Vechten om het laatste beetje water

Door de opwarming van de aarde en explosieve stedengroei is er in sommige delen van Arizona bijna geen water meer. Burgers, overheden en bedrijven voeren een strijd om het blauwe goud die een strijd om het bestaan is. Bonanza voor gevorderden.

Gary Beverly stuurt zijn auto een zijweggetje in. Hier ligt Del Rio Spring, waar het grondwater sinds mensenheugenis spontaan uit de bodem opwelt. Een goudmijntje in een gebied van kale akkers en grijsbruine rotsen, 150 kilometer ten zuiden van de Grand Canyon.

Maar Del Rio Spring heeft zijn beste tijd gehad. Vier verdorde bomen staan er nog, een waterpomp is werkeloos achtergelaten. Twee razendsnel groeiende steden in de regio, Prescott en Prescott Valley, hebben deze grondwaterbron de laatste decennia vrijwel uitgeput. „Nog vijftien jaar en er is geen druppel over”, mokt Beverly (65), een gepensioneerde ondernemer die van de strijd om het water zijn levenswerk heeft gemaakt.

Hij wijst naar de lege vlakte die vanaf Del Rio Spring doorloopt tot de voet van de rotsen, een paar kilometer verderop. „En de grap is”, smaalt hij, „dat ze hier 8.000 huizen gaan bouwen. Zie je het voor je?”

Het is de realiteit van Arizona. Hij weet het. „Water hebben we niet meer.” Stilte. „Geld ook niet.” Stilte. „Maar de groei gaat altijd door.”

Op weinig plaatsen komt de Amerikaanse ambivalentie over klimaatverandering zo helder in beeld als in deze zuidwestelijke staat, tot de uitbraak van de recessie jarenlang de snelst groeiende van het land. Ook nu wetenschappers uitvoerig hebben vastgesteld dat de waterschaarste mede toeneemt door de opwarming van de aarde, vertonen lokale autoriteiten niet de neiging hun houding te veranderen.

Dramatische feiten genoeg. In het dorpje Clarkdale (4.000 inwoners), in het hart van de staat, boren burgers steeds vaker een eigen pijpleiding van een paar honderd meter naar het grondwater, vertelt burgemeester Doug Von Gausig. „Mensen zeggen: wij kunnen wel eens de eersten in de staat zijn die droog komen te staan.” In de hoofdstad van Arizona, Phoenix, stierven drie jaar geleden zelfs cactussen door de droogte. En de sneeuwval in de staat – belangrijk voor het grondwaterpeil – kromp de laatste tien jaar met 90 procent, zegt John Munderloh, watermanager van Prescott Valley.

Maar denk niet dat hij gelooft in de invloed van mensen op de klimaatverandering. Dat vindt hij – een van de ervaren watermanagers in de staat – overtrokken praatjes van beroepspessimisten. Met slim bestuur en technisch vernuft is alles op te lossen, zegt hij. Hij is de zoon van een rancher, gedurende zijn hele jeugd was hij bezig met putten slaan en grondwater peilen. „Dat is de cultuur hier, wij leven in een woestijn.” Zeker nu de recessie zo hard toeslaat is er geen alternatief: „Onze inwoners smachten naar nieuwe groei.”

En dus leveren boeren, bedrijven en overheden in Arizona nu een existentiële strijd om het grondwater, zodat zij hun groeiplannen veilig kunnen stellen. De laatste tijd maken ze zelfs jacht op elkaars grondwaterbronnen. Het is Bonanza voor gevorderden. „Water is geld in Arizona. Water creëert rijkdom”, lacht Munderloh, de watermanager.

Het is de beslissende fase in de strijd, voorziet Michael Crimmins van de Universiteit van Arizona. „We hebben te veel inwoners voor ons water. Dus nu is de vraag: van wie is het grondwater eigenlijk?”

Het gevecht werd enkele jaren terug ingeleid door een van de charmantste steden in de staat. Prescott is in de negentiende eeuw gebouwd, de victoriaanse binnenstad is nagenoeg in tact gebleven. De stad ligt relatief hoog. Vooral vermogende ouderen worden aangetrokken door de rotsen, de blauwe hemel en de zuurstofrijke lucht.

Zo werd het motto van Prescott – ‘Everbody’s hometown’ – de laatste jaren tamelijk letterlijk in de praktijk gebracht.

Het ging zo hard dat het lelijke broertje van de stad, Prescott Valley, dat pas sinds 1978 bestaat, bij moest springen om alle nieuwe inwoners van onderdak te voorzien. Nu wonen er 80.000 mensen – en Del Rio Spring is lang niet de enige grondwaterbron die zij er de laatste jaren doorheen joegen: de twee steden teerden gezamenlijk in op 30 procent van het grondwater in hun regio.

