Vrolijke keuken

De jongelui telden af: vijf, vier, drie, twee, een, nul! En daar werd de politie bestormd, en teruggedreven, het mulle zand van de duinen in. Agenten in nood grepen hun pistool, losten waarschuwingsschoten. Dat hielp niet. Ze schoten gericht en één van de bestormers heeft het niet overleefd. Al eerder was bekend dat de overheid de gevaren had onderschat. Ook had het waarschuwingssysteem niet goed gewerkt. Het gebruikelijke gehannes bij zulk soort gebeurtenissen. Nu heeft een commissie van onderzoek verklaard dat de agenten geen blaam treft. Ter gelegenheid van deze uitspraak toonde de televisie videofragmenten, opgenomen door een agent die een camera in of op zijn helm had. Het drama heeft zich afgespeeld op een dancefeest in Hoek van Holland.

Vorige week is het boek De Grenzeloze Generatie verschenen, van Martijn Lampert en Frits Spangenberg. Ze hebben 22.000 jonge Nederlanders ondervraagd en zijn tot de conclusie gekomen dat de meesten van deze generatie, geboren omstreeks 1986, min of meer genotzuchtige eenlingen zijn. Premier Balkenende die het eerste exemplaar kreeg, vindt dat er iets aan moet worden gedaan. Heel verstandig. Verder las ik een paar commentaren van kritische columnisten, die erop wezen dat deze generatie ook vele duizenden hardwerkende jonge mensen telt, en dat dit weer naar het oude liedje zweemt: het ‘vroeger was alles beter’. Het zal wel.

Ik kan me vergissen maar ik heb het gevoel dat ook deze discussie zal stranden in het oeverloze, verongelijkte, boze gedrein dat het nieuwe Nederlandse geestesmerk is. Lees er de websites van een paar internetkranten op na. Het NUjij van nu.nl is op dit gebied heel goed. Soms staat er: ‘Verwijderd door de redactie.’ Daar ben ik het nieuwsgierigst naar.

Het dancefeest in Hoek van Holland is exemplarisch voor het verschil tussen toen en nu. Veertig jaar geleden is er ook zo’n feest gehouden, in Woodstock. Nog altijd het grootste uit de dancegeschiedenis, geloof ik. Er waren 450.000 mensen, jongeren. Niemand gesneuveld. Naar dit voorbeeld is toen in het Kralingse Bos ook zo’n evenement georganiseerd. Daar werd zeer stevig geblowd, en dat is ook vreedzaam verlopen. Het was nog in de lovelovelove-tijd. In 1999 is Woodstock nog eens overgedaan. Daar is het toen al stevig uit de hand gelopen. Aan de andere kant: Amerikaanse jongeren kijken, net als de meeste Nederlandse, graag naar wedstrijden. Baseball, basketbal, ijshockey, boksen. Hier hoort de risicowedstrijd al tientallen jaren tot de normale verschijnselen. De ME wordt gemobiliseerd. Gevaarlijke honden, de lange lat, de blauwe gepantserde busjes, dat hoort in het weekeinde al tientallen jaren in de gevaarlijke buurten tot het normale Nederlandse straatbeeld. Grootscheepse vechtpartijen als bijverschijnsel van de sport komen in Amerika niet voor.

Hoe verklaar je het verschil? In ieder mens schuilt een neiging tot vandalisme, gewoon lekker de boel kapot slaan. I love the sound of breaking glass, zong Nick Lowe in 1977. Especially when I’m lonely. Daar heb je het. Eenzame jongeman slaat alles aan scherven.

Verder werden vandalisme en agressie vroeger meer gekanaliseerd. Op Nederlandse kermissen had je de vrolijke keuken waar je tegen betaling allerlei aardewerk aan scherven kon gooien. De Amerikaanse kermis had een populair vermaak, Hit the Man of Distinction; een tentje waar je modderballen naar een heer in smoking kon gooien. De smoking zag er onberispelijk uit maar was van rubber; de ballen waren van echte modder. Ik denk dat zo’n faciliteit nu in Nederland met de groeiende afkeer van de ‘élite’ in een behoefte zou voorzien.

In ieder geval, deze cultureel gekanaliseerde vormen van vandalisme zijn verdwenen. Met games kun je je hart nog ophalen, maar dat is virtueel. We beginnen te denken dat de hele maatschappij een vrolijke keuken is.

    • S. Montag