'Schilders stichtten Haags museum'

Het Gemeentemuseum Den Haag blijkt in 1866 opgericht dankzij de inspanningen van leden van kunstenaarsvereniging Pulchri, onder wie Anton Mauve, Joseph Israëls en Johannes Bosboom. Tot nu toe was altijd aangenomen dat het museum door Haagse notabelen was opgericht.

Dat schrijft Mariette Josephus Jitta, voormalig hoofd van het Prentenkabinet van het Gemeentemuseum, in het boek Het zal je vriend maar wezen, over de Vriendenvereniging van het museum. Jitta schreef het boek samen met hoofdconservator en Mondriaankenner Hans Janssen.

Toen zij de ledenlijst doornam van de ‘Vereeniging tot oprichting van een Museum van Moderne Kunst te ’s-Gravenhage’, viel het haar op dat deze sterk overeenkwam met de ledenlijst van Pulchri. Naast de genoemde kunstenaars staan er ook verzamelaars en kunsthandelaren op, onder wie twee ooms van Vincent van Gogh: Cor en Cent van Gogh.

In 1866 had de Vereniging nog maar twee werken in bezit, vier jaar later waren het er tien en kocht de Gemeente Den Haag een pand aan de korte Beestenmarkt, het eerste Haags Gemeentemuseum. De schilders die aan de wieg van het museum stonden maakten werk in een moderne, eigenstijl die in 1873 door een recensent voor het eerst de ‘Haagse School’ werd genoemd.