Stoute lieveheersbeestjes

Natuurbeschermers. Wie zijn zij? Entomoloog Antoon Loomans doet onderzoek naar het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje.

De entomoloog staat in de stromende regen en vertelt wat zich hier onlangs in de Brabantse bossen heeft afgespeeld. De veelkleurige Aziatische lieveheersbeestjes zijn met duizenden tegelijk op een relatief warme middag in oktober komen aanvliegen, met de zon in de rug, en ze zijn geland op de zuidwestelijke zijde van een fraai gelegen boswachterswoning buiten het dorp Rijsbergen. Afgekomen op het contrast tussen donkere gevelmuren en een lichte omlijsting. Op zoek naar een plaats om te overwinteren.

„Spectaculaire vluchten zijn dat”, zegt Antoon Loomans. De acht millimeter grote lieveheersbeestjes zijn langzaam naar elkaar toe gekropen door middel van feromonen, geurstoffen, en nu zitten ze hier op een kluitje achter de luiken. Heeft Antoon Loomans vernomen van de bewoner. Hij slaat de luiken voorzichtig open en ontwaart twee- tot drieduizend exemplaren. Ze zijn in gezelschap van een enkele gaasvlieg en een trosje van een andere soort die Loomans moeiteloos herkent: het vloeivleklieveheersbeestje. Tussen het kleine spul zit ook een vleermuis tegen de muur aangeplakt.

Loomans is vanochtend samen met student Jeltje Stam vanuit Wageningen naar West-Brabant gereisd. De student van Wageningen Universiteit doet onderzoek naar de overwintering van het lieveheersbeestje in Nederland en dan met name naar de sterfte tijdens de overwintering, als gevolg van infecties van schimmel en mijt. „Dat onderzoek is nog niet eerder gedaan”, vertelt ze.

Loomans is hevig geïnteresseerd en werkt graag mee. Hij werkt als teamleider entomologie bij de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen en wil alles weten over Harmonia axyridis, het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje, kortweg Harmonia. De soort werd dertig jaar geleden uit China naar de Verenigde Staten gehaald om als biologische bestrijder zo veel mogelijk bladluis op te eten, zijn favoriete prooi. Later werd hij ook in andere Europese landen als bestrijder ingezet, als alternatief voor chemische bestrijding, ook in Nederland.

Inmiddels, vertelt Loomans, zijn er ook „neveneffecten” bekend. Harmonia heeft grote delen van Noord-Amerika gekoloniseerd en dat gaat ten koste van andere, inheemse lieveheersbeestjes. Uit recent Belgisch onderzoek is gebleken dat met name het tweestippelig lieveheersbeestje, de meest voorkomende van alle 62 soorten, in aantal daalt door concurrentie van Harmonia. De kever is polyfaag, dat wil zeggen dat hij een breed prooispectrum heeft, en hij bij afwezigheid van bladluis ook larven van andere lieveheersbeestjes eet, en rupsen en vlindereitjes. Bovendien kaapt hij het voedsel voor zijn soortgenoten weg.

Dus moeten we dit beestje toelaten als biologische bestrijder? Loomans: „Veel landen hanteren het voorzorgprincipe. Als een bedrijf niet kan bewijzen dat een biologische bestrijder onschadelijk is, mag het niet. Nederland hanteert meestal een risicobenadering: wij bepalen wat de risico’s zijn bij toelating. Kijk, er zijn biologische bestrijders die alleen het plaagdier eten. Dat is ideaal. Maar dat geldt niet voor Harmonia. Geen enkel bedrijf heeft tot nu toe een aanvraag bij ons gedaan, omdat ze wel voelen dat de kans op toelating niet groot is.”

Werk aan de winkel. Loomans schuift een groot aantal beestjes in een plastic bak, andere zuigt hij op met een entomologisch instrument, de zuigbuis. De vleermuis houdt het voor gezien en vliegt op. Lieveheersbeestjes die wegkruipen, pulkt Loomans met zijn vingers op. Hij houdt ze omhoog en laat zien waar je Harmonia aan kunt herkennen: een plooi of deuk achter op zijn schild.

Student Jeltje Stam heeft vier zakken van gaas uit de auto gehaald. In elke zak gaan ongeveer honderd beestjes. Die zakken hangt ze vervolgens weer achter de luiken, samen met een datalogger, een apparaatje dat de temperatuur en de luchtvochtigheid meet. De zakken zijn van gaas en niet van katoen. Want katoen houdt vocht vast en dat zou verschil opleveren met de natuurlijke situatie en bovendien, zegt Stam, kan katoen schadelijke resten van bestrijdingsmiddelen bevatten.

De zakken worden de komende maanden een voor een weggehaald en de inhoud bestudeerd, de eerste over vier weken. Vervolgens gaat een groot aantal beestjes mee in de auto. Die gaan naar een proefboerderij van Wageningen Universiteit, als controlegroep. De student zal elke maand een keer kijken hoe het de Brabantse beestjes vergaat.

Wat vindt hij zo fascinerend aan het Aziatisch lieveheersbeestje? Loomans: „Elk beest is mooi. Wat ik aan Harmonia boeiend vind, zijn de gevolgen waarmee mensen worden geconfronteerd als ze dit soort beestjes binnenhalen. Het is ook mooi om te zien hoe hij zich gedraagt. In mijn eigen tuin staat een lindeboom en vorig jaar heb ik ontdekt dat een Harmonia daar eieren op heeft gelegd. Ik ga dat bekijken, zie dat het vrouwtje na het leggen wegloopt, om zich daarna om te draaien en die eitjes zelf op te eten. Waarom?”

Verder gaat de reis. Naar de Grote Kerk op Tholen. Daar schijnen ook veel Harmonia’s te zijn. „Tot vier jaar geleden hebben we nooit iets gemerkt, maar daarna kwamen er gigantische aantallen”, vertelt de koster. Hij wijst naar de eeuwenoude grafstenen in de kerk, met vage omtrekken van geplette lieveheersbeestjes. „Het vocht trekt in de poreuze steen en het blijft er een half jaar zitten”, zegt de koster. Van grote overlast is geen sprake. „Af en toe schrikken mensen tijdens de dienst van de rondvliegende beestjes.”

Loomans en de student horen het aan en spoeden zich naar de hoofdingang. Daar, boven de dikke houten deur, plakken enkele honderden beestjes tegen de muur. Loomans bestijgt een trap en begint weer te zuigen. De student bergt de diertjes zorgvuldig op. Voor thuis in Wageningen. Het duo heeft vandaag in totaal bijna drieduizend veelkleurige Aziatische lieveheersbeestjes gevangen. Loomans: „Het was de moeite waard.”