Superster Carlsen

Na het Tal Memorial toernooi in Moskou, waar Vladimir Kramnik eerste was geworden en Magnus Carlsen tweede, zei Kramnik dat Anand, Topalov en hijzelf naar zijn mening nog steeds sterker waren dan Carlsen. Ik moest toen denken aan iets dat Jan Timman eens schreef, dat hij af en toe graag een potje mocht opscheppen, maar niet als er een journalist met een opschrijfboekje in de buurt was, want dan bracht het ongeluk.

Kramnik had niet opgeschept, hij had gewoon op een vraag een eerlijk antwoord gegeven en hij had misschien ook wel gelijk met wat hij zei. Toch is het riskant om in het openbaar te zeggen dat je beter bent dan iemand anders, want dan draag je de last dat je het ook wil en moet bewijzen.

Toen bij de loting van de ‘London Chess Classic’ bleek dat Carlsen en Kramnik dinsdag in de eerste ronde meteen tegen elkaar moesten, zal menigeen zich die uitspraak van Kramnik wel herinnerd hebben. Laat maar eens zien wie er de beste is, zullen ze gedacht hebben.

Carlsen was de grote ster bij die loting. Iedereen wilde hem fotograferen, zodat de andere zeven spelers een soort edelfiguranten leken, en het was bijna vanzelfsprekend dat hij het lotingsnummer 1 trok. Als verdienstelijke amateurtennisser werd hij ’s avonds meegenomen naar Wimbledon, waar de winnaar van 1987 Pat Cash hem in de heilige hallen rondleidde en op een indoorbaan een partijtje met hem speelde, waarbij Carlsen er in slaagde om enkele van de services van Cash te retourneren.

De volgende dag speelde Carlsen tegen Kramnik de Engelse opening. Het is een terughoudend systeem waarmee de witspelers over het algemeen niet op een direct openingsvoordeel uit zijn. De grote spanningen komen later.

Na de partij zei Carlsen dat de openingskeuze hem was aangeraden door Kasparov, die had gezegd dat Kramnik zich in dit soort spel misschien ongemakkelijk zou voelen.

De oude meester kreeg gelijk. Kramnik verloor zonder dat je goed aan kon geven wat hij verkeerd had gedaan. Carlsen kon het zelf ook niet na afloop, of misschien wilde hij niet. Er waren een paar dubieuze zetten van Kramnik geweest, maar wat die dan wel had moeten doen werd niet geheel duidelijk.

Geruisloos winnen van een oud-wereldkampioen zonder dat er ooit iets bijzonders leek te gebeuren, dat vergt de hoogste bekwaamheid. „Combineren kunnen ze allemaal, maar schuiven kunnen er maar weinig”, zei een saaie maar wijze schuiver eens. Voor Kramnik was het de eerste nederlaag in een partij met klassiek speeltempo sinds meer dan een jaar geleden, toen hij tegen Anand om het wereldkampioenschap speelde.

Magnus Carlsen - Vladimir Kramnik, London Classic

1. c4 Pf6 2. Pc3 e5 3. Pf3 Pc6 4. g3 d5 5. cxd5 Pxd5 6. Lg2 Pb6 7. 0-0 Le7 8. a3 0-0 9. b4 Le6 10. Tb1 f6 11. d3 a5 12. b5 Pd4 13. Pd2 Dc8 Door wits pion op b5 gaat 13...Pd5 niet wegens 14. Lxd5 Lxd5 15. e3 en wit wint een stuk. 14. e3 Pf5 15. Dc2 Td8 16. Lb2 a4 17. Tfc1 Pd6 18. Pde4 Pe8 Hier blijft het paard tot het eind zielig staan, wat nog niet betekent dat Pe8 nu een slechte zet is. 19. De2 Formeel de eerste nieuwe zet, al was Carlsen naar eigen zeggen al een tijdje op onbekend terrein. 19...Lf8 20. f4 Deze zet is altijd prematuur, schreef Savielly Tartakower, half in ernst, half voor de grap. Hij kon het weten, want hij deed het zelf vaak al op de eerste zet, met uitstekende resultaten. 20...exf4 21. gxf4 Wit heeft het centrum, maar zijn koningsstelling is wat tochtig. In de partij kan Kramnik daar geen gebruik van maken. 21...Dd7 22. d4 c6 22...Pc4 gaat niet wegens 23. d5 en na 22...Lc4 23. Df2 Ld3 wilde Carlsen een sterk kwaliteitsoffer brengen met 24. Pc5 Lxc5 25. dxc5 Lxb1 26. Txb1. 23. Pc5 Lxc5 24. dxc5 Pc4 25. Td1 Dc7 26. Lc1 Scherp gezien. De schijnbaar passieve loper is sterker dan zwarts Pc4, dat met Tb4 in moeilijkheden kan worden gebracht. 26...Pa5 27. bxc6 bxc6 28. Pxa4 Drie paarden staan aan de rand, wat volgens een oude spreuk drie keer een schande is, in dit geval twee keer schande voor zwart en een keer voor wit. 28...Txd1+ Waarschijnlijk was 28...Pb3 beter. 29. Dxd1 Td8 30. Dc2 Df7 Zwart lijkt wat compensatie te hebben voor de verloren pion, maar het is moeilijk om er iets van te maken. 31. Pc3 Dh5 Hij speelt op koningsaanval, maar dat komt er niet van. 32. Pe2

Misschien had zwart hier 32...Kh8 moeten doen, om Pb3 in de stelling te brengen, maar ook dan heeft hij niets concreets voor zijn pion. 32...Lf5 Dit is in ieder geval niet goed. 33. e4 Lg4 34. Pg3 Df7 35. Lf1 Le6 Terug op honk. Wit staat gewonnen. 36. Dc3 Ta8 37. Tb4 Dd7 38. f5 Lf7 39. Lf4 Dd1 Hij probeert nog een wanhoopsaanval. Na 39...Pb7 wilde Carlsen 40. e5 fxe5 41. Lxe5 doen, gevolgd door 42. Tg4. 40. Kf2 Pb3 „Kramnik zag wel dat dit verliest, maar hij wilde er vanaf zijn’’, zei Carlsen. 41. Le2 Db1 42. Lc4 Txa3 43. Pe2

Een treurige stelling voor zwart. Hij kan geen stuk verzetten zonder materiaal te verliezen en wit dreigt met een mataanval, te beginnen met 44. Lxf7+. Zwart gaf op.

Schaakopgave

Oplossing: 1. cxb7+ Dxc1 2. Dc3+ (na 2. Txg7+ Kb8 heeft wit niets) Dxc3 3. Txc3+ Kd7 4. Tc8 Thh8 5. b8P+ (5. b8D won ook) en zwart gaf op, want hij gaat snel mat.

    • Hans Ree