Sollicitatiebrief op bestelling

Journalist Menno Schenke (59) raakte zijn baan kwijt. Een werkcoach helpt hem met solliciteren.

Mijn werkcoach bij het UWV Werkbedrijf in Rotterdam kijkt me met een glimlach aan. Het is onze eerste ontmoeting, ik heb de eerste vier werkloze dagen uit mijn leven achter me. „Waar ben je goed in?”

„Boeken bespreken!” is mijn impulsieve reactie. Ik heb immers honderden stukjes over boeken geschreven. We lopen mijn cv door en hij vat de 36 jaar en vier maanden samen die ik heb doorgebracht bij een en dezelfde werkgever, de redactie Cultuur van het Algemeen Dagblad: „U bent in al die jaren gaan behoren tot de groep van hoogopgeleiden.” Zijn slotopmerking is dan al geen donderslag bij heldere hemel meer: „Ik ben bang dat wij weinig voor u kunnen doen.”

De voorgeschiedenis van dit nauwelijks hoopgevende moment bij het Werkbedrijf omspant elf maanden en laat zich samenvatten in een paar woorden: opgeheven functie, dreigende boventalligheid in een reorganisatie waarbij, gesteund door een keur aan vertrekregelingen uit het sociaal plan, ruim honderd collega’s de deur achter zich dicht zullen trekken.

Zielig? Neuh, een beetje maar

Daar zit je als werkzoekende van 59, met recht op een WW-uitkering plus de verplichting te solliciteren en beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt. Ben je zielig? Neuh, een beetje maar. De toekomst echter is behoorlijk onzeker als je nooit jobhopper of flexwerker bent geweest. Hoe verkoop je jezelf zo goed mogelijk op papier in de hoop dat je ‘op gesprek’ mag? Naar welke functie solliciteer je?

M’n werkcoach had een aantal antwoorden. Kijk rond in je eigen netwerk, luidt z’n advies. Graag, maar dat netwerk is de laatste jaren door een functie aan het bureau wel behoorlijk schraal geworden. Schrijf open sollicitaties, is zijn tweede raad: „Noem voor jezelf hier in de omgeving een paar bedrijven waarvoor je zou willen werken en bied je zelf aan.” En: schrijf je in bij gespecialiseerde uitzendbureaus.

Hij wil weten of ik in het verleden met enige regelmaat sollicitatiebrieven heb geschreven. Nee, want meestal had ik het naar mijn zin op de stoel waarop ik zat. Natuurlijk solliciteerde je, zoals zo velen, wel eens om te testen hoe je in de markt lag. Dat leverde zelden resultaat op, soms met als argument: „Je bent voor ons veel te duur.”

„Wat is een goede sollicitatiebrief?” vraag ik mijn coach. Honderden heb ik er beoordeeld in mijn journalistieke loopbaan, vooral als de krant weer eens op zoek moest naar een nieuwe redacteur popmuziek of popmedewerker.

Ik probeer me voor de geest te halen wat ik zelf als een goede sollicitatiebrief kwalificeer. Oorspronkelijk, levendig, verrassend, vooral ook betrokken bij de openstaande vacature. We hebben collega’s aangenomen op sollicitatiebrieven die neigden naar het absurde en in eerste instantie op het stapeltje ‘Bijzonder, Maar Toch Maar Niet’ waren gelegd.

Tweede vraag aan mijn werkcoach: „Moet ik medewerkers van afdelingen personeelszaken prikkelen of ergeren met naar het absurde neigende brieven?”

Bij wijze van antwoord schuift hij een zalmkleurige bon met lichtblauwe vlakken over tafel. ‘Brief bestelbon 2009-2010’ staat erop, en ‘waarde € 71,50’. Het is een bestelbon voor ‘één sollicitatiebrief en cv’. „Zij kunnen”, voegt hij eraan toe, „een goed cv voor je maken, want dat moet niet chronologisch van toen naar nu lopen, maar juist andersom. Er hoeft niet ook op te staan dat je twee kinderen hebt.”

Op de achterkant van de bestelbon lees ik thuis: „Een goede sollicitatiebrief doet vaak wonderen. Maar veel mensen vinden het lastig om zo’n brief te schrijven. Daarom wil UWV u daarbij helpen.” Je moet op een website een lijst persoonlijke vragen beantwoorden. Ze willen weten of je flexibel bent, graag in een team werkt en welke sporten je beoefent. Ook staan er vragen over motivatie, waarop je een beredeneerd antwoord moet geven. Ik druk op verzenden. Even later is er al een mailtje: ‘Binnen 48 uur kunt u uw sollicitatiebrief en cv verwachten in uw e-mail.’

Spetterende openingszin

Mijn sollicitatiebrief is geschreven in Groningen door Joke van der Ven, Vrouwelijke Ondernemer van 2008, of een van haar medewerkers. In 2008 produceerde ze bijna 20.000 sollicitatiebrieven op bestelling. In een krant zegt mevrouw Van der Ven: „De eerste zin moet spetteren.”

Mijn brief op bestelling betreft een ‘Open Sollicitatie Journalist’ en 21 regels van 14 woorden. Hij begint met een alinea uit de creatieve koker van mevrouw Van der Ven: „De huidige samenleving wordt overspoeld door een overvloed aan informatie die via allerlei mediakanalen wordt verspreid. Door dat overweldigende aanbod ervaart men steeds vaker de behoefte aan gerichte, gedegen en kwalitatief hoogstaande nieuwsartikelen en achtergrondinformatie. [Bedrijfsnaam] biedt die informatie in haar dag/weekblad op een betrokken en onafhankelijke manier.” Enzovoorts, tot en met de uitsmijter: „Mijn kwaliteiten en motivatie licht ik graag toe in een gesprek.”

Inmiddels deed ik dertien van zulke sollicitatiebrieven via de mail de deur uit. Slechts in de marge probeerde ik de tekst een beetje op te leuken. Maar eerlijk is eerlijk: mijn persoonlijke sollicitatiebrief is dit niet.

De reacties? Nop tot op vandaag! De NCRV in Hilversum wijst mij in twee onbenullige regels af: „Dag Menno, we hebben deze week een eerste en tweede selectieronde gedaan en een geschikte kandidaat gevonden. Bedankt voor je sollicitatie en veel succes verder.” Deed mevrouw Van der Ven daar al die moeite voor?

Van het kritische Vrij Nederland kreeg ik een helder onderbouwde afwijzing van anderhalf A4’tje. Hulde! Maar al te vaak blijk ik niet in het profiel te passen. De ANWB: „Helaas zien wij te weinig aansluiting tussen uw competenties en de vacature.”

Man van 59 op zoek naar werk. Zou een zelfgeschreven brief met een absurde wending misschien meer soelaas bieden.

    • Menno Schenke