weer iets flikt en wordt gepakt, is hij nog steeds first offender. Hij heeft ook wat geleerd, namelijk dat hij met gewelddadig en crimineel gedrag wegkomt. De vrouw heeft eveneens een belangrijke ervaring opgedaan. Zij is nóg banger geworden, want ze realiseert zich dat er niemand is die haar beschermt en dat ze machteloos is. Hoe groot is de kans dat ze de volgende keer weer aangifte zal doen?

Door de jaren heen hoorde ik tientallen andere verhalen van vrienden en anderen in mijn omgeving, die soms met een vuurwapen of samoeraizwaard geterroriseerd en bedreigd werden door buren. Sommigen lukte het om aangifte te doen, maar nooit werd door justitie ingegrepen. Door eigen journalistiek onderzoek weet ik dat in bepaalde wijken in Amsterdam het vertrouwen in politie en justitie volledig is verdwenen en vrijwel niemand meer aangifte doet van bedreiging, geweld of diefstal.

Jaren geleden werd een oude schoolvriend van me ’s nachts in het Amsterdamse Vondelpark gevonden. Een stuk van de achterkant van zijn schedel, ter grootte van een platgeslagen banaan, lag eruit. Zijn hersens waren zichtbaar en een deel van het hersenvocht was weggelopen. Hij werd in het ziekenhuis geopereerd en zweefde enkele dagen op de rand van leven en dood. Het kostte hem een jaar om te revalideren en hij verloor zijn baan. Een specialist die hem onderzocht vertelde dat zijn letsel was veroorzaakt doordat iemand zijn schedel met een knuppel van achteren had ingeslagen. Maar toch is het hem nooit gelukt om aangifte te doen van poging tot doodslag of zware mishandeling. De politie hield vol dat hij van zijn fiets was gevallen en dat het een ‘ongeluk’ was, maar stelde nimmer een onderzoek in naar ‘het ongeluk’.

Ik werd jaren geleden, toen geweld nog zinvol was, ’s nachts een paar meter van mijn huis in de Amsterdamse binnenstad op straat bijna doodgeslagen door drie Hollandse jongens. Na de eerste klap raakte ik buiten bewustzijn. In het ziekenhuis bleek dat mijn neus was verbrijzeld, mijn kaak op twee plekken gebroken en mijn rechter oogkas en het bot bij mijn voorhoofdsholte verbrijzeld. Twee chirurgenteams van het VU Ziekenhuis waren vijf uur bezig om mijn gezicht op te lappen. Zeven weken lang leefde ik op vloeibaar voedsel dat ik via een rietje naar binnen zoog.

Ik deed aangifte. Toen ik een paar weken later op onderzoek uit ging in mijn buurt om de daders te vinden, kwam ik erachter dat de politie zelfs nooit een buurtonderzoek had gedaan. Ik heb ook nooit meer van de politie gehoord.

Twee jaar lang werd ik gemiddeld één keer per maand met de dood en het ‘breken van mijn poten’ bedreigd door de drankzuchtige Surinaamse vriend van een buurvrouw. Deze man mishandelde die buurvrouw ook en zorgde af en toe voor enorme geluidsoverlast. Zij deed nooit aangifte.

Toen ik na de eerste doodsbedreiging aangifte wilde doen op het politiebureau, probeerde de agent mij sterk te ontmoedigen: „Meneer, zou u dat nou wel doen? Wij gaan er toch niets mee doen en het OM ook niet.” Ik kon een zogeheten ‘mutatie’ laten maken.

Het niet ingrijpen van politie en justitie had twee ernstige gevolgen. Deze dader kwam niet alleen weg met zijn strafbare gedrag, maar hij werd ook steeds weer gesterkt in dat foute gedrag. Ik had zelf maar twee keuzes. Alles machteloos over mijn kant laten gaan of tot eigenrichting overgaan.

Ik had al lang besloten om me niet te laten intimideren. Elke keer als hij zich misdroeg, sprak ik hem weer aan, stonden we met verhitte koppen tegenover elkaar, werd ik voor kankerlijer uitgemaakt en hoorde ik dat hij me dood ging maken. De mensen in mijn omgeving waren bang voor mij.

Na twee jaar besloot de buurvrouw eindelijk de relatie te verbreken en liet hem niet meer binnen, maar een paar dagen later stond deze criminele baliekluiver gillend de voordeur van ons pand in te trappen. De grens was bereikt. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik pakte een grote haaiendolk, stak die in mijn zak en stormde drie trappen af. Er vielen wederzijds klappen. Op dat moment zag ik dat er wel drie surveillanceauto’s waren gearriveerd. Eén van de agenten zag de dolk in mijn zak en wilde mij aanhouden. Ik moest praten als Brugman om te voorkomen dat ik in de boeien werd geslagen. Toen de dader werd afgevoerd, bedreigde de man mij weer. ‘Ik ga je dood maken.’ Zes agenten, zes getuigen. Een ingetrapte deur. Bewijsrechtelijk een sterke zaak.

