Slow couture

Modecollectief Painted bedenkt nieuwe toepassingen voor oude handwerktechnieken.

Als meisje leerde je misschien breien of haken, maar technieken als frivolité? Needlepoint? Kantklossen? Met kralen borduren? Die oude handwerktechnieken zijn bijna helemaal verdwenen uit Nederland. Nu is er het collectief Painted, dat ze door internationale samenwerking van de vergetelheid redt en ze nieuwe, eigentijdse toepassingen geeft. Sinds 9 december hangt voor het eerst werk uit hun Painted-à-porter-serie in de nieuwe galerie van Droog in New York, samen met werk van andere Nederlandse modeontwerpers als Jan Taminiau en Alexander van Slobbe.

Naar analogie van de slowfoodbeweging maakt Painted ‘slow clothing’. Ze noemen het ook ‘collectieve semi-couture’. Het zijn exquise, ijle kledingstukken die duidelijk handwerk zijn, het werk van vele handen zelfs. De kleding van Painted wordt niet zozeer ontworpen, zij ontstaat in een langzaam, organisch proces. Niets van het maken en produceren is gestandaardiseerd. Het zijn dan ook bijna allemaal unieke stukken die niet in de winkel worden verkocht, maar op eigen initiatief of op bestelling voor iemand worden gemaakt. De drie vrouwen van Painted – Saskia van Drimmelen, Margreet Sweerts en Desiree Hammen – geven onmiddellijk toe dat het economisch nog niet uit kan.

Initiatiefnemer Saskia van Drimmelen over de werkwijze: „Het is een wisselwerking – tussen ons onderling, tussen ons en de makers van de materialen, en tussen ons en de drager. De drager is geen passieve afnemer, zij is net zo betrokken als wij. En ze moet geduld hebben, want we weten nooit hoe lang iets duurt. Het is af als het af is. Dat langzame rijpen, het handschrift van al die verschillende mensen die aan een kledingstuk hebben gewerkt, de liefde en de tijd en de aandacht die erin zitten, dat maakt deze kleding zo rijk. Daar zit ’m de luxe in, niet in de strikken en het vloeipapier.”

Die makers van het kant zijn vier vrouwen uit Bulgarije die Van Drimmelen heeft ontmoet toen ze in 2006 daar naar toe ging op zoek naar ‘masters’ die de oude technieken als frivolité en needlepoint nog beheersen. Sweerts: „Wij willen het plezier van het maken terugvinden, voor onszelf maar ook voor hen. We hebben hen uitgedaagd om vrijer te werken. Rumjana Rakovska is helemaal los gegaan en is met oude technieken nieuwe halskettingen gaan maken die nu in winkels in Bulgarije worden verkocht.”

„Prachtig”, vindt Sweerts. „Dat handwerk moet geen museum worden, wij hopen juist dat het zich gaat ontwikkelen en vernieuwen.”

De Bulgaarse vrouwen moesten daar aan wennen. Hammen: „Voor hen was het altijd zo: hoe netter en regelmatiger, hoe beter. De kleding waar wij hun kant in verwerken, is juist rafelig, intuïtief, vrij – naar hun idee dus slordig. Dat dat de bedoeling was, vonden ze heel gek.”

Pas vorig jaar presenteerde Painted haar eerste serie, in een tableau vivant in de tuin van een Amsterdams grachtenpand. Hun werk is niet onopgemerkt gebleven. Ze werden gevraagd voor de tentoonstelling ‘Gejaagd door de wind’ in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, waar in de reusachtige botenhal twee etherische jurkjes in heldere lichtstralen fonkelden, en kort daarna waren ze vertegenwoordigd op de Modebiënnale in Arnhem. En afgelopen september deden ze mee met ‘Pioneers of Change’, een Nederlandse bijdrage aan de viering van de ontdekking vier eeuwen geleden van Manhattan door VOC-schipper Henry Hudson. Zij waren een van de elf Nederlandse vormgevers die op Governor’s Island in New York tien dagen lang zaten te werken.

Hammen: „Daar maakten we kennis met andere technieken, nu van Native Americans. Wij hebben een moeder en dochter, Jessica en Juanita Growing Thunder van de Assiniboine-stam uit Californië, uitgenodigd om die tien dagen met ons samen te werken. Zij kunnen zo prachtig met kleine kralen borduren.” Ze laat een stuk stof zien met zowel Bulgaars kant erop als een door Juanita Growing Thunder geborduurde libelle. Dat is de nieuwe globalisering: het bijeenbrengen van cultureel erfgoed dat helemaal verknoopt is met de lokale cultuur, in een internationaal verband.

Het handwerk hoeft overigens niet van ver te komen: ook biologieleraar Tom Hommes, een begenadigd breier, levert wel eens een bijdrage aan hun ‘open source-samenwerking’. Hammen ontmoette Hommes in de trein.

Volgende maand is Painted te zien op de Amsterdam Fashion Week, en in mei wordt hun werk tentoongesteld op de Designtriënnale in het belangrijke New Yorkse museum voor vormgeving, het Cooper Hewitt. Ze werken ook aan een kledingstuk voor de Amerikaanse actrice Juliette Lewis. Hoe moet het straks met de ‘slow’ kleding’ die met zo veel tijd, liefde en aandacht wordt gemaakt als de bestellingen binnenstromen? Van Drimmelen: „Zal het? Daar moeten we dan diep over nadenken. Want het plezier van het maken wil ik niet meer kwijtraken.”