Verbod Koerdische partij zet Turkije terug in de tijd

Nieuwsanalyse

Het Turkse Constitutionele Hof heeft de enige Koerdische partij verboden. De regeringspartij van premier Erdogan is gewaarschuwd.

De unanieme beslissing van het Turkse Constitutionele Hof gisteravond om de enige Koerdische partij in het parlement, de DTP, te verbieden, heeft Turkije jaren terug in de tijd gezet. Niet alleen verliezen Koerden hun vertegenwoordiging in het parlement, en 37 parlementsleden en partijfunctionarissen hun baan. Met een pennenstreep rekende het Constitutionele Hof af met drie illusies: dat de 25 jaar durende oorlog tussen Koerden en Turken zijn einde nadert, dat er vaart zit achter de democratisering van Turkije en dus ook achter de toetreding van het land tot de Europese Unie.

Volgens het hof heeft de DTP banden met de militante afscheidingsbeweging PKK en zou ze zich schuldig maken aan „activiteiten die gericht zijn tegen de ondeelbaarheid van de staat”. Op partijbijeenkomsten van de DTP ontbreekt zelden het portret van de veroordeelde PKK-leider Öcalan. Parlementsleden bezegelden het einde van de partij toen ze onlangs dreigden: „Als we verboden worden gaan we terug naar de bergen.” De bergen, dat is de oorlog.

Die oorlog beloofde premier Erdogan te beëindigen. Hij stelde tal van hervormingen in het vooruitzicht: Koerdische tv-kanalen, Koerdische les op universiteiten. De regering liet zelfs toe dat PKK-strijders terugkeerden uit hun schuilplaats in Noord-Irak, zonder dat de ‘terroristen’, zoals PKK’ers in de media genoemd worden, werden gearresteerd. Maar het verzet tegen die hervormingen was hevig, zowel onder Turkse als Koerdische nationalisten.

De inzet werd begin deze week verhoogd met een aanslag op een legerpatrouille in het noorden van Turkije. De beelden van huilende moeders en zeven doodskisten herinnerden tv-kijkers dat ze nog steeds in oorlog zijn, en dat de vijand heel dichtbij is. Een dag voor de uitspraak werd de aanslag opgeëist, door de PKK. „De PKK keert terug naar de oorlog”, kopte de krant Radikal vrijdagochtend. De eenzijdige wapenstilstand van de PKK van het afgelopen jaar was ten einde. Met de Koerden valt niet te praten, lazen alle Turken.

Maar de werkelijke strijd in Turkije gaat niet tussen de Koerden en de Turken, waarschuwt Baskin Oran, hoogleraar internationale betrekkingen aan de universiteit van Ankara. „Die strijd gaat tussen de twee moderniseringsgolven van Turkije. De eerste is die van de jaren twintig, die van Turkije een nationalistische staat wilde maken, door alle bevolkingsgroepen te assimileren, te discrimineren, of etnisch te zuiveren. Dat is de modernisering waarvan de meeste leden van het Constitutionele Hof hebben geprofiteerd. De tweede is ingezet door de regerende AK-partij, die Turkije tot een pluralistische staat probeert te democratiseren. Dit is de clash of modernisations.”

De AK-partij van premier Erdogan ontsnapte vorig jaar zelf maar net aan sluiting door hetzelfde Constitutionele Hof. Sinds 1960 werden in Turkije in totaal 26 politieke partijen gesloten. Steeds met hetzelfde argument: ze brengen de eenheid van de Turkse staat in gevaar. „Dit is een duidelijke waarschuwing aan de AK-partij”, zegt hoogleraar Oran. „Pas op, we hebben de macht om partijen te sluiten, is de boodschap.” De verhouding tussen de rechterlijke macht en de regering staat onder hoogspanning sinds bekend werd dat aanklagers en rechters jarenlang werden afgeluisterd. Onderzocht wordt of dat reden is voor sluiting van de AK-partij.

Premier Erdogan leek zelf niet rouwig om sluiting van de DTP. „In een democratisch systeem dulden we geen partijen die terrorisme steunen”, sprak Erdogan uren voor de uitspraak. De hervormingen van Turkije zouden volgens hem niet hoeven te lijden onder de sluiting van de Koerdische partij. „Daar hebben we de DTP niet voor nodig.” In die uitspraak zien veel Koerden de bevestiging dat de AK-regering hervormt omwille van zijn eigen agenda, niet die van de Koerden.

„Er wordt alsmaar over ons gesproken, nooit met ons”, zegt Mustafa Avci van de DTP in Istanbul. De verklaring die hij aanhangt is dat de hervormingen van de regering vooral zijn bedoeld om de macht van het leger en de seculiere elite terug te dringen, omwille van de gelovige achterban van de AK-partij. De Koerden zijn slechts een instrument.

De sluiting van de Koerdische partij zou de AK-partij bij de verkiezingen in 2011 bovendien kunnen helpen, zegt Mumtaz Soysal, hoogleraar staatsrecht. „De regering kan nu de schuld aan de rechterlijke macht geven. Ze kunnen zeggen: ‘Wij hebben alles geprobeerd, maar het hof staat het niet toe’. Het is voor de AK-partij te hopen dat Europa het ook zo zal uitleggen.’’

    • Bram Vermeulen