„Kan ik aangifte doen van bedreiging en vernieling”, vroeg ik.

„Nou meneer, zou u dat nou wel doen? U mag blij zijn, dat we u niet oppakken voor verboden wapenbezit.”

De man werd een half jaar later pas veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens mishandeling. Al die tijd liep hij vrij rond en bleef hij mijn buurvrouw per telefoon bedreigen en volgde haar naar haar werk. Ze was doodsbang.

Ik besloot een afspraak met de buurtregisseur te maken. Hij kwam de volgende dag met een collega en hoorde mijn verhaal met zichtbare tegenzin aan. Of ze wat gingen doen?

„Nou nee, meneer. Wij kunnen niets doen.”

Mijn buurvrouw is vervolgens een paar weken ondergedoken en nog een jaar lang bang geweest.

Zelfs áls er justitiële actie volgt, is het strafrechtelijke saldo voor veel burgers dus vaak pover, om niet te zeggen nihil. Voor het voormalige maandblad M Magazine van NRC Handelsblad schreef ik een verhaal over een jonge vrouw die bijna anderhalf jaar lang gestalkt en bedreigd werd door haar ex-vriend. Hij dreigde haar te verkrachten en dood te maken, soms tientallen keren per week. Haar belager brak tweemaal in in haar huis en vernielde haar woning volledig. De man werd enkele keren opgepakt maar steeds weer op bevel van de rechter-commissaris na een paar uur vrijgelaten.

Deze vrouw deed talloze malen aangifte en had in totaal veertig keer contact met de politie. Tot haar verbijstering adviseerde de politie haar al snel om onder te duiken. Anderhalf jaar zat ze ondergedoken. Ze verbrak de relaties met al haar oude vrienden en voelde zich genoodzaakt haar huis te verkopen. Na anderhalf jaar kwam de zaak pas voor de rechter. De feiten betroffen huisvredebreuk, inbraak, diefstal, moedwillige vernieling, bedreiging en een jaar lang belaging (stalking). Het OM eiste slechts tachtig uur taakstraf en zes weken voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar. De rechter legde deze straf ook op. Een woordvoerder van het OM legde uit dat dit ‘een heel gebruikelijke straf’ was. Deze vrouw leidt nog steeds een geheim leven en heeft elk vertrouwen in de rechtsstaat verloren. Ze was pisnijdig en voelde zich enorm gefrustreerd. „Ik heb me keurig gedragen, ben niet voor eigen rechter gaan spelen. Maar in mijn concrete situatie is helemaal niets veranderd. Ik heb nog steeds mijn vrijheid niet terug. En hij loopt nog steeds vrij rond en kan mij nog altijd van alles aandoen. Dat is het nettoresultaat.”

Stef Hendriks, directeur van de Stichting Criminaliteitsbestrijding Nederland die stalkingslachtoffers helpt om stalkers aan te pakken, vertelde indertijd dat het een kwart van de slachtoffers niet was gelukt om aangifte te doen bij de politie. Het ging naast stalking om strafbare feiten als vernieling, inbraken, bedreiging met de dood en verkrachting, allerlei vormen van fysiek geweld en zelfs poging tot moord.

De kans om slachtoffer te worden van criminaliteit in het algemeen is in Nederland, net als bijna overal elders in Europa, de afgelopen tien jaar gedaald. Maar uit een omvangrijk wetenschappelijk onderzoek, The burden of crime in the EU, bleek in 2007 dat veel voorkomende criminaliteit als geweld, overvallen, bedreiging en inbraak in Nederland ruim boven het gemiddelde in de Europese Unie ligt. Nederland staat op de vierde plaats, na het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Estland. De gegevens zijn niet, zoals gebruikelijk, op aangiftes gebaseerd, maar op zogeheten slachtofferenquêtes onder duizenden burgers van achttien EU-landen, uitgevoerd door een consortium van onderzoeksbureaus onder leiding van Gallup. Geweldpleging (assault) lag in Nederland maar liefst 50 procent hoger dan het EU-gemiddelde en was het afgelopen decennium juist toegenomen. In een recenter vervolgonderzoek waar ook landen buiten Europa bij betrokken waren, stond Nederland nog steeds in de criminele kopgroep. Het percentage burgers dat slachtoffer was geworden van geweld en bedreiging was bijvoorbeeld ruim vier keer zo hoog als dat in landen als Italië en Portugal.

