Topstukken op een onevenwichtige markt

Veilinghuizen jubelen over de records die gebroken zijn op de veilingen voor oude meesters. Maar een groot deel van het aanbod bleef onverkocht.

„Christie’s houdt beste oude meester veiling ooit”, schrijft het veilinghuis trots in een e-mail over de resultaten van afgelopen dinsdagavond in Londen. Records voor Rembrandt, Rafaël en Domenichino. Maar het was niet alleen de beste veiling ooit, het was ook een onevenwichtige. De drie toppers waren samen goed voor 58,6 miljoen pond op een totale opbrengst van 68,4 miljoen pond (1 pond is 1,11 euro).

Concurrent Sotheby’s kon daar een dag later weinig tegenover stellen, al had het wel een spectaculair zelfportret van Anthony van Dyck, dat terecht een groot bedrag opbracht. Negen bieders dreven de prijs driemaal over de top tot 8,3 miljoen pond, een nieuw record voor Van Dyck. „Het is een prachtig schilderij”, zei Alfred Bader die het samen met handelaar Philip Mould had gekocht. „En het is te koop.”

Van Dyck schilderde het zelfportret in 1640, enkele maanden voor zijn dood. Het was sinds 1712 in het bezit van de graven van Jersey. Daarvoor was het van de Nederlander Sir Peter Lely, de opvolger van Van Dyck als Brits hofschilder. Zelfportretten uit Van Dycks Londense periode zijn zeldzaam. Er is één in particulier bezit, bij de hertog van Westminster, en de andere hangt in het Prado.

De rest van het aanbod bracht die avond samen 6,8 miljoen pond op. Net als bij de veiling van oude meesters bij Sotheby’s vorige week in Amsterdam verdoezelen de topstukken dat de veilingen eigenlijk niet zo succesvol waren. In Amsterdam waren het twee heerlijke fruitstilleventjes van Coorte die samen voor meer dan 3 miljoen euro werden verkocht aan een onbekende Europese particulier die ze hopelijk snel in bruikleen geeft aan een museum of in ieder geval gul exposeert, want ze zijn te lieflijk om stilletjes bij iemand aan de muur te hangen. Van de rest van de schilderijen verkocht Sotheby’s in Amsterdam ongeveer tweederde, voor in totaal 1,4 miljoen euro. Al is er volgens het veilinghuis na afloop van de veiling nog het een en ander verhandeld.

Sotheby’s bleef ook in Londen met veertig procent van het aanbod zitten en Christie’s wist deze week ondanks het succes met Rembrandt en Rafaël eenderde van de oude meesters niet te verkopen. Volgens handelaren heeft het te maken met de vraagprijzen van de veilinghuizen die sinds de crisis eigenlijk niet gedaald zijn. Terwijl die bij eigentijdse kunst inmiddels wel een stuk lager zijn.

Soms is de kunstmarkt net als andere markten: als er weinig aanbod van kwaliteit is en de vraag groot, dan zullen er forse prijzen worden betaald voor goede schilderijen. Een volgens diezelfde economische wet zal het aanbod vervolgens stijgen. Dat is ook wat Christie’s specialist oude meesters Richard Knight verwacht. „Het zou mensen moeten aanmoedigen om de komende jaren werken aan te bieden”, zei hij na afloop van de veiling tegen Bloomberg. Maar het is geen garantie, want tegenover de geslaagde veiling van de Van Dyck stond bij Sotheby’s de mislukking van een damesportret van Rubens dat op minstens 4 miljoen pond was geschat.

Christie’s herinnerde er deze week trots aan dat het ook het op één na duurste werk van 2009 heeft geveild: Henri Matisse’s Les coucous, tapis bleu et rose dat lang heeft gehangen in Yves Saint Laurents Parijse appartement in de Rue Babylone dat sinds deze week te koop staat voor 20 miljoen euro. Het duurste werk van 2009 is nu de tekening die Rafaël maakte als voorstudie voor het fresco Parnassus dat hij in de jaren 1508-1511 in het Vaticaan maakte voor Paus Julius II. Met 29,1 miljoen pond is het duurste werk op papier ooit geveild en het op één na duurste werk van een oude meester in welk medium dan ook. Eeuwig zonde dat de tekening door het Nederlandse koningshuis in 1850 van de hand is gedaan. Recordhouder bij oude meesters is nog altijd Rubens, wiens Slachting der onschuldigen in juli 2002 voor 49,5 miljoen pond werd verkocht, bijna 80 miljoen euro in die dagen.