Om de eigen drooglegging af te wenden kochten zij daarom een ranch 50 kilometer ten noorden van Prescott, de ‘Big Chino’. Doel is een pijpleiding aan te leggen en het grondwater van daaruit te importeren.

Het is het nieuwe front van de strijd om het water. In de hoofdstad Phoenix zeggen ze dat zij recht hebben op het grondwater van de Big Chino – de stad is via zijn waterbedrijf een juridisch gevecht begonnen. Milieuactivisten en omliggende gemeenten schetsen een onheilspellend scenario.

Zij zeggen dat Prescott een catastrofe dreigt te veroorzaken: wetenschappelijk onderzoek zou uitwijzen dat de nabij gelegen rivier de Verde – beschermd milieugebied en waterbron voor honderdduizenden burgers – droog dreigt te vallen omdat deze afhankelijk is van de Big Chino. Prescott bestrijdt dit met eigen wetenschappelijk onderzoek. En de Big Chino is de laatste levensader van de stad. „Anders bestaan we over honderd jaar niet meer.”

De werkelijkheid is dat de Verde allang in gevaar is, vertelt burgemeester Von Gausig van Clarkdale, een kalme man die zelf op een rots aan de rivier woont. „ ‘Zij’ in Prescott weten niet waar ze het over hebben.”

De Verde geeft hem zoveel kopzorgen dat hij er zeker de helft van zijn werktijd aan kwijt is. Bijna elke zomer is hij er getuige van dat de rivier droog valt, mede omdat dorpsbewoners grote hoeveelheden water voor privégebruik afnemen. Hij praat op ze in. Ze luisteren nooit. „Als ze dat doen geven ze voor hun gevoel hun waterrechten op. Dat is zo existentieel hier. Dat doet niemand.”

Voor oud-ondernemer Gary Beverly spelen andere overwegingen. Hij brengt vele dagen van het jaar door aan de oever van de Verde. Het vergt een kilometerslange tocht over onverharde kringelweggetjes, het voert langs de afgelegen ranch van John McCain in Sedona, en dan, na een uur rijden, doemt een rijkdom van vogels, vissen en planten op waar Beverly alleen maar gelukkig van wordt. Hier is het altijd stil, ook in de zomer. De miljoenen toeristen die jaarlijks naar de Grand Canyon gaan weten niet eens dat dit bestaat. Zo stil, zo mooi, fluistert hij. „Onbestaanbaar als we dit opgeven. Dan kunnen we ook met zijn allen op een parkeerplaats gaan wonen.”

Opmerkelijk genoeg is zelfs in Prescott oppositie tegen het aftappen van de Big Chino ontstaan. Een kleine pressiegroep – „rijkelui die niets anders te doen hebben”, zegt Munderloh – wil dat de gemeente het streven naar groei opgeeft. Het gepensioneerde paar Chris en Leslie Hoy, links-liberalen in een conservatieve gemeenschap, zijn de drijvende kracht achter de groep. Hun redenering is simpel. „Wij zeggen tegen de burgemeester: als jij wil groeien, dan gaat dat ten koste van mijn water”, zegt Leslie Hoy.

Ook leggen ze nadruk op de kosten. De pijplijn wordt geraamd op 200 miljoen dollar, en de Hoy’s voorzien dat Prescott geld van buitenaf nodig heeft om dat gefinancierd te krijgen. Een krachtig argument in de gemeenschap, zegt Chris Hoy, die in een vorig leven ambtelijke topfuncties in Nebraska vervulde.

Het scenario dat zich aftekent is dat overheden in Arizona wel in zee moeten met bedrijven die waterrechten opkopen. Anders kunnen ze de waterinfrastructuur – zoals de pijplijn naar de Big Chino – nooit betalen. Een effectief schrikbeeld, zegt Hoy. „Dan komen onze waterrechten in handen van bedrijven die ermee naar de beurs gaan. Dat benauwt mensen.”

Veel meer dan klimaatverandering. Dát argument „werkt hier alleen maar tegen je”, zegt Hoy. „Mensen willen daar gewoon niet aan.” Burgemeester Von Gausig heeft dezelfde ervaring. Ook hij is overtuigd van het verband tussen de waterschaarste en de opwarming van de aarde. Maar zijn dorpsbewoners willen dat niet horen. „Als ik daarover begin verlies ik steun van de bevolking”, zegt hij.

Het gevolg is dat de opwarming van de aarde in dit deel van de VS alleen via een omweg – met economische argumenten – aan de orde wordt gesteld. Al zitten daar ook beperkingen aan, zegt Von Gausig. Gezien de schaarste zou het alleen maar logisch zijn, redeneert hij, dat de prijs van het water de komende jaren fors stijgt. Maar dat ziet hij niet snel gebeuren.

„Dat is Amerika”, verzucht hij. „We willen alles hebben. Maar we willen er niet voor betalen.”