Het Amsterdams bureau voor Onderzoek en Statistiek meldde al in 2003 dat 36 procent van de Amsterdammers in de twaalf maanden daarvoor te maken had gehad met een vorm van agressie of geweld. Meer dan eenderde dus.

Een ander cijfer was nog onthutsender, want vijftig procent van de 2.700 ondervraagde Amsterdammers was daarnaast getuige geweest van agressief gedrag of geweld op straat. Gemiddeld waren deze Amsterdammers bijna 8 keer getuige van geweld. De helft van de ‘getuigen’ had geen actie ondernomen en was doorgelopen of doorgereden. In 12 procent van de gevallen werd de politie of het alarmnummer 112 gebeld. 15 procent van de ondervraagden bleef staan kijken naar wat zich afspeelde terwijl 1 procent fysiek tussenbeide was gekomen.

„Geweld is structureel in deze stad”, constateerde een vriendin van mij die in Amsterdam Oud-Zuid woont en jarenlang was bedreigd door een Turkse buurjongen. „Die steeds maar dalende aangiftecijfers steek ik in de plek waar de zon en de maan nooit schijnen.”

Aangiftecijfers zeggen net zoveel over de kwaliteit van de politie als de weerberichten over de invloed van het KNMI op het weer, constateerde onderzoekster Monica den Boer in januari van dit jaar in deze krant. Zij wees op recent Brits onderzoek, waaruit bleek dat 250 strafbare feiten gemiddeld tot één veroordeling leiden.

Er is geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de situatie in Nederland rooskleuriger is. Dat bleek wel in februari 2006 toen de Amsterdamse korpschef Bernard Welten in Het Parool een boekje opendeed over de aanpak van veelplegers in Amsterdam. Welten maakte openbaar dat er 5.800 draaideurcriminelen in de regio waren die tweederde van alle delicten pleegden.

Dat er bijna zesduizend seriecriminelen in Groot-Amsterdam rondliepen was natuurlijk al schokkend, maar Welten vertelde ook dat de politie een aanzienlijk deel van deze veelplegers wel twintig tot dertig keer per jaar oppakte. Uit eigen onderzoek van de politie bleek daarnaast dat veelplegers die veroordeeld waren tijdens hun proefverlof, wel vier tot vijf keer gearresteerd werden voor nieuwe strafbare feiten die zij pleegden.

„Wij vangen de vis en die verdwijnt vervolgens in een emmer zonder bodem.”

Die ontbrekende bodem, dat mag duidelijk zijn, bestaat uit het OM en de strafrechters die deze criminelen elke dag weer op straat zetten.

Maar ook een flink deel van de wel veroordeelde criminelen blijkt niet opgesloten te worden. In januari 2009 maakte de politie bekend dat er alleen al in Amsterdam en omgeving 1.700 reeds veroordeelde criminelen voortvluchtig waren. Welten ergerde zich ‘mateloos’ en kon het niet uitleggen aan ‘de maatschappij’.

Genoeg aanleiding voor Kamervragen, voor een parlementaire enquête, voor een nieuw Deltaplan en voor hele tritsen bezorgde cabaretiers die in de babbelprogramma’s alarm slaan over de erbarmelijke staat van de rechtsstaat, zou je zeggen. Maar er gebeurde helemaal niets.

Voormalig procureur-generaal Docters van Leeuwen is een van de weinigen die al ruim vijf jaar geleden de noodklok luidde, onder meer in deze krant (27 maart 2004). Hij rekende voor dat per jaar acht miljoen delicten plaatsvinden in ons klunzenkoninkrijk. „Daarvan belanden er 250.000 bij het openbaar ministerie. Er komen 100.000 zaken voor de rechter. Eén procent van acht miljoen is tachtigduizend. Laten we niet millimeteren: de rechter behandelt vier à vijf procent van alle delicten. Dus: met 95 procent gebeurt niets. Weet u wat dát betekent? Van de honderd slachtoffers wordt er bij vier of vijf wat gedaan.”

Dat is het laagste percentage in Europa, constateerde hij. Als we nou wel millimeteren, dan blijkt dat er dus in 1,25 procent van de gevallen maar wat wordt gedaan. En daarvan leidt maar een deel tot een veroordeling. Hij pleitte voor een nieuwe Deltaplan, een harde en radicale aanpak van de criminaliteit. De pakkans verhogen, veelplegers hard aanpakken, veel langer straffen, recidivisten niet meer loslaten en criminele asielzoekers uitzetten. zero tolerance. Dat hoeft geen tien jaar te duren.

‘Begin nu’.

We zijn al weer ruim vijf jaar verder. Beste Herman, Freek en Geert, wordt het niet eens tijd om je te zorgen te maken over de echte problemen?

    • Paul Andersson Toussaint